Vertaald proza

BOEKEN NR. 6, JUNI 2019

Fleur Jaeggy: SS Proleterka

door Katja Feremans

‘Ik zou de as van mijn vader willen’, met dit plotse verlangen begint SS Proleterka, een compacte roman over een naamloze vrouw, haar vader en de dood in meer dan één gedaante. De vader van de vrouw is jaren geleden gestorven. Toen het moment daar was, had zijn heengaan niet echt veel indruk op haar gemaakt. De doden komen je later tegemoet, bedenkt ze: ‘Ze laten pas weer van zich horen wanneer ze voelen dat wij prooien worden en dat de jacht geopend is’. We bevinden ons nog altijd op de eerste bladzijde van het boek, dat van begin tot eind barst van samengebalde intensiteit.
 
De Zwitserse Fleur Jaeggy (Zürich, 1940) verhuisde na haar studies naar Rome en raakte er hecht bevriend met Ingeborg Bachmann, een van Oostenrijks bekendste naoorlogse schrijfsters. Aan het eind van de jaren zestig verkaste ze naar Milaan en leerde er bij uitgeverij Adelphi Edizioni haar toekomstige echtgenoot kennen. Ze is vertaler en schrijft zelf, in het Italiaans, romans, novellen, essays en kortverhalen. Uitgeverij Koppernik zet de eigenzinnige schrijfster nu op de kaart met de gelijktijdige publicatie van haar verhalenbundel Ik ben de broer van XX (oorspronkelijke titel uit 2014) en de roman SS Proleterka (oorspronkelijke titel uit 2001).
 
Nooit hebben Johannes en zijn dochter elkaar dichter op de huid gezeten dan toen ze samen vanuit Venetië een cruise deden naar Griekenland met het Joegoslavische schip Proleterka. Dat was afgehuurd door enkele van Johannes’ gildebroeders uit Zürich. De afstand tussen het vijftienjarige meisje en haar vader van om en bij de zeventig werd tijdens de reis echter niet verkleind. Het is vanuit die ontbrekende verbinding dat ze hem dikwijls bij zijn voornaam noemt. Op eenzelfde afstandelijke manier verhoudt ze zich overigens ook tot haar moeder - ‘de vrouw die Johannes’ echtgenote is geweest’ - alsook tot haar oma bij wie ze is opgegroeid - ‘haar meesteres’. En alsof er soms iemand in haar zit die ze niet ‘ik’ kan noemen, spreekt ze nu en dan over zichzelf als over ‘zij’ en ‘Johannes’ dochter’.
 
Tijdens het varen kwam het haar vaak voor dat de Proleterka werd gestuurd ‘door niets anders dan angstaanjagende inertie’. Van het schijnbaar stuurloze gezwalk op zee wordt ze hooguit afgeleid door de koffer in te duiken met een paar van de scheepslui. Vanwege haar ontluikende hartstocht negeert ze haar vader schaamteloos tijdens de ganse reis. Het is evenwel niet zo dat ze op seksueel vlak geniet. Daarvoor wordt ze te ruw benaderd, al proeft ze ook wel genot in de weerzin. Geen van de emoties waardoor ze aan boord wordt overmand, lijkt ze echter van binnenuit te beleven. Ze doet eerder alsof, in de hoop dat het doen alsof de plaats gaat innemen van wat als echt wordt beschouwd.
 
Met een adembenemende precisie legt Fleur Jaeggy een van intimiteit verstoken leven bloot en munt daarbij uit in verbijsterende verbanden. Een voorbeeld daarvan is de argwaan van Johannes’ dochter tegenover de toewijding waarmee de vrouwen in haar moeders familie rozen en camelia’s kweekten. In haar ogen wees die passie geenszins op iets nobels, want de vrouwen in kwestie bekommerden zich niet om de natuur, veeleer koesterden ze ‘een ingekankerde wrok jegens de wereld, jegens het bestaan. Jegens de mannen. Jegens het mannelijke geslacht. Jegens Johannes. Ze hebben op alle manieren geprobeerd om die aanleg ook door te geven aan Johannes’ dochter’.
 
Zij heeft inmiddels zowel haar moeder als haar vader begraven en springt heen en weer tussen dit ouderloze heden en de reis met de Proleterka, het schip dat haar meest vervullende ervaring symboliseert. Uit alles blijkt dat de onthechting en eenzaamheid waarin ze van kindsbeen af was geoefend, is blijven doorwerken in haar verdere leven. Daardoor roept de realiteit waardoor ze is ingesloten, een verontrustend beeld op dat vergelijkbaar is met de eerste indruk die ze als meisje van vijftien kreeg bij het aan boord gaan van het schip, een indruk namelijk van donkerte, pek en mysterie.
 
Fleur Jaeggy: SS Proleterka, Koppernik, Amsterdam 2019, 103 p. ISBN 9789492313645. Vertaling van Proleterka door Frans Denissen. Distributie Elkedag Boeken 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2019

Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis

Ahmet Altan

Kamer in Oostende

Koen Peeters

Lief slecht ding

Frank Keizer

Onrustige dagen

F.B. Hotz, Thomas Heerma Van Voss (sam.)

SS Proleterka

Fleur Jaeggy

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2019

* De eerste avonturen van de Rode Ridder, 1959-1961

Een ridder voor alle seizoenen

De boom met het oor

Annet Schaap, Philip Hopman

Mijn mama

Annemarie van Haeringen

Poëzie hardop

Hans Hagen, Monique Hagen, Maartje Kuiper (ill.)

Twee maal op reis door het brein.

Verdwalen in Breinstein of inzicht in het hoofd

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri