Letterkunde

BOEKEN NR. 4, APRIL 2019

Pieter Borghart: Inleiding in de Nieuwgriekse literatuur. Van de 12de tot de 21ste eeuw

door Dieter Wildemauwe

In 2012 mochten we van Pieter Borghart een Inleiding in de Nieuwgriekse literatuur verwelkomen in ons taalgebied en dat werd misschien wel eens tijd. De vorige dateerde uit 1921 en er was wel wat gebeurd intussen. Met Seferis en Elytis werden twee Grieken Nobelprijswinnaar, er was internationale weerklank voor Kazantzakis door de verfilming van zijn roman Zorbas en de Griekse poëzie genoot ruime belangstelling door de protestsongs van Theodorakis. En dat zijn maar drie voorbeelden.
 
Borghart zorgde voor een academische insteek door zijn volledigheid en de uitgebreide bibliografie, maar hield het tegelijkertijd toegankelijk. Alle werken worden inhoudelijk kort besproken en ruim toegelicht, hier en daar met originele fragmenten, gevolgd door een vertaling. Door zijn aanpak is het ook een aanrader voor wie niet meteen vertrouwd is met de materie. Hij heeft namelijk ook ruime aandacht voor de maatschappij waarin die literatuur tot stand kwam. Wie historische interesse heeft, wordt na de oudheid vooral goed bediend als het gaat over westelijk Europa, maar over de boeiende ontwikkelingen voorbij het Italisch schiereiland wordt meestal gezwegen.
 
Men moet zich altijd hoeden voor een teleologische visie op de geschiedenis, alsof de loop van de geschiedenis in één voorbestemde richting gaat, maar soms lijkt het erop dat in Griekenland het laatste decennium alle losse eindjes van een paar eeuwen geschiedenis zijn samengekomen. De Grieken hadden bijvoorbeeld altijd al het gevoel dat ze niet konden opboksen tegen de hoge verwachtingen die hun voorouders gewekt hadden - het zijn ook ruime schoenen om te vullen. Er heerste in Griekenland ook steeds een spanning tussen een nationalistische reflex en een open kosmopolitisme, tussen zich terugplooien op de eigen regio, maar toch verbondenheid voelen met de rest van de wereld als volk dat zich over heel die wereld verspreid heeft. En dan is er nog de voortdurende strijd om de overheidsfinanciën op orde te houden: sinds de onafhankelijkheid in 1830 ging het land al meerdere keren failliet en de Griekse overheidsinstellingen laten zich eerder kenmerken door cliëntelisme dan door een grote efficiëntie.
 
Al die motieven kwamen samen op het einde van het vorige decennium. De kredietcrisis die over de oceaan begonnen was, kreeg de Griekse economie in haar greep en toen het duidelijk werd dat de overheid jarenlang de cijfers te rooskleurig had voorgesteld, namen ook de financiële markten het land in het vizier. Het betekende het einde van een gouden periode waarin Griekenland zich zorgeloos waande, geholpen door de lage rente op kredieten die vlotjes verstrekt werden door Europese banken. De oude haat voor ‘Europa’ en de trauma’s van de Tweede Wereldoorlog flakkerden weer op toen de eurozone, vanuit Grieks perspectief ‘de Duitsers’, zich strikt opstelde en de gehate trojka slechts onder strenge voorwaarden noodkredieten toekende. De regering van extreem links en nationalistisch rechts kon, ondanks voorafgaand spierballengerol, de ontwikkelingen slechts ondergaan en misschien wel terecht stelde men zich de vraag gesteld in hoeverre Griekenland nog soeverein opereerde. De erkenning van de benaming ‘Noord-Macedonië’ voor wat voorheen ‘De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië’ werd genoemd, is voor velen een triest orgelpunt in een lange reeks vernederingen.
 
Als je zoveel aandacht hebt voor de context waarin literatuur ontstaat, dan smeken de ontwikkelingen van dat laatste decennium natuurlijk om een vervolg van je literatuurgeschiedenis. Pieter Borghart had plots extra tijd (waar een knieblessure en een vrouw met een drukke job al niet goed voor zijn) en besloot die nuttig te besteden. Zijn eerste versie telde acht hoofdstukken waarin de tendensen en hoogtepunten van proza en poëzie sinds de 12de eeuw werden besproken, met hun invloed op en beïnvloeding door vroegere en latere werken, in het Grieks en in andere talen. Die acht hoofdstukken zijn behouden, maar hier en daar bijgewerkt. Soms zijn het slordigheden die weggewerkt werden of werd ‘recentelijk’ vervangen door ‘de afgelopen decennia’, maar even goed werden enkele stukken diepgaander uitgewerkt. Vooral het laatste hoofdstuk, over de recente tendensen en het postmodernisme, werd fors uitgebreid, met meer aandacht voor literatuur van Grieken in de diaspora of werk in het Engels, maar geschreven door Grieken.  
 
Het is geen sinecure om met zo weinig afstand in de tijd een overzicht te maken van de productie sinds de uitgave van 2012. Er verschenen al enkele romans die pogen het ‘proza van de crisis’ een stem te geven, maar het resultaat is wisselend van kwaliteit en eigenlijk is er tot nu toe slechts een die boven het maaiveld uitsteekt, De uiterste vernedering van Rea Galanaki. In meanderende stijl volgt ze twee oude dames die niet alleen een tocht maken door het Athene van 12 februari 2012, een nacht van zware rellen tegen de ‘austerity’, maar omwille van hun eigen levensloop ook de hele recente Griekse geschiedenis meetorsen.
 
Poëzie speelt korter op de bal en toont daarom nu al een gevarieerder palet, al zien we veel thema’s terugkeren: een onbestemd gevoel van dreiging, omgaan met armoede, worstelen met de erfenis van het klassieke Griekenland of kritiek op de powers that be,... Ze krijgen in het licht van de crisis een extra lading krijgen en vormen daarom een mooi orgelpunt.
 
Borghart durft dit laatste hoofdstuk nog geen gewichtiger classificatie geven dan ‘epiloog’, en meer kan je het op dit moment inderdaad nog niet noemen. Hij geeft zelf al aan dat de historische afstand nog te klein is om gefundeerde uitspraken te doen en laat het aan de komende generaties om het kaf van het koren te scheiden, en dat klopt. Iets zegt ons dat hij, als eens het stof is gaan liggen, ook zelf een poging zal wagen. Waarschijnlijk is dit dus eerder editie 1.1 en hopelijk krijgen we over nog eens tien jaar een geheel herwerkte 2.0 te lezen.
 
Pieter Borghart: Inleiding in de Nieuwgriekse literatuur. Van de 12de tot de 21ste eeuw. Skribis-Ta Grammata, Gent 2018, 395 p. ISBN 9789492944153

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

De grote verkilling

Geert van Istendael

Kamers antikamers

Niña Weijers

Verlaten

Jane Harper

Verwondering

Aharon Appelfeld

Winterlaken

Micha Andriessen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2019

Adres onbekend

Susin Nielsen

Mag je haaien aaien?

Katrijn De wit, Inge Rylant (ill.), Laura Bergans (design)

Niet te stoppen

Angie Thomas

Ploef

Espen Dekko, Mari Kanstad Johnsen (ill.)

Zo slapen dieren

Jiří Dvořák, Marie Štumpfová (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri