Vertaald proza

BOEKEN NR. 6, JUNI 2019

Michel Houellebecq: Serotonine

door Jan Baes

‘Ik had het vreemde gevoel een soort autofictie te betreden toen ik de grote hal van het Gare Saint Lazare betrad, de zaal van de verloren stappen zoals dat in het Frans zo mooi heet [...] Mijn stappen waren echt verloren, ik zwierf zonder taal rond tussen onbegrijpelijke reclameborden, om eerlijk te zijn riep de term autofictie alleen wat vage ideeën bij me op [...] En toch had ik toen ik in de buurt van de perrons kwam steeds meer het gevoel dat het woord bij mijn situatie paste, dat het zelfs voor mij was uitgevonden, mijn werkelijkheid was onhoudbaar geworden, geen mens kon overleven in zo'n barre eenzaamheid, ongetwijfeld probeerde ik een soort alternatieve werkelijkheid te creëren, terug te gaan naar het begin van een splitsing in de tijd [...] Daar was het, precies daar, een paar meter verderop, aan het uiteinde van perron 22, dat Camille elke vrijdagavond als ik terugkwam uit Caen op me had gewacht, bijna een jaar lang. [...] Ik heb het geluk gekend. Ik weet wat het is, ik kan er deskundig over praten en ik weet ook hoe het eindigt, en wat er gewoonlijk op volgt. Je mist één iemand en alles raakt ontvolkt.’
 
Florent-Claude Labrouste, 46 jaar oud, de leeftijd waarop Baudelaire stierf en Gérard de Nerval zich ophing aan een Parijse lantaarnpaal, is behoorlijk aan het eind van zijn latijn wanneer hij half juli 2010 naar Spanje rijdt voor een korte vakantie met zijn laatste vriendin, de 26-jarige Japanse Yuzu. Hun relatie loopt af en terug in Parijs verkoopt hij, zonder dat zij er weet van heeft; het sjieke appartement dat hij van zijn vader heeft geërfd. Hij verdwijnt spoorloos in de anonimiteit van de grootstad. 'Vrijwillig vermist', zoals de 12.000 andere Fransen die jaarlijks in rook blijken op te gaan. Met dien verstande evenwel dat onze held, kettingroker en zonder het te vermelden al evenzeer alcoholist, het moeilijk heeft om een kamertje te vinden in een hotel dat soelaas aan zijn verslaving wil bieden.
 
Zijn relatie met de reeds geciteerde Camille is dan al enkele jaren verleden tijd en sindsdien heeft Florent het relationeel als professioneel alleen maar moeilijker gekregen. Nu hij eindelijk ook financieel in staat is om zijn baan als agronoom op het ministerie van Landbouw op te geven, verzinkt hij in een zodanige staat van depressieve apathie dat alleen medicatie nog kan helpen. De redding heet Captorix, het 'wit, ovaal en deelbaar tabletje' dat 'de ondraaglijke leegheid van de dagen' moet tegengaan door de serotonine in het lichaam op te peppen zonder de neiging tot suicide te bevorderen, Gevolg is wel het volledige verlies aan libido en potentie ; maar in de toestand waarin Florent zich bevindt, beperkt het ongenoegen zich tot enige nostalgie bij het bekijken van meisjes in mini-jupe.
 
Zijn enige tijdverdrijf bestaat erin terug te kijken op het verleden. De vrouwen die, op een enkeling na, alleen maar dienden voor narcistisch seksueel genot (met de gekende door YouPorn geïnspireerde seksscenes), een beroepscarrière die zich beperkte tot de recalcitrante verdediging van genetisch gemodificeerde producten, de promotie van drie moeilijk aan de internationale markt te slijten Normandische kazen en de vergeefse verdediging van Franse boeren in de door de vrije markt beheerste economie. Zijn totaal vastgelopen leven neemt een drastische wending wanneer hij besluit Camille op te zoeken en hij op weg er naartoe aanklopt bij een studievriend die in Normandië als veehouder, na het afschaffen van de melkquota, aan de rand van het faillissement staat.
 
Het resultaat van deze 'reis naar het einde van de dagen' is voorspelbaar. Net zoals de roman zelf een typische Houellebecqiaanse cocktail vormt van oude en nieuwe samenlevingsproblemen met ingrediënten die voor de enen de smaak, voor de anderen de wansmaak van de dag vertegenwoordigen. Een geraffineerd mengsel dat dit keer door de nonchalant cynische aanpak stilistisch redelijk overeind blijft en hier en daar, met even vileine als pertinente opmerkingen, er zelfs in slaagt geestig te zijn. Enkele evocatief sterkere passages (de relatie met de Deense Kate, het verhaal over de Duitse pedofiel) vallen op in gunstige zin.
 
Maar Houellebecq zou Houellebecq niet zijn als zijn afkeer en minachting voor de mens in het algemeen en de maatschappij in het bijzonder, niet meedogenloos aan de oppervlakte zouden komen. In dat kader is hij graag spreekbuis voor de boze en onbegrepen burger, geslachtofferd op het altaar van mensen die ze zelf hebben gekozen en van systemen die ze mee tot stand hebben gebracht. Maar zelfs die boze burger komt er niet goed van af. Of hij als individu van depressie naar burn-out sukkelt of als beroepsgroep te maken krijgt met een ware zelfmoordepidemie - zoals de Franse boeren hebben ondervonden - niemand ontsnapt aan de boze blik van de auteur die (naar eigen beeld en gelijkenis, en als le gilet jaune par excellence !) van vrijwel al zijn personages karikaturen en van al zijn hoofdpersonages egocentrische eikels maakt.  
 
Michel Houellebecq: Serotonine, De Arbeiderspers, Amsterdam, 2019, 306 p. Vertaling van Sérotonine door Martin de Haan. ISBN 9789029529020. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri