Nederlands proza

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2019

Matthias Rozemond: Het spel van licht en donker

door Jooris van Hulle

Over de tekeningen die Rembrandt maakte van Elsje Christiaens, schreef Margriet de Moor de indringende roman De schilder en het meisje (2010). Ik heb vaak aan deze roman teruggedacht bij de lectuur van Het spel van licht en donker van Matthias Rozemond. De Moor opent haar roman met het beeld van de schilder, die zich op het moment dat zowat iedereen in Amsterdam naar buiten is gekomen om de terechtstelling van het meisje bij te wonen, heeft teruggetrokken en meer begaan is met de kleurenextracten die hij moet zien te vinden om zijn schilderij (bedoeld is hier ‘Het joodse bruidje’) te vervolmaken.  
 
Aan het slot van Het spel van licht en donker, de roman waarin Rozemond focust op de jongelingsjaren van Rembrandt, wordt de terechtstelling van Aris Kindt, de aan lager wal geraakte jeugdvriend van de schilder, beschreven. Hoe Rembrandt erop reageert, tekent de kunstenaar die hij was, ten voeten uit:  
 
‘Het liefst keerde hij de uitgelaten massa de rug toe. Hij zei het toen, hij zei het nu: hij was een tevreden mens, zolang hij maar kon schilderen en gevrijwaard bleef van grote zorgen.’
 
We schrijven midden de jaren 1650 op dat moment, de periode dat Rembrandt zoekende is, zeker als het erop aankomt zichzelf een plaats te verwerven binnen de maatschappelijke structuren die toen meer dan ooit de rangorde binnen het schildersgild bepaalden. In wezen was het – en dan ben je al snel geneigd te denken: net als tegenwoordig – een nooit eindigende paringsdans tussen macht en cultuur, een spel van ‘ons kent ons’ om erkend te worden als kunstenaar. Dat Rembrandt binnen deze context altijd zichzelf is gebleven en zijn ‘spel van licht en donker’, het clair-obscur dat in het spoor van Caravaggio zijn waarmerk zou worden, steeds verder is blijven uitpuren, maakt van hem een van de grootste kunstenaars aller tijden.
 
Matthias Rozemond heeft zich, middels gedegen archiefstudie over het Leiden van de zeventiende eeuw, dat het kader vormt voor Rembrandts jeugd (stad was verdeeld door godsdiensttwisten), ten volle ingeleefd in de persoonlijkheid van de schilder. Vooral zijn vriendschap met Jan Lievens (1607-1674) komt in beeld, toentertijd een van de succesvolste en meest bejubelde schilders. Rembrandts wording als kunstenaar wordt vooral gezien vanuit het tegenlicht met de figuur van Lievens. Rozemond verwoordt het zo:  
 
‘En toch, - Rembrandt kon er onmogelijk de ogen voor sluiten – lag om zijn vriendschap met Jan een rouwrand van naijver.’
 
In wezen kwam het er voor de jonge Rembrandt, wiens financiële armslag duidelijk beperkt was, op aan zich los te wrikken van de versmachtende greep die Lievens op hem had en die tot uiting kwam in de kleinerende manier waarop die het werk van Rembrandt de grond inboorde, vooral dan omdat zijn werken te donker waren. Mede door toedoen van Constantijn Huygens, die hier ten tonele wordt gevoerd als gewiekst diplomaat en Rembrandt introduceert in Den Haag, en galeriehouder Uylenburgh die hem nadien naar Amsterdam brengt, vindt Rembrandt het spoor dat hij voor zichzelf heeft willen uittekenen.
 
Dat Rozemond ook oog en oor heeft voor de diepere emotionele kant – het boek is inderdaad veel meer dan een puur schilderkunstige benadering – maakt van Het spel van licht en donker een overtuigend ‘document humain’. Hoe Rembrandt een
affaire begint met Machteld, het liefje van Lievens, kan bv. worden gezien als een manier om zijn vriend partij te bieden. En de voorzichtig ontluikende liefdesrelatie met Saskia, het nichtje van Uylenburgh, zal bij heel wat lezers het beeld oproepen van de grote liefde uit Rembrandts leven. De slotzin van de roman zegt veel in dit verband: ‘Voor zichzelf dacht hij: van jou ga ik elke dag een tekening maken.’ Er is de kunstenaar Rembrandt, er is de mens Rembrandt. Matthias Rozemond slaagt erin de volheid van de persoon in kaart te brengen in een roman die het niet moet hebben van literaire hoogstandjes, maar in een vlotlezende vertelling veel te bieden heeft.
 
Matthias Rozemond: Het spel van licht en donker, Luitingh-Sijthoff, Amsterdam 2018, 365 p. ISBN 9789024576814. Distributie VBK België

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2019

Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis

Ahmet Altan

Kamer in Oostende

Koen Peeters

Lief slecht ding

Frank Keizer

Onrustige dagen

F.B. Hotz, Thomas Heerma Van Voss (sam.)

SS Proleterka

Fleur Jaeggy

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2019

* De eerste avonturen van de Rode Ridder, 1959-1961

Een ridder voor alle seizoenen

De boom met het oor

Annet Schaap, Philip Hopman

Mijn mama

Annemarie van Haeringen

Poëzie hardop

Hans Hagen, Monique Hagen, Maartje Kuiper (ill.)

Twee maal op reis door het brein.

Verdwalen in Breinstein of inzicht in het hoofd

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri