Vertaald proza

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2019

Alice Zeniter: De kunst van het verliezen

door Sigrid Jacobs

De kunst van het verliezen, de roman waarmee de Franse Alice Zeniter al drie literaire prijzen won, is het verhaal van een lastige geschiedenis. In het boek, dat in drie delen is opgedeeld, vertelt Zeniter het verhaal van een Algerijnse familie die in 1962, als Algerije onafhankelijk wordt, naar Frankrijk vlucht. De drie delen van het boek stemmen grosso modo overeen met de drie generaties die in de roman aan het woord worden gelaten: grootvader Ali, vader Hamid en kleindochter Näima, vanuit wier perspectief het verhaal vertrekt.

In het Algerijnse dorp waar Naïma’s familie vandaan komt, is Ali door toeval een belangrijke werkgever geworden, een notabele bijna. Hij is ook oorlogsveteraan: in de Tweede Wereldoorlog heeft hij, net als vele andere Algerijnen, meegevochten aan de zijde van de Fransen. Hoewel de verhoudingen tussen de ‘echte Fransen’ en de Franse Algerijnen zeker niet onproblematisch zijn, vindt Ali de situatie wel oké zo. Hij heeft een gezin, hij heeft aanzien – hij vindt zijn leven best te pruimen. Als er in 1954 een beweging in opstand komt tegen de Franse koloniale macht, heeft Ali vooral schrik voor de gevolgen hiervan op het kwetsbare evenwicht in de Algerijnse samenleving.
 
Hoewel Ali in theorie sympathie kan opbrengen voor de opstand, beseft hij al snel dat de leden van het FLN voornamelijk gewelddadige bruten zijn die er niet voor terugschrikken om iedereen die niet actief aan hun revolutie meewerkt door het hoofd te schieten. Pragmatisch als hij is, besluit Ali de kant te kiezen van degene die zijn familie op dat moment de meeste bescherming kan bieden. Hij wordt een ‘harki’: een Algerijn die de Fransen helpt bij de bestrijding van het Nationaal Bevrijdingsfront. Ali geeft beperkte informatie door aan de Franse officieren die hij kent, levert voornamelijk onschuldige hand- en spandiensten waarmee hij (naar zijn aanvoelen) niemand in gevaar brengt, maar als Algerije in 1962 onafhankelijk wordt en de macht in handen komt van het FLN, wordt zijn situatie zo penibel dat hij besluit samen met zijn gezin het land te ontvluchten.
 
Wat daarop volgt, is het tragische verhaal van de Franse vluchtelingenkampen waarin Ali’s kinderen al snel leren dat het beter is om vaag te blijven over de rol van hun vader in de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd. Het gezin wordt uiteindelijk gehuisvest in Normandië, waar ze terechtkomen in een grauw appartementsgebouw samen met andere Algerijnse vluchtelingen. Van dan af wordt vooral gezwegen over de familiale geschiedenis: door Ali, omdat hij zijn kinderen een nieuw leven wil geven, en door Hamid, de oudste zoon, die zich schaamt om de rol van zijn vader. Als Naïma, Hamids dochter, voor haar werk naar Algerije moet reizen, gaat ze op zoek naar haar dubbele identiteit en het verhaal van haar vader.
 
De kunst van het verliezen is een lastige geschiedenis, omdat de roman niet alleen gewelddadige koloniale structuren blootlegt (een onderwerp dat zowel in het Franse als in het overige Europese bewustzijn graag onaangeroerd blijft), maar ook omdat het focust op het lot van de harki’s, een groep die in Algerije beloond werd met ‘de Kabylische glimlach’ (een verticaal doorgesneden keel) en in Frankrijk als gevangenen behandeld werd. De roman is daarbij niet enkel interessant als blik op een tot nog toe weinig geëxploreerde geschiedenis, maar benadrukt ook de verbanden en gelijkenissen met actuele conflicten in het Midden-Oosten, de huidige vluchtelingenstroom en de manier waarop Europa daarmee omgaat.
 
De nuance en verfijndheid waarmee Zeniter het verhaal van Ali’s familie vertelt, is zonder weerga en is, in deze tijden van maatschappelijke polarisatie, meteen ook de grootste troef van de roman. Hoewel De kunst van het verdwijnen een lijvig boek geworden is, zorgt Zeniters duidelijke en toegankelijke vertelstijl er toch voor dat het geen boek is dat afschrikt, maar waar je, integendeel, doorheen vliegt. Tezelfdertijd schrijft ze voortdurend zinnen die je wil onthouden, waardoor je op den duur bijna hele pagina’s markeert. Zeniter wordt daarom terecht als een van de grote opkomende talenten van de Franse literatuur gezien.
 
Ik heb gezocht naar een citaat dat het meest representatief is voor de roman, kon niet kiezen, maar koos uiteindelijk het volgende:
 
‘Ze [de kinderen van Ali] moeten niets hebben van de wereld van hun ouders, een wereldje net zo groot als de afstand tussen de flat en de fabriek, of tussen de flat en de winkels. Een wereld die zich in de zomer nauwelijks opent als ze naar hun oom Messaoud in de Provence gaan, en na een zonovergoten maand weer sluit. Een wereld die niet bestaat, omdat het een Algerije is dat niet meer bestaat of nooit echt heeft bestaan, maar aan de rand van de Franse samenleving tot nieuw leven is gewekt. Ze willen een volwaardig leven, niet overleven. En bovenal willen ze niet meer dankjewel hoeven te zeggen voor de kruimels die ze toegeworpen krijgen. Ja, dat is wat ze tot nu hebben gehad: een leven vol kruimels. Meer heeft hij zijn gezin niet kunnen bieden.’
 
Als een mes in de Franse wonde, lijkt me.
 
Alice Zeniter: De kunst van het verliezen, De Arbeiderspers, Amsterdam 2018, 479 p. ISBN 9789029525701. Vertaling van L'art de perdre door Marijke Arijs, Floor Borsboom en Martine Woudt. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 3, MAART 2019

De bijzondere syntaxis van onvertaalbare locuties

Jacques Derrida en Veva Leye

De ontembare

Guillermo Arriaga

Fantoommerrie

Marieke Lucas Rijneveld

Nachtouders

Saskia de Coster

Wijzigingen bijhouden

Sayed Kashua

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 3, MAART 2019

De kleur van de zon

David Almond

In de voetsporen van Karel Daarwind

Mārtiņš Zutis

Merel

Sarah Moon

Oma Vogeltje

Benji Davies

Wat ik de bomen wil vertellen

Enzo Pérès-Labourdette

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri