Vertaald proza

BOEKEN NR. 6, JUNI 2019

Pierre Lemaitre: De kleuren van de brand

door Jan Baes

'Er zijn alles welbeschouwd geen goede of slechte, geen eerlijke of geslepen mensen, geen lammeren of wolven, er zijn alleen gestrafte en ongestrafte mensen.' Zelden definieerde een motto een roman beter dan deze cynische bemerking van Jacob Wassermann, de onterecht vergeten Duits-Joodse schrijver van Caspar Hauser en Der Fall Maurizius.

Het boek vertelt in een eerste acte, die speelt tijdens de jaren 1927-1929, het wedervaren van een rijk bankiersgezin dat, na het overlijden van Marcel Péricourt ('een embleem van de Franse economie') en de onbegrijpelijke zelfmoordpoging van zijn zevenjarige kleinzoon Paul, alles zal kwijtraken mede door intriges en manipulaties in eigen omgeving. De tweede akte die in het jaar 1933 speelt, verhaalt de meedogenloze en totaal immorele wijze waarop de moeder, Madeleine, zich wreekt op al degenen die haar en haar zoontje al even meedogenloos en immoreel in de miserie hebben gestort.
 
Het zijn er heel wat. De huisonderwijzer van Paul, André Delcourt, die droomt van een journalistieke carrière en de door de dramatische zelfmoordpoging ontsierde begrafenis aangrijpt om de hoofdredacteur van Het Nieuws van Parijs te overtuigen zijn verslag ervan op te nemen. Het wordt graag aanvaard, want 'volgens het credo van Jules Guilloteaux beschikte deze jongeman over de twee onontbeerlijke kwaliteiten waar het vak van journalist om vroeg: uit kunnen wijden over een onderwerp waar je niets van afweet en een gebeurtenis beschrijven waar je niet bij bent geweest.' Het zal dan ook niet lang duren dat André, mede dankzij de steun van Madeleine, wordt aangenomen voor een dagelijkse column waarbij hij onder de schuilnaam Kairos de populistische en prefascistische geest van zijn tijd volop voedsel zal geven.
 
Er is Gustave Joubert, gevolmachtigde van de Péricourt bank en kandidaat algemeen directeur, ondanks aandringen van haar vader, door Madeleine afgewezen als een geschikte echtgenoot om het fortuin te beheren en in de familie te houden.
 
Er is de gezelschapsdame Léonce, een meisje met het nodige sexappeal ('ze wasemde seks uit zoals sommige mannen geld') en haar echtgenoot, Robert, die continu moet worden gevoed met fondsen om op de paardenrennen wedden.
 
Er is Marcels Péricourts broer Charles ('struikgewas bij wijze van snor'), afgevaardigde van de nationale vergadering en altijd bezig met louche zaakjes zoals de handel in aandelen van een veelbelovende Roemeense oliewinning. Tot aan zijn dood voelde zijn broer zich, zeer tegen zijn zin, verplicht voor de familie-eer de financiële putten van al die wilde projecten te delgen. Bij de verdeling van de erfenis wordt die rekening vereffend. Daar waar Charles op een fikse som had gerekend om een dreigend faillissement te ontlopen, wordt hij afgepoeierd met een aalmoes.
 
Er zijn nog wat collega-bankiers en relaties allerhande die het zinkend schip meteen verlaten als Madeleine, na een fout geadviseerde belegging, haar hele fortuin verliest en gedwongen wordt haar huis te verkopen. Met wat er overblijft, kan ze nog net een klein appartementje kopen waar ze met de gehandicapte Paul en een verzorgster intrekt. De jonge Paul, de stotteraar genaamd, heeft zijn zelfmoordpoging immers overleefd, maar zal voor de rest van zijn leven verlamd blijven. Een toekomst als bankdirecteur is nu wel definitief van de baan, zeker nu ook zijn taalprobleem alleen maar verergert. 'De woorden kwamen er met moeite uit, meestal zag hij ervan af te zeggen wat hij dacht, veel te veel moeite'.
 
Omdat hij met alles moet worden geholpen, wordt een jonge Poolse ('maar ze is tenminste katholiek'), aangenomen. Vladi spreekt alleen haar eigen taal met als gevolg dat alles wat ze zegt enkel in het Pools staat afgedrukt. Een aardigheidje dat het net doet omdat ze eigenlijk niets te vertellen heeft. Haar aanstekelijke humeur echter en haar volksliedjes brengen een totaal in zichzelf gekeerde Paul weer tot leven. Een gloednieuwe grammofoon doet wonderen, vooral als hij een operaplaat krijgt en gegrepen wordt door de sopraan Solange Galinato, met wie hij een vriendschappelijk relatie krijgt na haar optreden in de Opéra Garnier.
 
Deze wat wijdlopige introductie van verhaal en personages wordt afgesloten met de schokkende ontdekking van de echte reden van Pauls zelfmoordpoging. Voor Madeleine ('een brok rancune, gedreven door kille, onmenselijke wraak') is dat de trigger om haar jarenlang opgekropte woede de vrije teugel te geven. Het is het begin van een helse rit die ze met behulp van een voormalig werknemer van haar ex-echtgenoot, de communistische arbeider meneer Dupré, even voortvarend als hardnekkig zal afronden. Zonder aanziens des persoons en met als enig motto: het doel heiligt de middelen. 
 
Het is 1933 nu, en dus het gedroomde kader voor deze persoonlijke vendetta. Het jaar van de machtsgreep van Hitler, de Rijksdagbrand en de start in alle openheid van de Jodenvervolging. Het jaar ook waarin Frankrijk kraakt onder de financiële schandalen en uiterst rechts zich opmaakt om het parlementaire systeem beentje te lichten. Er dreigt een volksopstand als een commissie besluit het algemeen verspreide probleem van de belastingontduiking aan te pakken. André Delcourt schrijft een column met de titel: 'Heeft Frankrijk behoefte aan een dictator?'
 
De ingenieuze vermenging van op historische werkelijkheid gebaseerde gebeurtenissen en uit het leven gegrepen personen met het soms groteske en fantasierijk wedervaren van fictieve personages maakt dat deze roman beter dan menig geschiedkundig overzicht een beeld tot leven brengt van een wereld ‘gedomineerd door hebzucht en corruptie'. Pierre Lemaitre, die met zijn vorige, iets meer literaire roman Tot ziens daarboven (Au revoir là-haut, 2013) de Goncourt binnenhaalde, gaat met deze wervelende geschiedenis verder op het elan van de klassiek ironiserende Franse roman, in het spoor van schrijvers als Maupassant, Aragon en Marcel Arland. Hijzelf verwijst naar Alexandre Dumas. Uitstekend geschreven en met verve verteld.
 
Pierre Lemaitre: De kleuren van de brand, Xander Uitgevers, Amsterdam, 2019, 448 p. Vertaling van Couleurs de l'incendie door Liesbeth van Nes. ISBN 9789401610360. Distributie LM Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2019

Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis

Ahmet Altan

Kamer in Oostende

Koen Peeters

Lief slecht ding

Frank Keizer

Onrustige dagen

F.B. Hotz, Thomas Heerma Van Voss (sam.)

SS Proleterka

Fleur Jaeggy

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2019

* De eerste avonturen van de Rode Ridder, 1959-1961

Een ridder voor alle seizoenen

De boom met het oor

Annet Schaap, Philip Hopman

Mijn mama

Annemarie van Haeringen

Poëzie hardop

Hans Hagen, Monique Hagen, Maartje Kuiper (ill.)

Twee maal op reis door het brein.

Verdwalen in Breinstein of inzicht in het hoofd

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri