Poëzie

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2018

Moya de Feyter: Tot iemand eindelijk

door Dirk De Geest

Moya de Feyter is een van de vele jonge dichters die haar publiek zoekt te bereiken via het medium van de performance en het podium. Toch vindt ook zij het wenselijk om haar pennenvruchten op papier te publiceren: Tot iemand eindelijk is daarvan het resultaat, want na enkele bekroningen in het circuit van slam-performers heeft zich al snel een uitgever aangemeld. Het resultaat is alleszins boeiend en fris, maar tegelijk nogal wisselvallig, alsof de dichteres bij gebrek aan een samenhangend project allerlei sporen tegelijk wil bewandelen.

Zoals gebruikelijk gaat het veelal om teksten die sterk gericht zijn op mondelinge voordracht en retorische effecten, met veel opsommingen en associaties en heel wat verrassende wendingen. De lengte daarvan is bijzonder variabel, maar over het algemeen houdt De Feyter van enige breedvoerigheid. Ook tracht ze in haar eerste bundel de klassieke grens tussen poëzie en proza te bespelen en gedeeltelijk op te heffen. Toch valt op hoe weinig de visuele vorm toevoegt aan wat gezegd wordt: strofebouw, enjambementen en woordschikking lijken over het algemeen nogal toevallig tot stand gekomen. In die zin mist deze poëzie, althans naar mijn mening, toch nog wat maturiteit.

Daartegenover staat dat De Feyter onmiskenbaar beschikt over een eigen toon, vooral op grond van de originele beelden en situaties die ze in enkele zinnen al weet op te roepen. Humor, overdrijving en ogenschijnlijke tegenstrijdigheden zijn daarbij nooit ver. Al die stijlelementen worden ingezet om een apart ‘ik’ tot stand te brengen, dat theatraal is en zich achter grote woorden verschuilt maar op andere momenten bijzonder broos en gekwetst de vreemde wereld in staart. Zo valt op hoe sterk het lyrische ik zich beroept op anderen, ook om de eigen identiteit onder woorden te kunnen brengen. De titel van de bundel is in dat opzicht al sprekend, maar even belangrijk is de vaststelling dat de zin in de titel niet eindigt. Heel wat gedichten stokken halverwege, zonder dat er sprake is van een afgerond einde of een afsluitende pointe.
 
Het valt op hoe vaak de ik terugblikt op haar jeugd, en hoe die prille jeugdangsten als het ware model staan voor de huidige onzekerheid. Vaak is sprake van onbegrip, een onvermogen om de wereld te begrijpen waardoor de ik noodgedwongen haar toevlucht moet nemen tot allerlei beelden en metaforen. Daardoor wordt echter ook het subject onophoudelijk vervormd en getransformeerd. Als tegenhanger voor die fundamentele instabiliteit is er de zoektocht naar de ander, die zich onder meer uit in de fantasieën uit de prille kindertijd (het opgaan in de moeder) en de complexe liefdesrelatie met toenadering en afscheid in het heden. Veel verzen verraden een grote onzekerheid, en het afscheid en de dood zijn vaak niet ver weg. De vrolijke toon en de associatieve ritmische stroom worden zo gecounterd door contrasten en momenten die een stilzwijgen oproepen. Het zijn zeker die openbaringen die aan deze bundel een meerwaarde verlenen.
 
Moya de Feyter: Tot iemand eindelijk, Vrijdag, Antwerpen 2018, 64 p. ISBN 9789460016486. Distributie Elkedag Boeken


deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2018

Blinde drift

Belinda Bauer

De rover

Robert Walser

Heel de tijd

Leo Pleysier

Onder een koperen hemel

Stefan Hertmans

Zeiseman

Martha Heesen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2018

De invloed van Gregie De Maeyer (1951-1998) op de (Vlaamse) jeugdliteratuur

‘Het wezen van de dingen vervaagt naarmate het zichtbaar wordt’

De slaapster en de spintol

Neil Gaiman, Chris Riddell (ill.)

Op zoek naar Stella

Gerda Dendooven

Rivieren

Peter Goes

Tegenwoordig heet iedereen Sorry

Bart Moeyaert

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri