Vertaald proza

BOEKEN NR. 6, JUNI 2019

Franz Kafka: Brief aan mijn vader

door Elisabeth Francet

De laatste heilige schrijver 

In 1924 pleegde Max Brod woordbreuk jegens een vriend en bewees de wereldliteratuur een onschatbare dienst. Brod zag het als zijn taak om de manuscripten van Franz Kafka te behoeden voor verdwijning, in weerwil van zijn belofte dat hij ze na Kafka's dood zou vernietigen. Brod redigeerde het handschrift en maakte er een keuze uit. Heel wat teksten waren onaf, onduidelijk, titelloos en soms ontbraken er pagina's. Brod gaf ze een titel en maakte melding van de ontbrekende stukken. Brief aan mijn vader en ander proza uit de nalatenschap van Franz Kafka (1883-1924) is een intrigerende bloemlezing die licht werpt op Kafka's ontwikkeling als schrijver, van zijn vroegste notities tot zijn ultieme metaforen. Behalve vierendertig verhalen uit Brods keuze, waarvan enkele in verschillende versies, bevat de bundel ook de indrukwekkende brief van Kafka aan zijn vader en een honderdtal aforismen.
 
In het openingsverhaal, 'Beschrijving van een strijd', loopt een jongeman, na een feestje, in het holst van de nacht over straat met een nieuwe kennis. De besneeuwde stad ligt er verlaten bij. De kennis verkeert in een mengeling van droefheid en euforie om de kussen die hij vanavond gekregen heeft. Met een jolige klap op de rug probeert de ander hem op te monteren, maar dat gaat niet van harte. Hij benijdt zijn kennis om diens verliefdheid. Aan de reling van de brug, in het gele licht van lantarens, slaken beide mannen een diepe zucht. 'Het is toch merkwaardig, nietwaar, dat juist de nacht alleen in staat is om ons helemaal in herinneringen onder te dompelen.'
 
De verteller in 'Beschrijving van een strijd' gaat steeds meer gebukt onder het geluk van de ander en bedenkt dat hij weg moet, ver van wie hij benijdt. Hij zet het op een lopen, vlucht de werkelijkheid uit, een andere werkelijkheid in. Zijn nachtelijke odyssee brengt hem door donkere poorten naar binnenplaatsen waar onder het maanlicht in portalen engelen staan. Als een schim loopt hij langs gevels en kroegen die nog geopend zijn, op zoek naar zijn eigen geluk. Bevreemdende gesprekken met passanten leiden hem naar illustere gezelschappen, waar hij zich overgeeft aan hallucinante fantasieën.
 
In de bundel staan twee versies van dit verhaal, die samen een geheel vormen. In de eerste versie ligt de nadruk op de existentiële zoektocht van de verteller; in de tweede verschuift die naar de inzichten gegroeid uit die zoektocht. Ervaringen uit de eerste versie hebben de verteller gelouterd en vervolmaakt als personage, wat ook afstraalt op de lezer. De tweede versie lees je onvermijdelijk anders, voortbouwend op de leeservaring van de eerste. Obscure zijsprongen en schijnbaar onbeduidende informatie uit de eerste lezing haken zich vast in het geheugen, waardoor je de tweede versie als een déjà vu beleeft, een werkelijkheid die na een droom uit het onderbewuste tevoorschijn komt.
 
Van het tweede verhaal, 'Bruiloftsvoorbereidingen op het land', zijn er maar liefst drie versies, die aanzienlijk verschillen in inhoud en lengte. Van de tweeëntwintig pagina's van de eerste versie blijven er nog zes over in de tweede, twee in de derde. Ook hier onderzoekt Kafka de mogelijkheden van zijn personage en tracht hem te vervolmaken. Het regent pijpenstelen. Kantoorbediende Eduard Raban staat weifelend in het portaal van zijn woning. Hij is overwerkt en vraagt zich af of het raadzaam is om veertien dagen op het platteland door te brengen. Raban weet zeker dat deze reis hem ziek zal maken. Een blik op het portret van zijn aanstaande maakt hem nog minder overtuigd om de reis aan te vatten. Hij steekt zijn paraplu op, loopt over straat, ziet 'door paarden getrokken rijtuigen op sierlijke hoge wielen rollen over de straatstenen, glanzend van de regen'. Raban probeert zichzelf gerust te stellen: hij hoeft niet eens zelf naar het land te gaan, hij kan toch gewoon zijn aangeklede lichaam sturen. In de trein valt hij in slaap.
 
Geen thema is Kafka vreemd. Meesterlijk springt hij van mythologie over geografie en recht naar geschiedenis, dartelt van oorlog naar idylle, van stad naar platteland, van hemel naar hel, schept al schrijvende nieuwe werelden, bevreemdend en toch geloofwaardig. Zijn grenzeloze verbeelding metamorfoseert personages tot ondefinieerbare zijnden. Zo ligt in 'De brug' het hoofdpersonage over een afgrond, tenen en handen aan weerszijden in de grond geboord. Op een avond hoort hij de voetstap van een man. De brug kwijt zich van zijn taak en brengt de man heelhuids naar de overkant. Maar dan gebeurt het onverwachte: de man keert zich om en springt met beide voeten tegelijk midden op zijn lichaam.
 
Kafka's proza is in de eerste plaats taal. Door middel van taal zet hij de werkelijkheid naar zijn hand. In zijn verhalen komt een wereld tot leven die steeds verder verwijderd raakt van de 'werkelijke wereld', tot de metafoor werkelijkheid wordt. Naar welke bevreemding de weg van een zakenman kan leiden, lees je in het subtiele verhaal 'Het echtpaar'. Een gehaaide zakenman is tijdens een werkbezoek getuige van een intiem samenzijn tussen een zieke zoon te bed, aan het voeteneinde zijn dementerende vader die in slaap sukkelt en op een afstandje, handenwrijvend, de ijverige moeder. Terzijde staat afwachtend een handelsreiziger. Als enige dissonant in het ingetogen tafereel tracht de zakenman de intimiteit te doorbreken door met luide stem zijn koopwaar aan te prijzen. Maar niemand luistert.
 
Kafka ten voeten uit en zonder twijfel het krachtigste verhaal uit de bundel is 'Het hol'. 'Ik heb het hol afgemaakt en het lijkt goed gelukt', luidt de openingszin. Ergens ondergronds ligt een ingenieus ontworpen gangenstelsel, eigenhandig gegraven door een naamloze verteller. Door een wirwar van gangen kruipt een ongedefinieerd wezen. Is hij een mol? Een roofdier? Een paard? Een mens? Nu eens sleept hij zich voort, dan weer galoppeert hij door zijn behuizing, leeft er vredig in volstrekt isolement. Toch is hij beducht op een mogelijke vijand, die zich zomaar ineens door een laag losse aarde heen zou kunnen woelen. Hij graaft zich steeds dieper in, verandert de inrichting van het hol, verstevigt de wanden, versleept zijn voorraden. Op een dag hoort hij een vreemd gesis.
 
Dat ook dit verhaal midden in een zin abrupt stopt, stoort niet, werkt eerder suggestief. De lezer weet inmiddels dat dergelijke verhalen bij Kafka sowieso nooit eindigen. Een labyrint is een labyrint, een obsessie een obsessie, een droom een droom: je raakt er in Kafka's werk met geen mogelijkheid uit, meer nog, je wórdt het ongedefinieerde gravende wezen.
 
'Lieve vader,' zo begint de indringend intieme brief van meer dan vijftig vellen, die Kafka vijf jaar voor zijn dood, op zijn zesendertigste schreef en die de bestemmeling nooit bereikte. Kafka had niet de moed hem af te geven en zijn moeder weigerde dat in zijn plaats te doen. Het is een document van onschatbare waarde voor iedere zoon, dochter, vader en moeder, een goudmijn voor psychologen. Een overdaad aan woorden, maar ieder woord afgewogen, elke formulering genuanceerd. De brief is een getuigenis van een gekwelde man, die opgroeide in angst en ontzag voor zijn imposante, maatgevende en in alle opzichten superieure vader. Hoe kon hij anders dan hem zijn leven lang teleurstellen? Toch is de brief verre van een klaagzang. Kafka spaart zichzelf niet, gaat moedig de confrontatie aan met schuldbewustzijn, schaamte en onmacht. 'Brief aan mijn vader' is tegelijk een vlijmscherpe aanklacht en een uitgestoken hand.
 
John Updike noemde Kafka ooit 'de laatste heilige schrijver' en 'de opperste fabeldichter van de kosmische verwarring van de moderne mens'. Als grootmeester van de nuance, de verbeelding en de metamorfose heeft Kafka de literatuur dermate vervolmaakt dat het moeilijk is hem niet als een messias te zien. Zijn raadselachtig-lucide proza openbaart een wereld van mogelijkheden. Kafka opent talloze deuren, wat zijn werk verheft tot een labyrintische weerspiegeling van de geest.
 
Franz Kafka: Brief aan mijn vader en ander proza uit de nalatenschap, Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam  2019, 418 p. ISBN 9789025308490. Vertaling van Beschreibung eines Kampfes. Beim Bau der chinesischen Mauer. Zur Frage der Gesetze. Das Ehepaar und andere Schriften aus dem Nachlass door Willem van Toorn. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2019

Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis

Ahmet Altan

Kamer in Oostende

Koen Peeters

Lief slecht ding

Frank Keizer

Onrustige dagen

F.B. Hotz, Thomas Heerma Van Voss (sam.)

SS Proleterka

Fleur Jaeggy

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2019

* De eerste avonturen van de Rode Ridder, 1959-1961

Een ridder voor alle seizoenen

De boom met het oor

Annet Schaap, Philip Hopman

Mijn mama

Annemarie van Haeringen

Poëzie hardop

Hans Hagen, Monique Hagen, Maartje Kuiper (ill.)

Twee maal op reis door het brein.

Verdwalen in Breinstein of inzicht in het hoofd

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri