Vertaald proza

BOEKEN NR. 6, JUNI 2018

Marianne Thamm : De ondraaglijke blankheid van het bestaan

door Jooris van Hulle

In zijn voorwoord bij De ondraaglijke blankheid van het bestaan van Marianne Thamm (° 1961) noteert Tom Lanoye: ‘Nooit eerder las ik een relaas van een wit, opgroeiend pubermeisje tijdens de hoogtijdagen van de apartheid, laat staan van een puber die al snel beseft dat ze lesbisch is.’ Lanoye heeft Marianne Thamm ruim een kwarteeuw geleden leren kennen in Kaapstad. Mede door hun contacten, gedragen door ‘liefde die vriendschap heet’, wist hij haar ervan te overtuigen haar leven te boek te stellen.
 
Hoe persoonlijk ook het relaas van Thamm is gekleurd, haar levensverhaal kan niet los worden gezien van de politieke en sociale omwentelingen die Zuid-Afrika in de tweede helft van de voorbije eeuw ingrijpend hebben veranderd: de nadagen van de apartheid, het bewind van Nelson Mandela, de blijvende zoektocht naar evenwicht. Marianne Thamm, die na een korte beroepscarrière in de financiële wereld, koos voor de journalistiek, heeft oog en oor voor de uitdagingen waarvoor haar land zich blijvend geplaatst weet. Aan het slot van haar boek noteert ze: 
 
‘Terwijl ik dit in 2016 opschrijf en we inmiddels weten dat de politiek in Zuid-Afrika net zo vergeven is van hebzucht, corruptie en egoïstische oneerlijkheid als elders, ben ik me ook bewust van de enorme energie, creativiteit, passie en voortvarendheid van een jongere generatie die de grenzen opzoekt en ons verder de eenentwintigste eeuw in trekt, een eeuw die, als puntje bij paaltje komt, veel beter is dan de eeuw die ik heb overleefd… zodat ik dit (soort van) verhaal kan vertellen.’
 
Centraal in dit ‘verhaal’ staat de queeste naar het overleden ouderpaar. In het openingshoofdstuk memoreert Thamm het afscheid van haar moeder Barbara, die na een hersentrauma haar spraakvermogen kwijtraakte en in 1997 overleed, en van haar vader Georg in 2011. Dat over de relatie met zijn dochter altijd de schaduw van het (ver-)zwijgen is blijven hangen, heeft onder meer te maken met zijn oorlogsverleden: 
 
‘Keuzes zijn altijd een centraal thema geweest in de gesprekken die Georg en ik ruim een kwarteeuw hebben gevoerd. Waarom had hij of mijn Duitse familie zich niet geweerd tegen Hitler? Waarom hadden ze geen andere keuzes gemaakt? Waarom had hij ons in de jaren zestig naar Zuid-Afrika gebracht, juist toen de gewelddadige apartheidsregering haar greep op het land verstevigde?’
 
Echte antwoorden van de kant van haar vader komen er niet. Nu, vijf jaar na zijn dood, kan Marianne Thamm alleen gissen naar de reden van zijn stilzwijgen. Gaande het verhaal van haar leven dient zich een aantal mogelijke verklaringen aan. Was het het ontbreken van een gemeenschappelijke cultuur en taal die haar ouders van meet af aan bijna letterlijk van elkaar wegdreef? Georg leerde zijn vrouw Barbara, die van Portugese komaf was, kennen toen hij als krijgsgevangene in Engeland verbleef. Is het verder niet zo dat zij zich in Zuid-Afrika nooit helemaal thuis hebben gevoeld, ‘vreemdelingen als ze waren in een vreemd land’? Ergens heeft Thamm het, eens zij iets begint te begrijpen van de houding van Georg, over ‘de dislocatie van zijn ik’: 
 
‘Hij rouwde om het verlies van het land waarin hij was opgegroeid, het land dat hem had gevormd, maar ook het land dat symbool stond voor het meest verwerpelijke menselijke gedrag.’
 
Pas met de dood voor ogen zal hij kunnen toegeven dat hij militair is geweest ‘foor de ferkeerde kant’. Maar pijnlijk – een pijn die niet meer te repareren valt – blijft voor zijn dochter het feit dat hij er nooit toe gekomen is te zeggen dat hij van haar hield.

Gerelateerd aan dit alles blijft voor Marianne de ‘Werdegang ins Leben’ die niet zomaar langs de geijkte paden liep: een wild leven van drugs en drank, het besef dat zij niet van jongens houdt, de stuklopende relatie met de Canadese schrijfster C. en nadien haar liefde voor X, met wie ze nu al meer dan twintig jaar samen is. Al even belangrijk en bepalend in de relatie met X is het feit dat zij als lesbisch koppel twee zwarte kinderen, Layla en Kenya, hebben kunnen adopteren. 
 
‘We waren ons allebei van meet af aan bewust van de enorme verantwoordelijkheid om als blanke moeders twee jonge zwarte vrouwen op te voeden in het Zuid-Afrika van na de apartheid, waar de beleving van de meeste inwoners bepaald was door eeuwen van racisme en structurele ongelijkheid.’
 
En hoe betekenisvol, én troostend tezelfdertijd, is het dat Georg de kinderen toelaat in zijn leven en zo even ‘het vriendelijke ik is waarvan ik af en toe een glimp opving.’ Hoe ‘ondraaglijk’, want beladen met en door de geschiedenis van het land, de blankheid van haar bestaan ook moge blijken, in haar relaas houdt Marianne Thamm in alle openheid en eerlijkheid zichzelf en de lezer een spiegel voor.
 
Marianne Thamm: De ondraaglijke blankheid van het bestaan, Nieuw Amsterdam, Amsterdam 2018, 351 p. ISBN 9789046823057. Vertaling van Hitler, Verwoerd, Mandela and me : a memoir of sorts door Ronnie Boley. Distributie Pelckmans Uitgevers 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2018

Blinde drift

Belinda Bauer

De rover

Robert Walser

Heel de tijd

Leo Pleysier

Onder een koperen hemel

Stefan Hertmans

Zeiseman

Martha Heesen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2018

De invloed van Gregie De Maeyer (1951-1998) op de (Vlaamse) jeugdliteratuur

‘Het wezen van de dingen vervaagt naarmate het zichtbaar wordt’

De slaapster en de spintol

Neil Gaiman, Chris Riddell (ill.)

Op zoek naar Stella

Gerda Dendooven

Rivieren

Peter Goes

Tegenwoordig heet iedereen Sorry

Bart Moeyaert

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri