Poëzie

BOEKEN NR. 4, APRIL 2019

Aragon: De Hollandse reis

door Jan Baes

In de Franse literatuur is Aragon (1897-1982) een geval apart. Een van de meest getalenteerde schrijvers van zijn generatie en een briljant stilist die, met verbluffend gemak, zijn teksten neerpende. Of het nu was als gedreven avant-gardist die, in 1919, samen met André Breton en Philippe Soupault, Littérature, het lijfblad van Dada op poten zette, of in 1924, met versterking van de dichters Eluard, Péret en Desnos, het Manifeste du Surréalisme aan de wereld kenbaar maakte, of in 1930, na een bezoek aan de USSR en de kennismaking met zijn toekomstige vrouw Elsa Triolet onvoorwaardelijk, en al even passioneel, communist - en zelfs stalinist - zou worden; Louis Aragon bleef de literaire wereld van zijn tijd verbazen en ergeren.
 
Tot hij in de jaren 1960, na in zijn surrealistische dagen 'de roes van het beeld' te hebben nagejaagd, en nadien al even fanatiek zou kiezen voor politiek engagement en het sociaal-realisme in de literatuur, plots overstapte naar een meer reflexieve en actuele schriftuur, vooral dan in zijn poëzie. Daar waar hij, voordien al, zijn liefde had uitgesproken voor de literaire traditie, en de vastheid van vorm en stijl met verve zou verdedigen, ging hij ook meer en meer inhoudelijk de weg op van de hoofse dichters, de sonnettenschrijvers en de versificateurs uit het verleden. Universele thema's gesteld in een charmant, bevattelijk en melodieus idioom dat, in diezelfde naoorlogse jaren, ook het Franse chanson, dat al evenzeer teruggreep naar de bron, kenmerkte. Het is niet verwonderlijk dat liedjeszangers als Léo Ferré, Georges Brassens, Jean Ferrat en Isabelle Aubret teksten van Aragon op muziek hebben gezet. Met de liefde als thema.
 
En het is die liefde, in de eerste plaats voor zijn levenslange gezellin Elsa Triolet, die de poëzie van zijn laatste jaren heeft geïnspireerd. De periode met name waarin ze beiden een maand door Holland reisden (van 29 juli tot 26 augustus 1963) wat aanleiding was voor de publicatie in 1964 van De Hollandse reis, maar reeds voorafgegaan door twee andere bundels uit de Elsa-cyclus, Le fou d'Elsa (1963) en Il ne m'est Paris que d'Elsa (1964). Bundels die zowel de utopie van de liefde tot onderwerp hebben als een ode aan de geliefde zijn, alle gekenmerkt door de vereenvoudiging van de poëtische taal.
 
Tussen hoop en idealisering, tussen angst en vrees bewegen de emoties in De Hollandse reis. Bij 'Het vertrek' al klinkt het:
 
'Wat ik van je zeg is slechts geschilderd licht
Mom van liefde geschetste geur' en 'Woorden als palm en hand hoe schamel ze zijn
Voor het geluk dat je mag strelen'.
 
In 'Augustus drieënzestig’ heet het: 'Wij noemen het Holland / Dit gesmokkelde land / Tussen regen en vlagen', want de zomer is nat en kil als ze Wassenaar binnenrijden en tot hun verbazing bemerken dat 'De huizen in Holland zijn / Helemaal open voor het licht / Alles staat er zo in het zicht / Dat je vrij binnen kunt kijken'. Op weg naar het Rotterdam van Erasmus reizen ze in het landschap van Meindert Hobbema: 'De bomen de vlagen / De schaduw de kat / Een moment voordat / Het hart stopt met slaan'. In Amsterdam maken ze kennis met de smalle straten van de oude stad:  
 
'Langs de voetpaden
Vormen de rijen wagens
die elkaar raken eindeloze slaapzalen
Bruggen schepen die varen
Rood oog en groen oog Eenrichtingsstraten' en 'Zo ook staat alles in de gracht
Ondersteboven'.
 
Maar het blijft 'De Rotzomer', hoewel dit luik veruit de meeste liedjes telt, ook als is de bloemist waar hij een ruiker voor zijn geliefde wil kopen om halfzes al dicht:  
 
'Zonder bloemen is de nacht alleen
en hoor ik de wind niet fluiten
Ik draai er niet omheen
Hoe kan ik mijn liefde nu uiten
 
Het weer is een splinter in mijn huid
Het regende het regent nog altijd'.
 
In 'Het blauw en witte labyrint' slaat de wanhoop in de liefde toe:  
 
'De wereld is maar een reusachtig bed en voor ons tweeën te smal
Alleen door de weeklacht van je mond laat ik me nog leiden
Ach, je ontsnapt me in een droom voor ik je kan bereiken
En toch mijn prooi dat ik je wekken zou vrees ik het meest van al'
 
alsook:
 
'Hoe zou deze oneindig hopeloze tederheid mij kunnen baten
Bij elke ademtocht zie ik in mijn gedachten mijn hele leven weer'.
 
'Eierland' heeft het eiland Texel als decor:  
 
'Het eiland dat ik me verbeeld zijn nevelwazen
De Friese koeien die er grazen
De oude tumuli en de oevers die zijn afgesleten
Dragen het masker van het vergeten'.
 
Zijn angst ook om de gezondheid van zijn geliefde blijft hem achtervolgen:  
 
'Elsa waarom smaakt mijn droom naar zielenstrijd
En de avond naar slapeloze tijd
Zoals waar we ook wonen en waar de haast ons leidt
Elk oord opvalt door treurigheid'.  
Een mooie, melancholische oogst die zeker ontroert bij deze dichter van de nauwelijks tastbare liefde. Een dichter ook bij wie de literatuur het soms net iets te makkelijk haalt van de poëzie.
 
Louis Aragon : De Hollandse reis, Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk 2019, 128 p. ISBN 9789078627678. Vertaling van Le voyage de Hollande door Katelijne De Vuyst

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

De grote verkilling

Geert van Istendael

Kamers antikamers

Niña Weijers

Verlaten

Jane Harper

Verwondering

Aharon Appelfeld

Winterlaken

Micha Andriessen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2019

Adres onbekend

Susin Nielsen

Mag je haaien aaien?

Katrijn De wit, Inge Rylant (ill.), Laura Bergans (design)

Niet te stoppen

Angie Thomas

Ploef

Espen Dekko, Mari Kanstad Johnsen (ill.)

Zo slapen dieren

Jiří Dvořák, Marie Štumpfová (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri