Poëzie

BOEKEN NR. 4, APRIL 2019

Bart Stouten: Onder de avondklok van de liefde. Bloemlezing uit eigen werk (2002-2018)

door Dirk de Geest

De mooie ‘Parnassusreeks’ van de Leuvense uitgeverij P is onderhand aan haar zeventiende volume toe. In die reeks wordt het oeuvre in kaart gebracht van verdienstelijke, maar vaak veronachtzaamde dichters. Ditmaal is Bart Stouten aan de beurt. Naast zijn drukke activiteiten als radiomaker heeft hij al vele jaren tijd ingeruimd voor het schrijven van poëzie. Deze verzamelbundel geeft ons de kans daarmee nader kennis te maken, en als toemaatje is een lijvige nieuwe bundel toegevoegd: ‘Mobieltje met kapitein Haddock.’
 
Als dichter is Bart Stouten alleszins een merkwaardig grensgeval. Zijn werk balanceert immers voortdurend op de grens van poëzie en proza. Zijn verzen zijn veeleer verhalen en meditatieve beschouwingen met een doorlopend betoog, dat evenwel ritmisch wordt onderbroken door de afspringende versregels. Die eigen toon is al aanwezig in zijn eersteling, ‘Sapporo blues’, waarmee dit boek opent. Het is een lang relaas, opgebroken in fragmenten, waarin de muzikale toon en het spel van tonen en tegentonen een belangrijke rol speelt. Inhoudelijk roept het gedicht een aantal herinneringen uit de jeugd op, maar het meest opmerkelijk is de ontmoeting met een Aziatische jongen die de atoombom heeft overleefd. Leven en dood zijn zo van meet af aan nauw met elkaar verweven; ook dat heeft autobiografische wortels, want Stouten verloor als kind zijn ouders bij een verkeersongeval. De tekst verspringt dan ook voortdurend van verleden naar heden en terug. Het verblijf in het Japanse Sapporo toont eveneens de dubbelzinnigheid van de Oosterse cultuur. Onder de ogenschijnlijke rust en harmonie gaan evenzeer conflicten schuil, en de combinatie van traditie en hedendaagse drukte vormt daarvan een sprekend symptoom.
 
In feite zijn daarmee de contouren van het hele oeuvre van Stouten al vastgelegd. De dichter probeert onophoudelijk inzicht te verwerven in zijn eigen bestaan en in de hectische wereld rondom zich. Hij is een eeuwige reiziger, letterlijk zowel als figuurlijk. Letterlijk is Stouten een globetrotter, en in tal van gedichten roept hij buitenlandse ruimten op, zowel steden als landschappen, zowel Amerika als Azië. Dat ‘andere’ doet tegelijk vertrouwd aan en erg vreemd, en net die tweespalt dwingt het ik ertoe om zichzelf te onderzoeken. In dat verband valt overigens op hoe de dichter zichzelf vaak ontdubbelt tot een ‘jij’ en zo met zichzelf (en de lezer) in gesprek treedt. Tegelijk probeert hij ook tot meer algemene inzichten te komen wat aan deze poëzie vaak een aforistisch karakter verleent.
 
Die combinatie van concrete details en meer filosofische overwegingen zorgt voor een krachtige lyriek, ook al is Stouten op andere plaatsen soms nogal breedvoerig. De dichter wordt overstelpt met indrukken en vragen, en daarbovenop etaleert hij ook een enorme culturele bagage, literair, artistiek en muzikaal. Het schrikt sommige lezers wellicht af, maar het is tegelijk de manier waarop de dichter zelf zijn inzichten tracht te verwoorden, het hier-en-nu tracht te overstijgen tot een breed perspectief dat bij momenten duidelijk religieuze contouren aanneemt en pleit voor een grote ontvankelijkheid ten opzichte van wat de mens overstijgt. In zijn nieuwe bundel ‘Mobieltje met kapitein Haddock’, waarmee deze uitvoerige bloemlezing afsluit, komt die thematiek op de meest transparante manier aan bod. In leesbare gedichten wordt het zelfonderzoek gekoppeld aan beschouwingen over de wereld en de liefde. Het resultaat zijn vaak intieme gedichten die zich echter nooit afsluiten van de wereld. Stouten toont de menselijke kwetsbaarheid maar ook de weerbaarheid op een intense manier.
 
De bundel wordt ingeleid door Stefaan van den Bremt.
 
Bart Stouten: Onder de avondklok van de liefde. Bloemlezing uit eigen werk (2002-2018), P, Leuven 2018, 184 p. ISBN 9789492339560

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri