Poëzie

BOEKEN NR. 7, JULI 2018

Jan Lauwereyns: Zus

door Carl De Strycker

In 2011 schreef Jan Lauwereyns op verzoek van het Vlaams Fonds voor de Letteren het gedichtendagessay. Hij noemde zijn ‘Defence of Poetry’ De smaak van het geluid van het hart. Met in de titel nadrukkelijk een van de grootste clichés van de poëzie: het hart. Als je de doorsnee leek vraagt wat kenmerkend is voor een gedicht, dan is steevast het antwoord dat poëzie over gevoelens gaat. Terwijl zowat de hele poëzie sinds Paul Van Ostaijen zich tegen dat vooroordeel verzet, komt een postpostmodern dichter – en dan nog niet de eerste de beste – vertellen dat poëzie alles te maken heeft met het hart? Opmerkelijk!
 
Ook in Lauwereyns’ nieuwste bundel, Zus, speelt het hart en het gevoel een centrale rol. Dat blijkt al uit de aanduidingen van de afdelingen: de bundel is opgebouwd volgens de structuur van het hart. Via de laterale linkertak en de tussenliggende linkertak over de mediale linkertak kom je langs de halvemaanvormige klep links tot in de wortel van de aorta. Dat is de kern van de bundel, die bestaat uit slecht één gedicht dat ‘de overbruggingsoperatie’ heet. Vervolgens volg je het tegengestelde traject rechts – Lauwereyns verbindt dus de linker en rechter helft van het hart met elkaar.
 
Verbinding lijkt het sleutelwoord in deze bundel. Dat uit zich bijvoorbeeld in verschillende verzen via de kritiek op een platonische manier van kijken (‘laten we vooral die platonische instincten / achterwege’), op het nog steeds sterk cartesiaans bepaalde wereldbeeld (‘we waren te carthesisch in de aanpak’) en op de neiging om (al te) abstract te willen denken. Dat zijn allemaal uitingen van een rationele manier van in de wereld te staan, terwijl de werkelijkheid helaas niet helder is, laat staan overzichtelijk in categorieën op te delen.
 
In Zus gaat het om het laten bestaan van het mysterie, om je overgeven aan zintuiglijke indrukken, om de beteugeling van de neiging om op alles greep te krijgen en over de lichamelijke sensatie. Dat wordt hier gepresenteerd als een soort levenshouding, maar het is tevens een poëtica. Zo luidt het over de poëzie:
 
‘deze kunst heeft heet nobel bloed nodig
Wind
Bomen
Lawaai
een huis’.  
 
Het gedicht is dan ook de vrijplaats waarin niet(s) gescheiden hoeft te worden, maar – onvermoede – verbanden kunnen ontstaan, die niet meteen te vatten zijn. De ‘overbruggingsoperatie’ is er dus niet louter formeel als overgang tussen de twee delen van de bundel, maar staat ook voor de poging om tussen geest en lichaam een connectie te maken. En sterker nog, zo blijkt uit de voorlaatste reeks: tussen twee harten. Poëzie kan – en dat doet denken aan het geloof in de poëzie van Paul Celan, die meende dat een gedicht ‘aan hartland’ kon aanspoelen – een diep verband tot stand brengen tussen dichter en lezer.

Dat tracht Lauwereyns te bewerkstelligen via allerlei poëtische procedés: associatie is een bekende techniek van hem, die hij ook hier toepast; tegelijk verknoopt hij de gedichten en de verzen met elkaar via terugkerende motieven, frases, regels. Bovendien weet hij, in zijn eigenlijk best kale poëzie, een aantal ongelooflijk krachtige beelden binnen te brengen, zoals dit: ze ‘wette haar lippen / met de tip van haar tong’, of ‘waarom slapen we / het nut van slaap en poëzie blijft vluchtig / snuiven is niet gelijk aan ademen’.  
 
En dan is er natuurlijk nog het personage van zus. Deze figuur duikt in vele van de gedichten op in verschillende gedaanten: als gesprekspartner, vertrouwelinge, woord in een talige constructie (‘zus en zo’), zuster, verpleegster, … Net zoals ‘hart’ eigenlijk een leeg begrip is dat je met verschillende betekenissen en gevoelens kan opladen, geldt dat ook voor ‘zus’, waarbij het idee van de (familiale) band centraal staat.
 
Zus is een fascinerende bundel, die zich in eerste instantie aandient als een reeks losse gedichten over allerlei wel erg uiteenlopende onderwerpen (aanslagen, operaties, piraten…) die schijnbaar niets met elkaar te maken hebben. Bij herlezing blijkt hoe ze met elkaar in verband gebracht kunnen worden, en hoe dat je perspectief binnenstebuiten keert. Je moet dus een beetje actief aan de slag, als je uit de verstarring wilt breken; zus (en Zus) helpt je daarbij. Of zoals het luidt in de slotverzen:
 
‘zus stapte over de drempel
draaide zich om en bood haar hand
voor alle eeuwigheden die flits van zijn ertussen
wat maak je ervan’.
 
Jan Lauwereyns: Zus. Gedichten, Polis, Kalmthout 2018, 62 p. ISBN 9789463103510. Distributie Pelckmans Uitgevers 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2018

Een knipperend ogenblik. Portret van Remco Campert

Mirjam Van Hengel

Het epos van sjeik Bedreddin

Nazim Hikmet

Istanbul, Istanbul

Burhan Sönmez

Nova

Daniël Samkalden

Twee mensen samen

Knud Sønderby

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2018

Jij begint

Kees Spiering, Alette Straathof (ill.)

Laat een boodschap achter in het zand

Bibi Dumon Tak, Annemarie van Haeringen (ill.)

Liefde en duisternis. Heldenverhalen uit vervlogen tijden

Ed Franck, Anne Westerduin (ill.)

Van twee ridders

Imme Dros, Harrie Geelen

Viktor

Jacques Maes, Lise Braekers

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri