Poëzie

BOEKEN NR. 6, JUNI 2019

Jozef Deleu (red.): Het liegend konijn (jrg. 17, nr. 1.)

door Dirk De Geest

In de jongste aflevering van Het liegend konijn breekt samensteller en enige redacteur Jozef Deleu een lans voor wat hij – in navolging van Nuccio Ordine – het ‘nut van het nutteloze’ noemt. Door poëzie op die manier te verdedigen onderstreept hij meteen de dubbelzinnige status van literatuur op onze dagen. Aan de ene kant lijkt het erop dat poëzie haar vanzelfsprekendheid grotendeels heeft verloren, dat ze niet veel meer is dan een vorm van nutteloosheid. Dat sluit aan bij het pragmatische denken dat onze maatschappij domineert, een denken waarin de menselijke waarde van literatuur enorm aan relevantie heeft ingeboet; wie daaraan twijfelt hoeft er maar de literaire bijlagen van kranten en tijdschriften op na te slaan (of niet langer na te slaan want ze worden in snel tempo systematisch afgebouwd). Aan de andere kant pleit Deleu voor een herwaardering van het ‘belangeloze’ karakter van de literatuur, iets waarmee hij zichzelf in een lange prestigieuze filosofische traditie plaatst. Het nut van poëzie ligt precies in de mate waarin ze zich onttrekt aan louter pragmatische communicatie, aan haar gebruikswaarde. Net daardoor schept ze ruimte voor afstand en reflectie, zowel cognitief als esthetisch.
 
Dat summiere maar belangwekkende programma is precies wat de samensteller van Het liegend konijn ook ditmaal voor ogen stond. Deze aflevering biedt immers plaats aan drie dozijn dichterlijke stemmen, erg divers maar kwalitatief hoogstaand. Waar Deleu al die dichters vandaan blijft halen mag een raadsel zijn, maar zijn oogst wijst opnieuw op de vitale aantrekkingskracht die het gedicht op schrijvers blijft uitoefenen. Hopelijk volgen de lezers in nog grotere getale. Namen noemen is zoals steeds een hachelijke onderneming, maar dit boek kan enkel correct besproken worden door iets van die verscheidenheid te laten zien (in het besef dat de lezer hier veel meer uitstekende poëzie zal aantreffen dan ik hier vermeld).
 
Uiteraard is er ruim aandacht voor een aantal dichters van faam, die in hun nieuwste werk voortbouwen op hun oeuvre. Benno Barnard presenteert bijvoorbeeld enkele Engelse sonnetten, klassiek geschreven en helemaal gevat in de sfeer van het traditiegetrouwe Albion, maar daarnaast zijn er aangrijpende verzen over zijn overleden dochter: hier sporen vormvastheid en poëtische formules perfect met de emotionele herinnering. Jan Geerts schrijft een aantal ‘brieven aan de aarde’, intimistische gedichten waarin de aarde als oorsprong en als eindbestemming van alle leven wordt aangesproken. De mythische verbeelding van de Moeder Aarde wordt daarbij gecombineerd met de ecologische thematiek van vandaag. Roger de Neef biedt een aantal metafysische boomgedichten aan, en Anton Korteweg reflecteert eens te meer ironisch op het ouder worden en het broze menselijke bestaan.
 
Het opmerkelijkst zijn evenwel de debutanten die aan het woord komen. In deze aflevering gaat het om een fors dozijn nieuwe talenten, waarvan de meesten zich meteen als belangrijke geluiden manifesteren. Ook hier is het moeilijk namen selecteren, want de types poëzie liggen ver uit elkaar. Wel valt op hoezeer de jonge dichters focussen op kwetsbaarheid, trauma’s en onaangepastheid. Optimistische geluiden vallen nauwelijks waar te nemen, terwijl leed, afscheid en dood wedijveren met psychologische onzekerheid. De grootste verschillen liggen in feite op het vlak van de stijl en de verwoording. Dichters als Anke Cuijpers of Anke Senden mikken vooral op beeldspraak en vervreemding om de complexe ervaringen vorm te geven, terwijl iemand als Mattijs Deraedt meer vertrekt van anekdotes, in dit geval concrete ruimtes, om zijn verhalen te stofferen. Hoe dan ook is de vormbeheersing bij die jongeren opmerkelijk. Het begin van Jozef Deleu mag dan wel aarzelend klinken, de slotnoten van dit Liegend konijn laten alweer het beste verhopen voor de toekomst van de poëzie in onze contreien.
 
Jozef Deleu (red.): Het liegend konijn, Polis, Kalmthout 2019, jrg. 17, nr. 1. ISSN 1567-228X. Distributie Pelckmans Uitgevers

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2019

Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis

Ahmet Altan

Kamer in Oostende

Koen Peeters

Lief slecht ding

Frank Keizer

Onrustige dagen

F.B. Hotz, Thomas Heerma Van Voss (sam.)

SS Proleterka

Fleur Jaeggy

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2019

* De eerste avonturen van de Rode Ridder, 1959-1961

Een ridder voor alle seizoenen

De boom met het oor

Annet Schaap, Philip Hopman

Mijn mama

Annemarie van Haeringen

Poëzie hardop

Hans Hagen, Monique Hagen, Maartje Kuiper (ill.)

Twee maal op reis door het brein.

Verdwalen in Breinstein of inzicht in het hoofd

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri