Nederlands proza

BOEKEN NR. 2, JANUARI 2019

Reggie Baay: Het kind met de Japanse ogen

door Jo Vanderwegen

Met Het kind met de Japanse ogen heeft Reggie Baay (1955) een beklijvend document geschreven over een man (hijzelf) die op zoek gaat naar de wortels van het trauma van zijn vader. Die liggen in het Indonesië van de jaren veertig van de vorige eeuw: de vader van de auteur komt als jongeman terecht in het koloniale leger, belandt in het Japanse krijgsgevangenenkamp en wordt ten slotte tewerkgesteld aan de Birma-spoorlijn. Na ruim drie jaar raakt hij vervolgens verwikkeld in de onafhankelijkheidsstrijd van zijn geboorteland en daarna, op de vlucht, in Nederland, waar de herinneringen aan het verleden hem opjagen. 
 
In dat Nederland kunnen de Nederlanders zelf zich geen beeld vormen van wat er zich in Azië afspeelde – de Indo’s vinden dus amper gehoor voor hun oorlogstrauma’s. Ze hullen zich dan maar liever in stilzwijgen, ook tegenover hun kinderen. Wanneer Reggie Baay op zolder oude foto’s vindt van zijn ouders in het toenmalige Indië, reist hij af naar de plaatsen waar zijn vader de eerste jaren van zijn huwelijk beleefde, alsook naar de plekken waar de gruwelijkheden plaatsvonden. Zijn beide ouders zijn inmiddels overleden, maar met de reis hoopt Baay in contact te komen met mensen die hen kenden in Indonesië.
 
Het kind met de Japanse ogen wordt gepresenteerd als een documentaire roman – historische feiten afgewisseld met fictionele gesprekken (bijvoorbeeld tussen zijn moeder en vader), die weliswaar authentiek hadden kunnen zijn. In de opzet doet dit werk dan ook meteen denken aan De tolk van Java, van Alfred Birney. Daarin beschrijft Birney het verleden van zijn Indo-vader, en dan vooral ook de gevolgen die het meemaken van die gruwelijkheden hadden op de volgende generatie. 
 
Gedetailleerde beschrijvingen van pijnigingen zoals bij Birney moet de lezer van Reggie Baay niet verwachten, maar de boeken zijn toch goed vergelijkbaar. Eindelijk immers klinkt de stem van de Indo die mee moest vechten in de Tweede Wereldoorlog – eerst mét de Nederlanders, en dan tégen hen, om tot slot als een paria in Nederland een plek te moeten vinden. Hoewel zij die vochten jarenlang zwegen, weegt het juk van de vernederingen nog steeds zwaar op de generaties die volgden. Die zijn immers getekend door het gedrag dat voortvloeide uit de verschrikkelijke oorlogsbeelden die hun vaders met zich meedroegen – nachtmerries en woedeaanvallen om een kleinigheid kenmerkten hun dagelijkse doen en laten.
 
Reggie Baay’s werk leest als het verslag van een hernieuwde kennismaking met zijn ouders; de auteur beschrijft hen met mededogen en begrip. Bovendien weet hij de gevoeligheden te raken in heldere en meeslepende taal. Met Het kind met de Japanse ogen is Baay dan ook niet aan zijn proefstuk toe. Onder meer met De njai. Het concubinaat in Nederlands-Indië en Daar werd wat gruwelijks verricht. Slavernij in Nederlands-Indië toonde hij al eerder zijn talent op literair vlak. Naast een bron van wetenschappelijk onderzoek is zijn werk ook simpelweg goed geschreven, vlot leesbaar en in beeldend taalgebruik. Bovendien getuigt ook zijn jongste boek van een enorme betrokkenheid bij het onderwerp. Zo is Baay zelf het kleinkind van een njai, en is hij de zoon van zijn vader, hoofdfiguur in Het kind met de Japanse ogen.
 
Baay springt heen en weer in de tijd – beschrijvingen van het lot van zijn vader wisselen af met de ontmoetingen die hijzelf heeft met mensen die zijn ouders kenden toen ze jong waren (en in Indonesië woonden) en eigen jeugdherinneringen. Het is ontroerend om te lezen hoe Baay vroegere dorpsgenoten ontmoet of op de plek komt te staan waar zijn vader ooit hard labeur verrichte in opdracht van de Japanse bezetter. Langzaamaan worden de verhalen die hij hoorde van ooms en tantes op visite tijdens zijn vroege jeugd, voorzien van beelden en details. Het geheel vormt een stevige constructie, hoe pijnlijk de revelaties van oude Indo’s of van KNIL-militairen soms ook zijn.
 
Het kind met de Japanse ogen is een belangwekkende getuigenis van een nog steeds onderbelichte kant van de Tweede Wereldoorlog. Enerzijds zijn er immers de belevenissen van de vaders in de oorlog, anderzijds tonen boeken als die van Baay (en Birney) aan wat een enorme impact die oorlogsellende heeft op de kinderen van de militairen die heen en weer geslingerd werden tussen afkomst en plicht. Het kind met de Japanse ogen vormt een essentiële pijler bij het creëren van een volledig beeld van wat er zich in de Tweede Wereldoorlog afspeelde.
 
Reggie Baay: Het kind met de Japanse ogen, Atlas/Contact, 384 p. ISBN 9789025453374. Distributie VBK België 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

De grote verkilling

Geert van Istendael

Kamers antikamers

Niña Weijers

Verlaten

Jane Harper

Verwondering

Aharon Appelfeld

Winterlaken

Micha Andriessen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2019

Adres onbekend

Susin Nielsen

Mag je haaien aaien?

Katrijn De wit, Inge Rylant (ill.), Laura Bergans (design)

Niet te stoppen

Angie Thomas

Ploef

Espen Dekko, Mari Kanstad Johnsen (ill.)

Zo slapen dieren

Jiří Dvořák, Marie Štumpfová (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri