Vertaald proza

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2019

Linda Boström Knausgård: Welkom in Amerika

door Romain John van de Maele

De nasleep van een ingebeelde vadermoord
 
De Zweedse schrijfster Linda Boström Knausgård (1972) debuteerde in 1998 met de dichtbundel Gör mig behaglig för såret. In 2011 brak ze door met een bundel korte verhalen, Grand Mal, en haar korte roman Helioskatastrofe (2013) verscheen in 2014 in het Nederlands onder de titel De val van Helios. Linda Boström, die aan een bipolaire stoornis lijdt, schrijft ook kronieken voor het blad Ystads Allehanda, en ze was tot 2016 getrouwd met de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård. Dat ze na de scheiding toch nog de naam van haar ex aan haar eigen familienaam toevoegt, heeft wellicht te maken met een weloverwogen marketingstrategie. Haar nieuwe roman Välkommen till Amerika (2016) werd vrij snel vertaald in het Engels, het Duits en het Nederlands.
 
Welkom in Amerika is een korte roman over een ingebeelde vadermoord en andere trauma’s. Het ik-verhaal van Ellen, een meisje dat opgroeit in een kerngezin dat uit elkaar spat, wordt in een ware éciture automatique-stijl afgehaspeld. De schrijfster stapelt de beelden en gebeurtenissen in korte zinnen op, zonder pauze, en de verleden tijd gaat bijna geruisloos over in de tegenwoordige tijd en omgekeerd. Vanaf de eerste alinea wordt haar probleem samengevat: ze is erfelijk belast. Nu hult ze zich in een halsstarrige stilte, vroeger vertelde ze dingen die niet klopten. Haar broer zondert zich af en gedraagt zich bizar. Zelf gaat ze gebukt onder de twijfel. Hun vader is dood, en zij heeft ‘hardop aan God gevraagd om papa dood te laten gaan en toen deed hij dat.’ Ellen gaat ervan uit dat haar woorden veel macht hadden, en wellicht is het daarom dat ze nu zwijgt.
 
Het was niet altijd kommer en kwel: vroeger ging ze met haar moeder, een actrice, naar het theater, en ze heeft goede herinneringen aan de laatste rol die ze haar zag vertolken, die ‘van een gevallen vrijheidsgodin die emigranten welkom heette in Amerika.’ Al snel blijkt Ellens moeder ook thuis een gevallen godin te zijn. Vroeger verlangde Ellen altijd naar haar, en als ze huilde, wilde ze haar helpen, ‘maar haar tranen waren zo veel sterker.’ Nu ontwijkt ze haar moeder. In haar dromen hoorde ze haar vader vragen wat er met haar stem aan de hand was, en ook al was hij dood, toch moest ze hem geruststellen. Maar ze negeerde zijn vragen, zoals ze de blik van haar moeder begon te ontwijken. Vroeger had ze zich niet schuldig gevoeld, toen ze haar vader dood wenste. ‘Het was de beste oplossing.’ Ze voelde zich soms wel schuldig omdat hij eenzaam was. Moeder had hem de deur gewezen. Wanneer haar broer haar iets vraagt, doet ze dat zonder aarzelen, want ze is bang ‘voor de vingers in [haar] nek.’ Geweld lijkt ook een erfelijke factor te zijn.
 
Ellen heeft niet alleen de dood van haar vader gewenst, ze had het gevoel dat ze haar moeder misschien tot waanzin dreef door haar zwijgen. ’s Avonds bad ze altijd het zelfde gebed: ‘Lieve God die in de hemel zijt. Ontferm u over mijn moeder. Maak haar gelukkig en laat haar niets overkomen. Amen.’ God had haar op haar wenken bediend toen ze haar vader dood wenste, en later dacht ze: ‘Papa’s dood was een triomf voor mij en God. Het was ons eerste gezamenlijke project.’ Haar vader was plots veranderd tijdens een verblijf in hun buitenhuis, hij dronk er onophoudelijk en begon liederen te zingen uit de film Cabaret. Later werd hij ook gewelddadig. Dat werd als een bedreiging ervaren en haar moeder had hem de deur gewezen.  
 
Het lijkt erop dat Ellen met een vraag worstelt die ook Doktor Glas in de gelijknamige roman (1905) van de Zweedse schrijver Hjalmar Söderberg (1869-1941) bezighield: mag men iemand doden om iemand anders te redden? Het standaardantwoord is neen, maar een andere Zweedse schrijfster, Kerstin Ekman (1933), die het verhaal van Söderberg in de roman Mordets praktik (2009) heeft verwerkt, heeft erop gewezen dat het een vraag is die niet met ja of neen kan worden beantwoord: ‘Medelijden is een vrouwelijke eigenschap die tot catastrofes kan leiden.’ (mijn vertaling)
  
De ingebeelde vadermoord kan als de keerzijde van Ellens medelijden worden geïnterpreteerd. Het meisje groeide op in een omgeving die met de theaterwereld was verbonden, en kunstenaressen moesten wel vaker tegen zichzelf en hun omgeving worden beschermd, zoals overduidelijk blijkt uit Den sårade divan (2015) van de Zweedse historica Karin Johannisson (1944-2016). Die bescherming viel vaak negatief uit, zoals dat ook het geval was met de bescherming die de moeder van Ellen aan haar dochter trachtte te geven. Tussen welvaart en welzijn kan geen gelijkheidsteken worden geplaatst, ook niet in het vooruitstrevende Zweden. Lichte façades verhullen soms donkere kamers.
 
Linda Boström Knausgård: Welkom in Amerika, De Geus, Amsterdam 2018, 119 p., ISBN 9789044539127. Vertaling van Välkommen till Amerika door Maydo van Marwijk Kooy. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2019

Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis

Ahmet Altan

Kamer in Oostende

Koen Peeters

Lief slecht ding

Frank Keizer

Onrustige dagen

F.B. Hotz, Thomas Heerma Van Voss (sam.)

SS Proleterka

Fleur Jaeggy

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2019

* De eerste avonturen van de Rode Ridder, 1959-1961

Een ridder voor alle seizoenen

De boom met het oor

Annet Schaap, Philip Hopman

Mijn mama

Annemarie van Haeringen

Poëzie hardop

Hans Hagen, Monique Hagen, Maartje Kuiper (ill.)

Twee maal op reis door het brein.

Verdwalen in Breinstein of inzicht in het hoofd

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri