Non-fictie

BOEKEN NR. 4, APRIL 2019

Albert Camus: De mythe van Sisyphus. Een essay over het absurde

door Jan Baes

Albert Camus (1913-1960) had in zijn essay over het absurde, De mythe van Sisyphus (1942), ook het Bijbelse verhaal over Adam en Eva kunnen gebruiken. Net zoals de Griekse held door de goden werd veroordeeld om de rest van zijn leven een rotsblok naar de top van een berg te rollen, werden ook zij wegens ongehoorzaamheid door God gestraft met verjaging uit het paradijs. De vrouw om van dan af aan haar kinderen in pijn te baren, de man om, tot aan zijn dood, in het zweet zijns aanschijns te zwoegen. Van onsterfelijkheid is immers geen sprake meer. Een absurd bestaan ongetwijfeld, want het leven is er een zonder god (of perspectief). Maar ook een leven dat (zelf)bewustzijn toelaat en doet ontstaan. En dus ook tragiek en extase.
 
Als de Bijbel God weer introduceert dan ligt het bij Sisyphus anders. In zijn geval blijft het voorgoed bij de verpletterende waarheid dat er geen god is en geen hiernamaals. Het lot is uitsluitend een menselijke zaak geworden, hopeloos, en dus... 'goed zoals het is'. 'We moeten ons Sisyphus voorstellen als een gelukkig mens', besluit de intens humanistische Camus.
 
'Er schuilt in het menselijk bestaan een fundamentele absurditeit en tegelijkertijd een onverbiddelijke grootsheid', luidt het verder in de hoofdstukken gewijd aan Dostojevski en Kafka. Auteurs die, met hun romans Boze geesten (het personage Kirilov stelt met zijn idee van de 'logische zelfmoord' de absurdistische vraag bij uitstek) en Het proces, beiden op de absurdistische toer gingen. Nadien zullen ze, met De gebroeders Karamazov en Het slot, opnieuw de hoop introduceren, maar eerst klinkt het zoals Nietzsche het al formuleerde: 'We hebben de kunst zodat we niet hoeven te sterven aan de waarheid'. God is dood en het wordt tijd dit te beseffen en ernaar te leven... en te schrijven.
 
Een instelling en een houding die we ook aantreffen in het werk van de Amerikaanse auteur Herman Melville, die met Moby Dick (zoals Camus in één zin vermeldt) een totaal absurdistische roman heeft gecreëerd. Kapitein Achabs amorele claim om, ten koste van alles, wraak te willen nemen op de Witte Walvis en daarbij, zoals Lucifer, God uitdaagt en zichzelf als een god ziet die het lot in volle vrijheid moet tarten, is vorm geven aan het absurde. Achab is, net als Sisyphus, een held van het absurde. Tragiek en extase alom, al dan niet in het leven, dan toch in de kunst. Zoals tot uiting komt in artistieke scheppingen van het kaliber Don Quichot en Faust, die getuigen van een diepe metafysische extase. Precies dat wat ook Proust voor ogen stond in zijn onvolprezen Op zoek naar de verloren tijd. Scheppen is hier letterlijk tweemaal leven.
 
Het probleem van de zelfmoord is, in tegenstelling waarmee dit essay dikwijls wordt geassocieerd, maar één aspect is van de benadering die Camus ons aanbiedt. 'Dit onmenselijke spel waarbij absurditeit, hoop en dood elkaar van repliek dienen', zegt hij, moet objectief en scherpzinnig bekeken worden. Zoals het gevoel van vervreemding dat ons soms overvalt ten opzichte van de wereld en de dingen. Of het onbehagen bij het zien van de onmenselijkheid van de mens zelf. (Wellicht wordt dit gevoel, meer nog dan bij Kafka, het meest intens beschreven door Louis Ferdinand Céline in Reis naar het einde van de nacht... gewekt door het onbarmhartige licht van de werkelijkheid.)
 
Het gaat Camus niet zozeer over de ontdekkingen van het absurde, maar om de consequenties ervan. Hoe de mens ermee moet omgaan. Het absurde zit immers niet in de mens en ook niet in de wereld, maar in het feit dat ze er beide tegelijk zijn. In hun ogenschijnlijke tegenstelling en hun wisselwerking. Hem is het te doen om het antwoord op de vraag hoe die absurditeit tot leven brengen. Door ervan weg te vluchten in het denken? Door hoop te koesteren op een zinnig antwoord? Door het absurde als een gegeven te zien om er vervolgens door de revolte zin aan te geven. En zeker niet door zelfmoord, tenminste niet vanuit die gedachte. De vrijheid die we ervaren ('er is geen volgende dag') en die strikt individueel is, verbiedt ons de verantwoordelijkheid die ermee gepaard gaat te ontwijken. Dat is immers de enige keuze die de vrijheid niet toestaat.
 
De mythe van Sisyphus is in de ware betekenis van het woord een betoog, ontstaan uit gevoelens van 'opstand, vrijheid en passie'; zoals alle werk van Albert Camus. Het is neergeschreven in een heldere en sobere taal, emotioneel geladen en intrinsiek poëtisch van aard. Een gelukkige heruitgave van deze politiek-filosofische en literair-kritische commentaar op een fundamenteel menselijke ervaring, in een nieuwe vertaling die recht tracht te doet aan de nuances van de oorspronkelijke taal.
 
Albert Camus: De mythe van Sisyphus. Een essay over het absurde, IJzer, Utrecht, 2019, 208 p. ISBN 978 908684 180 6. Vertaling van Le mythe de Sisyphe en met nawoord van H. Vermeer-Pardoen. Distributie EPO

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 4, APRIL 2019

Confituurwijk

Femke Vindevogel

De dood en het voorjaar

Mercè Rodoreda

De grote angst in de bergen

Charles-Ferdinand Ramuz

Een kamer met een tafel en schrijfgerei

Ivo van Strijtem

Het nabestaan van Anna Portier

Judith Maassen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 4, APRIL 2019

De vloek van de vliegende Olifantes

Kate DiCamillo

De wolf komt echt niet

Myriam Ouyessad, Ronan Badel (ill.)

Haast

Stéphane Servant, Rébecca Dautremer (ill.)

Ik mis me. Boek bij de film Nous Trois

Wally De Doncker

Wolinoti, het houten kind

Dimitri Leue, Vanessa Verstappen (ill.)

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri