Nederlands proza

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2018

Arnon Grunberg: Goede mannen

door Tom Rummens

Geniek Janowski heet hij eigenlijk, het hoofdpersonage in Arnon Grunbergs nieuwste roman, Goede mannen. Hij lijkt erin verzeild geraakt te zijn, in die roman, per ongeluk, het had net zo goed iemand anders kunnen zijn. De Pool – zoals Geniek door iedereen genoemd wordt – valt misschien nog het beste te omschrijven als een man zonder eigenschappen, zonder ruggengraat ook, en met maar één plan: een goede man zijn. Al heeft hij werkelijk geen enkel idee over wat dat dan precies is, een goede man. Hij laat zich leiden door anderen, van het kastje naar de muur, tot hij zich op plaatsen begeeft waarvan hij eerder niet eens wist dat ze bestonden.
 
Samen met zijn vrouw en hun twee zoons woont De Pool in een huisje in Heerlen. Hij is brandweerman in de C-ploeg, een job op papier, want werkelijk branden blussen doet de C-ploeg in Heerlen eigenlijk niet. Ze oefenen vooral, voor het geval dat. En verder doden ze de tijd door samen te zijn. Samen koken, samen poetsen, samen hun vaak xenofobe ideeën bespreken. De Pool staat erbij en kijkt ernaar, zijn leven is vooral een grote oefening in niet-bestaan, in het vermijden van conflicten en in het proberen zich aan te passen aan de omgeving waarin hij zich bevindt. Hij bewandelt per definitie de weg van de minste weerstand, als een sociale kameleon: alles is goed, behalve opvallen.
 
Thuis lukt dat minder goed en is De Pool genoopt tot het zoeken naar oplossingen. Voor Borys, een van zijn zoons, onder andere, die zo teruggetrokken en angstig in het leven staat dat De Pool en zijn vrouw besluiten om voor hem een pony te kopen, waar hij zorg voor kan dragen. Niet veel later komt zijn zoon onder een trein terecht. Een echte afscheidsbrief vinden zijn ouders nooit, het geeft hen een vrijgeleide om te doen alsof het een spijtig ongeval was, maar dat hij geen vrienden had en er nooit zou hebben, daar was Genieks zoon heilig van overtuigd.
 
Blijven over: zijn tweede zoon, Jurek, consequent ‘het overgebleven kind’ genoemd, een huwelijk onder de hoogspanning die verdriet kan zijn, en een hele reeks pogingen van De Pool zelf om zijn bodemloze verdriet, dat in eerste instantie aan hem voorbij lijkt te gaan, te verwerken. Hij vlucht naar een klooster, wordt daar niet toegelaten, brengt een jaar door in een kippenhok op zoek naar God, al zal hij zelf nadien beweren dat God op zoek was naar hem, niet omgekeerd. Alweer overkomen de dingen hem, eerder dan dat hij ze zelf initieert. Als hij terugkeert van het klooster zoekt hij troost bij de vrouw van Beckers, een van zijn collega’s bij de C-ploeg.
 
Maar ook tot vreemdgaan is hij niet echt in staat. Hij keert terug naar zijn vrouw, maar die is tegen dan al lang klaar met haar Pool. Ze neemt haar valies en gaat op zoek naar een beter leven. De Pool onderneemt nog een ultieme poging om hetzelfde te bereiken. Hij trekt naar Oekraïne met een georganiseerde reis, op zoek naar een nieuwe vrouw. Het lukt hem zelfs, hij bouwt een nieuwe relatie op, maar het is evengoed onevenwichtig en onoprecht.
 
Grunberg bewijst hier nogmaals wie in de Nederlandstalige letteren de grootmeester is in het etaleren van de menselijke onmacht, van het uitpuren en op de spits drijven van de bodemloze kluchtigheid van ons bestaan. En bovenal ook van de onuitputtelijke wens van de mens om zich te accorderen met wat sociaal wenselijk is. In alles is het alsof De Pool een rol speelt: hij is geen vader, maar doet alsof, hij is geen brandweerman, maar doet alsof, hij is geen echtgenoot noch een minnaar, maar doet alsof.

Hij is geen goede man.
Hij doet alsof.
 
Arnon Grunberg: Goede mannen, Nijgh en Van Ditmar, Amsterdam 2018, 509 p. ISBN 9789038805351. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 4, APRIL 2019

Confituurwijk

Femke Vindevogel

De dood en het voorjaar

Mercè Rodoreda

De grote angst in de bergen

Charles-Ferdinand Ramuz

Een kamer met een tafel en schrijfgerei

Ivo van Strijtem

Het nabestaan van Anna Portier

Judith Maassen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 4, APRIL 2019

De vloek van de vliegende Olifantes

Kate DiCamillo

De wolf komt echt niet

Myriam Ouyessad, Ronan Badel (ill.)

Haast

Stéphane Servant, Rébecca Dautremer (ill.)

Ik mis me. Boek bij de film Nous Trois

Wally De Doncker

Wolinoti, het houten kind

Dimitri Leue, Vanessa Verstappen (ill.)

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri