Nederlands proza

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2019

Peter Terrin: Patricia

door Tom Rummens

Dat Peter Terrin bouwt aan een bijzonder oeuvre wisten we al een hele tijd. Met romans als De bewaker, Post mortem, Monte Carlo (2014) en Yucca (2016) zette hij zijn lezers telkens op een ander been, al blonken ze telkens uit in een ontzagwekkend literair meesterschap. Met Patricia voegt hij daar een literaire thriller aan toe die je niet anders dan in één keer en van kaft tot kaft kan lezen. Traag, omdat je Terrins taal wil proeven, omdat je voelt dat elk detail ertoe zou kunnen doen, maar ook snel, omdat je wil weten waar dit allemaal toe gaat leiden.
 
Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van de knappe, negenendertigjarige Astrid. Ze komt niks te kort. Ze heeft een spannende baan als organisator van grote evenementen, is samen met de al even succesvolle David, en bovenal moeder van een schattige zoon. Maar op een dag laat ze haar Iphone in het bad vallen, en dat kleine ongeluk is een trigger voor een steeds vreemder wordende aaneenschakeling van vluchtpogingen. Astrid beseft plots dat ze onbereikbaar en dus ook onafhankelijk is. Ze laat haar zoontje achter in het bad, verlaat het huis en ontvlucht haar schijnbaar volmaakte burgerleven.
 
Waarom ze dat precies doet, wordt eigenlijk nooit duidelijk en Terrin slaagt er ook in om die nochtans prangende vraag steeds vakkundiger naar de achtergrond van zijn roman te verdrijven. Dat vind je als lezer slechts sporadisch irritant, want veel interessanter is het feit dat Astrid niet echt vlucht, maar ook niet echt terugkeert naar haar thuisbasis. Ze cirkelt rond haar huis, zoekt een vriendin van vroeger op en beleeft een kortstondige romance met een jonge man, maar evengoed keert ze geregeld terug naar het huis waar ze vandaan komt. Ze dringt er zelfs opnieuw in binnen, wanneer ze vermoed dat niemand haar kan zien.
 
Als een buitenstaander kijkt ze naar haar eigen leven, en wordt de omgeving die haar zo vertrouwd is, plots heel erg vreemd en onherkenbaar. Vertrouwdheid is nochtans het sleutelwoord in haar leven, haar buurt en haar omgeving, dat maakt Terrin al in de openingsalinea duidelijk:
 
‘Ik trok de deur van het huis dicht. Ik deed het precies zoals altijd, met op het eind een vinnige ruk. Ik liep beheerst het paadje af en ontgrendelde vanaf dezelfde afstand mijn auto. Als de zoon van de overburen in zijn kamer was, zou hem niets opvallen, alles klonk zoals het anders klonk. Ik startte de wagen, deed mijn veiligheidsgordel om en reed weg.’
 
Hoe hard verzonken in dagelijkse gewoontes als Patricia begint, hoe intensiever Astrid en haar leven vervolgens in opperste vervreemding verdwijnen. Tot, op een bepaald moment, al ver over de helft van het boek, de vervreemding het zelfs overneemt van de verklaarbare realiteit, en we terechtkomen in een vertelling waarin niks nog waar blijkt te zijn. Alles waarop Astrid kon vertrouwen wordt haar vreemd. Niets is nog wat het altijd leek te zijn, het leven is een zinsbegoocheling. Een zinsbegoocheling die Terrin ontzettend goed weet te beschrijven, met oog voor elk detail. Want dat blijft in het grillige oeuvre van Peter Terrin dan toch een certitude: er zijn maar weinig pennen in de Nederlandstalige letteren die door zo’n trefzekere hand worden vastgehouden.
 
Peter Terrin: Patricia, De Bezige Bij, Amsterdam 2018, 207 p. ISBN 9789403135403. Distributie Standaard Uitgeverij 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

De grote verkilling

Geert van Istendael

Kamers antikamers

Niña Weijers

Verlaten

Jane Harper

Verwondering

Aharon Appelfeld

Winterlaken

Micha Andriessen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2019

Adres onbekend

Susin Nielsen

Mag je haaien aaien?

Katrijn De wit, Inge Rylant (ill.), Laura Bergans (design)

Niet te stoppen

Angie Thomas

Ploef

Espen Dekko, Mari Kanstad Johnsen (ill.)

Zo slapen dieren

Jiří Dvořák, Marie Štumpfová (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri