Nederlands proza

BOEKEN NR. 2, JANUARI 2019

Guido Snel: De Mirreberg

door Ine Kiekens

Het recentste boek van Guido Snel, auteur en docent Europese literatuur aan de Universiteit Amsterdam, heeft als intrigerende en enigmatische titel De mirreberg. ‘De mirreberg’ is geen poëtische beeldspraak van Snel zelf, maar een concept dat al eeuwenlang binnen de christelijke cultuur gekend is.* In het Bijbelse ‘Hooglied’, waarin op sensuele wijze de liefde tussen een bruid en bruidegom wordt bezongen, wordt het volgende over de mirreberg gezegd:

‘Hij: “Mijn liefste, wat ben je mooi! Ik vind je zo mooi! Je hebt de ogen van een duif, zo tussen je lange haar. En je haar golft als een kudde geiten die op de bergen van Gilead graast. […] Als de dag aanbreekt en het donker verdwijnt, ga ik naar jou: een berg van mirre, een heuvel van wierook.’ (Hooglied 4:1-6)

Het ‘Hooglied’ is een veel becommentarieerde tekst en ook de passage over de mirreberg is in de afgelopen eeuwen frequent geanalyseerd. Vanaf de 12de eeuw wordt de mirreberg pas toegankelijk beschouwd wanneer de mens zijn zonden achter zich heeft gelaten en over een zuiver hart beschikt. Een hoogtepunt kent de interpretatieleer van de mirreberg onder Gerardus Zerbolt van Zutphen, die als Moderne Devoot uit de 14de eeuw verschillende betekenissen aan de mirreberg toekent. Centraal staat evenwel ook voor hem de boetvaardigheid die de mens aan de dag moet leggen alvorens de berg van mirre kan worden beklommen.

Afgaand op de titel lijkt de roman van Snel sterk religieus getint, maar in de kernzin op de achterflap van het boek wordt religie niet expliciet vermeld:
 
‘De kunst, het leven en de dood verbeeld in een meesterlijk drieluik’.

Kunst vormt inderdaad de hoofdmoot van deze roman die als een triptiek uit drie delen is opgesteld. In het eerste deel maken we kennis met Edgar Auerbach, een kunsthistoricus die na de Tweede Wereldoorlog in Europa aan de slag gaat om kunstschatten die door de nazi’s zijn geroofd, weer aan hun rechtmatige eigenaars te bezorgen. In het tweede deel zijn we in het jaar 1500 beland, waar we kapitein Piri volgen op zijn scheeptocht langsheen de kusten van de Middellandse Zee. Hij heeft als opdracht de kustlijn zo nauwkeurig mogelijk in kaart te brengen en vertrouwt daarbij op Aaquib, een leerling-schilder die hem onder meer met de idee van de mirreberg laat kennismaken. Het derde deel portretteert de laatste jaren van Karen, kunstenares en dochter van Auerbach. Via haar komen we te weten welke impact de erfenis van een afwezige vader op zijn kinderen kan nalaten.

Opvallend is hoe de personages in alle drie de verhalen kunst concipiëren als een manier om met het leven om te gaan, maar ironisch genoeg zijn het net kunstwerken die hen (mede) tot fatale beslissingen aanzetten. Een laatste contemplatie van Christus in het voorgeborchte, dat Auerbach in zijn latere kunsthistorische studies centraal plaatste, zet de man ertoe aan zich een kogel door het hoofd te schieten; het schilderen van het voorgeborchte brengt de schilder tot waanzin waarna hij zich eveneens van het leven berooft; en het bestuderen van haar eigen Venetië-doeken zorgt ervoor dat schilderes Karen haar schilderijen in vlammen laat opgaan, waarbij ze zelf ei zo na het leven laat.

Hoewel kunst in De mirreberg centraal staat, is religie allerminst afwezig. In de eerste plaats zijn er de expliciete verwijzingen – waaronder het thema van de minneberg en de afdaling van Christus in het voorgeborchte – maar nog interessanter zijn de impliciete vragen die uit de roman voortvloeien. Wat drijft Auerbach precies ertoe om zelfmoord te plegen voor Christus in het voorgeborchte? Er zijn verschillende mogelijkheden, maar een piste waarbij het schuldbesef centraal staat, lijkt me het overwegen waard. Al uit de eerste pagina’s van de roman blijkt dat Auerbach gekweld wordt door het overlijden van zijn joodse vriendin Emilia in de Tweede Wereldoorlog. Zij mist de trein die haar uiteindelijk met hem in Amerika zou herenigen:

‘Sommigen redden zichzelf, andere klampten zich aan weer anderen vast, sommige grepen mis.’

Auerbach mislukt met andere woorden in zijn poging om Emilia te redden. Hij is geen redder zoals Christus, en daarmee wordt hij nadrukkelijk geconfronteerd wanneer hij Christus in het voorgeborchte bekijkt. Daarop reikt Christus de hand aan een vrouw, met wie hij volgens Auerbach de liefde zou hebben bedreven, en die hij uiteindelijk – samen met de andere zielen – uit het voorgeborchte zal bevrijden. Een dergelijke redding was voor Emilia niet weggelegd. Auerbach is dan ook een gefaalde Christus die zijn lot moet zien te aanvaarden. Dat valt Auerbach enorm zwaar en hij kiest uiteindelijk voor de meest radicale oplossing door zichzelf het leven te ontnemen.

De mirreberg is een complexe roman die een rijkdom aan thema’s en toespelingen bevat. Snel heeft ervoor geopteerd om realiteit en fictie met elkaar te vermengen waardoor je constant het gevoel hebt dat het verhaalde ook echt gebeurd is – en je vlug even Wikipedia wilt checken omdat je bang bent dat je van een bepaald (kunst)historisch ‘feit’ niet op de hoogte bent. De auteur heeft een overtuigende pen en weet de lezer van begin tot einde te boeien. De drie verhalen zijn ingenieus in elkaar vervlochten en als lezer ben je bijzonder nieuwsgierig naar het einde van het boek om te weten hoe alles uiteindelijk samenkomt.

Helaas laat Snel ook een paar mooie kansen liggen: de links tussen de delen 1 en 2, en de delen 1 en 3 heeft hij mooi in kaart gebracht, maar de link tussen 2 en 3 had hij nog verder kunnen uitpuren. Daarnaast brengt hij zijn verhaallijnen soms in onevenwicht door op het ene moment zijn beschrijvingen te expliciet uit te spinnen, terwijl hij op andere momenten te veel ruimte laat voor vrije interpretaties. <br />
Desalniettemin is het Snels grootste verdienste een bijzonder gelaagd boek te hebben geschreven dat je niet meteen wilt loslaten. De mirreberg komt alvast op mijn lijstje van romans die het waard zijn om een tweede keer te lezen.

* Voor de beschrijving van het beeld over de mirreberg in de late middeleeuwen, heb ik me gebaseerd op het boek Gerardus Zerbolt van Zutphen, Geestelijke opklimmingen. Een gids voor de geestelijke weg uit de vroege Moderne Devotie. Vertaald, ingeleid en toegelicht door R. Th. M. van Dijk. Amsterdam: Amsterdam University Press, 2011. Het gaat om een bijzonder lezenswaardig boek dat ik iedereen aanraad die in de laatmiddeleeuwse spiritualiteit van de Lage Landen geïnteresseerd is.

Guido Snel: De mirreberg, De Arbeiderspers, Amsterdam, 2018, 368 p. ISBN 9789029505413. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

De grote verkilling

Geert van Istendael

Kamers antikamers

Niña Weijers

Verlaten

Jane Harper

Verwondering

Aharon Appelfeld

Winterlaken

Micha Andriessen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2019

Adres onbekend

Susin Nielsen

Mag je haaien aaien?

Katrijn De wit, Inge Rylant (ill.), Laura Bergans (design)

Niet te stoppen

Angie Thomas

Ploef

Espen Dekko, Mari Kanstad Johnsen (ill.)

Zo slapen dieren

Jiří Dvořák, Marie Štumpfová (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri