Interview

BOEKEN NR. 3, MAART 2019

Eleonore Milbou in gesprek met Asis Aynan: ‘Poëzie heeft meer nieuwswaarde dan het nieuws’

door Eleonore Milbou en Asis Aynan




Vallende tijd,
het tiende en laatste boek in de Berberbibliotheek, een initiatief van Asis Aynan en Hester Tollenaar, is een buitenbeentje. De poëziebundel brengt het werk van vier Riffijnse dichters bij elkaar. ‘Als je met een gerust geweten wil zeggen dat je een Berberbibliotheek samenstelt, dan kan je deze gedichten vandaag niet passeren’, zegt Asis Aynan.

Eleonore Milbou: Vallende tijd is het tiende en laatste werk in de Berberbibliotheek. Waarom juist deze bundel?
Asis Aynan: ‘Hester Tollenaar en ik spraken in 2010 voor het eerst over het project-Berberbibliotheek. We wilden de Clausen van Noord-Afrika een platform geven en de klassiekers, vooral romans, brengen. Vallende tijd is een buitenbeentje, maar was noodzakelijk gezien de actualiteit. In 2016 haalde de situatie in de Rif wereldwijd het nieuws (toen de dood van een visverkoper uit Al-Hoceima de aanleiding was voor protesten in de hele Rif, EM). Daar kun je, als je bezig bent met een Berberbibliotheek op te bouwen, niet over zwijgen. De dictatuur in Marokko bereikt het nieuws hier veel te weinig en hoewel de opstand die toen begon, nog steeds voortduurt, wordt er nu opnieuw over gezwegen. We moesten ons dus afvragen hoe we Riffijnse auteurs hierover, via hun werk, aan het woord konden laten. En poëzie bleek zich daar het beste toe te lenen.’
 
Eleonore Milbou: Wat drukt poëzie uit dat in proza niet gezegd raakt?
Asis Aynan: ‘Ik denk niet dat poëzie zich per definitie leent tot protest. Je loopt het risico dat het zo abstract wordt dat je als lezer verloren loopt. Ik maakte me zorgen dat Joost Baars, die eindredacteur was voor Vallende tijd, niet zou begrijpen waar het om ging. Maar hij zei: dit is glasheldere poëzie. Als je de huidige situatie in de Rif wil begrijpen, moet je de krant niet lezen. Vorige maand nog is Gerbert Van der Aa (een freelance Afrika-journalist, EM) uit Marokko gezet. Hij ging schrijven over de Rif en dat mocht niet gebeuren. Maar deze vier auteurs, die nota bene in de jaren 1980 en 1990 schreven, kunnen dat wel. Wat zij beschrijven, gaat over vandaag. Deze poëzie heeft meer nieuwswaarde dan het nieuws.’
 
Eleonore Milbou: Een van de thema’s die bij elk van de vier auteurs terugkeert, is taal: het mogen of kunnen spreken.
Asis Aynan: ‘Inderdaad. In Marokko heeft men geprobeerd om het hele land te arabiseren en te islamiseren. In de grondwet staat dat Marokko twee landstalen heeft: het Arabisch en het Frans. De elite koos voor het Frans, maar het volk was zijn taal kwijt. Een auteur als Mohammed Chacha, die er in de jaren 1980 voor koos om in het Berbers te schrijven, is dus revolutionair. Meer dan de keuze voor een taal om je in uit te drukken, is het een vorm van cultureel zelfbehoud. Deze dichters maken moedig komaf met clichés over de Rif: dat het een achtergebleven regio is, met naïeve bergbewoners die van literatuur weinig begrepen hebben, maar enkel een orale traditie doorgeven. Deze poëzie verzet zich tegen het regime dat haar taal van de kaart heeft willen vegen.’
 
Eleonore Milbou: Door emigratie verliezen veel Berbers hun taal opnieuw.
Asis Aynan: ‘Dat lees je bijvoorbeeld in het gedicht De emigrant van Mohammed Chacha. Daarin zegt het personage over zijn kinderen:  
 
‘Het Berbers zijn zij vergeten
Nederlands spreken zij als water.’

Dat is geen commentaar tégen het Nederlands, maar juist een vorm van heimwee. Hier heb je een vader die naar zijn kinderen kijkt en ziet dat ze een stuk van zichzelf kwijt zijn. Ze kennen de taal van hun voorvaderen niet. Ze verstaan zelfs hun eigen vader niet meer. Hij heeft dus niet alleen heimwee naar zijn land, maar ook naar zijn eigen kinderen.’
 
Eleonore Milbou: Ook die voorvaderen keren regelmatig terug in deze gedichten. Welke rol spelen zij?
Asis Aynan: ‘Wie migreert, verliest altijd iets. Ben je ooit verhuisd? Je stopt alles wat je hebt in dozen en wanneer je in je nieuwe huis aankomt, is er altijd wel iets dat je niet meer terugvindt. Je hebt gereisd, je opnieuw gesetteld, nieuwe gewoontes en een andere taal aangenomen. Het is toch logisch dat je dan terugdenkt aan je voorvaderen. Ik doe dat zelf trouwens ook: wat ik nu doe, wat zou mijn opa daarvan denken? Het is de ultieme verantwoording die je kan afleggen aan je voorgeschiedenis. En dat begrijp je wanneer je deze bundel leest. Zonder dat het essayistisch wordt, raken deze gedichten aan een waarheid.’
 
Eleonore Milbou: Doet het iets met u, nu u de Berberbibliotheek afrondt?
Asis Aynan: ‘De Berberbibliotheek is zoveel meer geworden dan ik me oorspronkelijk had ingebeeld. Zoiets kan volgens mij alleen maar in Nederland, omdat het zo’n vruchtbaar land is. Mijn opa maakte altijd de grap: in Nederland kan je een aardappel in de grond steken en je krijgt er tien voor terug. Dat is echt zo. Toen Hester Tollenaar en ik hier voor het eerst over praatten, kon ik me niet voorstellen dat we echt boeken uit Noord-Afrika zouden gaan uitgeven. En kijk: daar staat die bibliotheek. Zoveel mensen hebben erin gelezen, er plezier aan beleefd, hun interesse aangewakkerd… Ik ben ontiegelijk trots op die boeken en op de mensen die eraan hebben meegewerkt.’
 
Recensie van Jan Baes over Vallende tijd

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2019

Brutopia. De dromen van Brussel

Pascal Verbeken

De literatuur draait door

Sander Bax

De patiënten van dokter García

Almudena Grandes

Meneer Janeu

Georges Bernanos

Otmars Zonen

Peter Buwalda

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2019

De dader

Antonia Michaelis

De geschiedenis van Jane Doe

Michael Belanger

Farwest

Peter Elliott, Kitty Crowther (ill.)

Konijn & Egel. Er komt geen einde aan het einde

Paul Verrept, Nils Pieters (ill.)

Mevrouw Wervelwind

Rindert Kromhout, Jan Jutte

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri