Vertaald proza

BOEKEN NR. 7, JULI 2018

Clarice Lispector: De passie volgens G.H.

door Bart Vonck

Zijn wat je niet bent
 
Wie al eens in Brazilië is geweest, of in een ander land waar kakkerlakken met grote verbetenheid bestreden (moeten) worden, zal verbaasd opkijken bij het lezen van deze zin:

‘Ik wist dat walgen van een kakkerlak de fundamentele fout van leven was.’
 
Voor de Braziliaanse schrijfster Clarice Lispector (1920-1977) is deze walging het uitgangspunt van haar roman De passie volgens G.H. (1964), een bevreemdend boek dat tot de hoogtepunten van haar oeuvre en van de literatuur van haar land wordt gerekend. De zeer dichte tekst die de auteur in 1963 in enkele maanden tijd voortbracht, was meteen het einde van een onvruchtbare periode die zeven jaar had geduurd. Ze is inmiddels officieel gescheiden van haar echtgenoot-diplomaat, koopt een appartement in Rio, en begint een verdiende erkenning te krijgen.
 
In een aan haar roman voorafgaande ‘waarschuwing’ richt de schrijfster zich tot haar lezers, die een ‘volwassen ziel’ moeten hebben en door het tegendeel van wat ze willen heen moeten. Deze tocht doet iets met de taal: ‘Door die verdichterlijking werd de tekst, nu zowel verhalend alsook poëtisch, bij wijze van spreken uitgegumd om de verschijning van iets onbenoembaars mogelijk te maken. Het ding.’ Dat schrijft muzikant Caetano Veloso in zijn woord vooraf. De auteur maakt een ‘ontpersoonlijking’ mee en worstelt met de taal om haar ervaring over te brengen.
 
Er zijn gelijkenissen met mystieke teksten, zoveel is zeker. Maar we moeten het woord ‘mystiek’ met schroom hanteren. Volgens Van Dale gaat het in mystiek over een hartstochtelijk streven naar de bijzondere vereniging van de ziel met God en van God met de mens. Lispector leefde wel niet meer in het evident christelijk geloof, maar wel in het intens katholieke Brazilië. Bovendien is Lispector joods en zocht ze haar hele leven lang naar ‘de naam’ die in de joodse mystiek zo prominent aanwezig is. Maar ze is een ‘averechtse mystica’ (zoals Luiz Costa Lima schreef), een ‘profane mystica’ die het religieuze wil inlijven in de menselijke dimensie van de praxis, van het aardse handelen.
 
De passie volgens G.H. is helemaal gekleurd door het motto van Bernard Berenson, de Amerikaanse kunsthistoricus, schrijver en specialist van de Italiaanse renaissance: in het complete leven identificeert het ‘zelf’ zich zo totaal met het ‘niet-zelf’ dat er geen ‘zelf’ is dat nog moet afsterven. Of om het in de woorden van Lispector te zeggen, aan het einde van haar zoektocht en roman:  
 
‘Ik was tot het einde (gekomen) van datgene wat ik niet was. Ik ben wat ik niet ben. Alles zal in mij zijn als ik niet ben; want ‘ik’ is slechts een van de stuiptrekkingen van de wereld.’
 
Zo groot is Lispectors leven geworden dat het ‘met betrekking tot het menselijke geen zin heeft’.
 
Dit radicale inzicht heeft verregaande gevolgen voor de tekst. De auteur wil ‘het onbekende vertalen in een taal die ik niet ken’. Het boek wordt als een roman voorgesteld, maar de interventies van de ‘ik’ (de schrijfster) maken er bijna een geestelijk dagboek van. Ook het begrip fictie wordt opgerekt, iets wat Lispector in vele teksten doet. De relatie die de auteur (en de lezer) met de tekst onderhoudt is essentieel bevreemdend. Psychoanalytische commentaren op Lispectors werk hebben aangegeven dat ‘de vreemdeling’ centraal staat, dit is bij uitbreiding ook ‘het andere dan het bekende’, het ‘onbekende’, ‘degene die nergens bij hoort’, ‘die van elders is’. Ik ben die vreemdeling, houdt Lispector vol. Haar teksten draaien niet om het unitaire, coherente, identieke ‘ik’, maar om het ‘ik’ dat in een paradoxale positie staat: verdeeld, tegenstrijdig, verschillend van zichzelf.
 
De romanstof nu. Een doodgewoon en summier feit doet het leven van een vrouw wankelen. Ze bevindt zich alleen in haar appartement in Rio en besluit een blik te werpen in de kamer van de afwezige werkster. Daar ziet ze in de kleerkast een kakkerlak zitten die ze tussen de kastdeur klemt. Uit het nog levende dier komt een kleverig, witachtig slijm. Wat daarna komt is een volstrekt empirische poging om een ontologie, een metafysica te ontwerpen. Lispector leidt niets af uit vooraf vaststaande inzichten maar alleen uit haar ervaring, uit wat ze ziet. Het vlees van de kakkerlak is de primordiale materie van de wereld, zonder transcendentie, zonder het ‘derde been’ van de subjectiviteit.  
 
De ontmoeting met het diertje veroorzaakt een radicale verandering van de houding die de ‘ik’ tegenover zichzelf en de wereld aanneemt.  De kakkerlak is de enige weg waaruit geboorte kan ontstaan. In het beestje herkent G.H. ‘de identiteit van haar diepste leven’, haar eigen wortels. Wat haar bekend toescheen is eigenlijk een bescherming tegen het onbekende. Over de kakkerlak schrijft ze bijvoorbeeld: ‘Wat bij hem bloot ligt is wat ik bij mij verberg: van mijn bloot te leggen kant heb ik mijn niet gekende binnenkant gemaakt.’ Uit de confrontatie met het insect krijgt Lispector een opdracht: ‘het onbekende vertalen in een taal die ik niet ken’. Ieder hoofdstuk begint met de laatste zin van het voorgaande hoofdstuk. Zo schept Lispector een circulaire beweging die van de tekst een doorlopende beweging maakt.
 
De schrijfster gaat in tegen de gecodificeerde taal, ze maakt taal tegen taal, tegen de rede die de taal indekt tegen het verrassende, overrompelende van de ervaring. Het dier staat dicht bij de bronnen van het zijn, van een immanent in de materie aanwezige God, en het heeft geen ziel dat het van de wortels van het zijn vervreemdt. Lispector zoekt het onuitspreekbare op en doet dat door en in een taal die zowel poëtisch als filosofisch is. De lezer wordt meegezogen in de paradoxale zoektocht van de schrijfster. Lispector maakte een ‘levensboek’. Wie zich als lezer aangesproken voelt (en zich door de niet schaarse verontrustende passages slaat), krijgt van Lispector de kans in eigen ogen te kijken.
 
Clarice Lispector: De passie volgens G.H, De Arbeiderspers, Amsterdam 2018, 256 p. ISBN 9789029514194. Vertaling van A paixão segundo G.H. door Harry Lemmens. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2018

Een knipperend ogenblik. Portret van Remco Campert

Mirjam Van Hengel

Het epos van sjeik Bedreddin

Nazim Hikmet

Istanbul, Istanbul

Burhan Sönmez

Nova

Daniël Samkalden

Twee mensen samen

Knud Sønderby

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2018

Jij begint

Kees Spiering, Alette Straathof (ill.)

Laat een boodschap achter in het zand

Bibi Dumon Tak, Annemarie van Haeringen (ill.)

Liefde en duisternis. Heldenverhalen uit vervlogen tijden

Ed Franck, Anne Westerduin (ill.)

Van twee ridders

Imme Dros, Harrie Geelen

Viktor

Jacques Maes, Lise Braekers

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri