Vertaald proza

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

Uit water geboren: Daisy Johnsons vloeibare en onvatbare oeuvre

door Kris van Zeghbroeck

De Britse schrijver Daisy Johnson (1990) werd geboren in Paignton en groeide op in het veenland tussen Cambridge en de noordelijk gelegen baai aan de Noordzee (The Wash). Ze studeerde aan Lancaster University (BA English Literature & Creative Writing) en haalde een Master in Creative Writing aan Somerville College in Oxford. Ze woont nog steeds in Oxford, waar ze gewerkt heeft voor de befaamde Blackwell’s boekhandel.

Sinds ze, als jongste auteur ooit, de shortlist haalde van de prestigieuze Booker Prize 2018 met haar debuutroman Everything Under (2018, Onder het water (15/08)), schrijft Johnson fulltime. Aan de roman ging de bekroonde verhalenbundel Fen vooraf (2016, Veenland). Intussen schrijft ze aan een derde boek, een griezelroman.

Daisy Johnson groeide op in het veenland (Fens) van East-Anglia. Turfrijk moerasland gewonnen op de zee, dat drooggelegd en gekanaliseerd werd om te cultiveren en te bewonen. Door de drooglegging zijn de vlakke, uitgestrekte gebieden met akkers en weiland gaandeweg gekrompen tot soms vier meter onder het niveau van de oorspronkelijk aangelegde wegen en kanalen.

Water is alomtegenwoordig en vloeit samen in verspreide natuurgebieden. Dat is Johnsons literaire habitat, geïnspireerd door de bevreemdende stilte en de natuurgeluiden van het waterrijke gebied. Over steden zou ze niet kunnen schrijven. Ook al woont ze in nu in Oxford, ze zoekt de nabijheid van water en rivieren op om te wonen en te schrijven.

‘I grew up there, in the British Fens, and when I started writing short stories it was a landscape which came back to me. The land there is completely flat, with long Roman roads set above the fields, which are mostly peat. It's striking: the white grey sky; the black land, the grey sea not far away. It seemed to me a land which could contain strangeness, a land which had a voice. This is a place which was underwater, which perhaps still dreams about being underwater.’ (American Short Fiction)



Met titels als Fens en Everything Under lijkt het waterrijke landschap van Engeland het bindwerk van Johnsons oeuvre te vormen. Een surreëel landschap waar het banale aan het uitzonderlijke en het natuurlijke aan het bovennatuurlijke verbonden wordt. Een geworteld landschap waarbinnen de cyclus van de natuur en haar bewoners vorm krijgt. Sterke vrouwenfiguren geven haar werk een feministische toets, in een landelijke omgeving die verregaand door met het land vergroeide mannen en handarbeid bepaald werd.

Dieren of dierlijke vormen zijn een constante in Johnsons oeuvre. Mensen veranderen in dieren of vormen er een soort band mee. Johnson lijkt daarmee te benadrukken dat mensen ondanks hun beschaving een dierlijk onderbewustzijn hebben dat zich op de vreemdste momenten kan manifesteren.

‘I think what draws me to writing about them is the idea of nature in some way answering back in my fiction. The animals I write about are often somehow strange in the stories, turned nasty or clever. There is an ecological slant, I think, which I never expected to come up but which has. The animals in the work are never quite what they seem’.

‘The animalistic is in us, I suppose that is where the anxiety comes from. We are animals but we hold civilization, decorum and politeness up as important and the animalistic goes against all of this. Perhaps this is another reason why I write about animals. They are both foils and metaphors to place against the humans who, in the end, act like animals themselves’. (Electric Literature)




In het werk van Johnson worden grenzen voortdurend verlegd en sijpelen mythe en folklore in de schijnbaar banale alledaagse levens van de personages door. De vloeibare substantie van venen, kanalen en rivieren borrelt uit de bodem naar boven om de levens te overspoelen. Zo verdwijnen de grenzen tussen heden en verleden, tussen feiten en verzinsels en tussen mens en dier.

Alles wordt vloeibaar, onvatbaar, onberekenbaar. De horizon van het landschap, de herinneringen en zelfs het gender van bepaalde personages worden diffuus. Een wereld die net zoals de seizoenen voortdurend in beweging is en elk moment door het water of een bovennatuurlijke dreiging geclaimd kan worden.

Vrouwelijke personages domineren het proza van Johnson in Fen (Veenland). De mannen zijn geworteld in de grond en inert, de vrouwen vloeien, groeien en evolueren. Binnen een haast magisch-realistische context transformeren meisjes in vrouwen of exploreren vrouwen hun nieuw ontdekte krachten.

Het hervertellen/herschrijven van bestaande verhalen vanuit een nieuw en bevreemdend perspectief ligt aan de grond van Daisy Johnsons fictie. Ze gebruikt dat in een aantal van haar kortverhalen als een opstap naar de debuutroman Everything Under. Daarin brengt ze een hedendaagse transgender versie van de Griekse tragedie van Oedipus, verplaatst naar het donkere water van de Oxfordse rivieren en kanalen.

Zestien jaar was Gretel toen haar moeder haar in de steek liet. Ze groeide op buiten Oxford in een woonboot langs het kanaal. Samen met haar moeder deelde ze een geheime taal, waarin de dreiging voor de Bonak (een soort watergeest) een alles verterende rol speelt.

Zestien jaar na die verdwijning vindt Gretel haar moeder terug. Gretels herinneringen aan haar jeugd zijn gefragmenteerd, de geheime taal verdrongen door een harde leerschool als pleegkind en het verwerven van een nieuwe standaardtaal, die ze als lexicograaf dagelijks beoefent.

Maar moeder is dementerend. De taal ontglipt haar, zodat het een moeizame strijd wordt om betekenis te geven aan het verleden en de gebeurtenissen te ontrafelen. Ze worden naar beneden gezogen in een moeras van onbegrip, terwijl de verdrongen dreiging van de Bonak onverminderd aanwezig is.

'The places we are born come back. They disguise themselves as migraines, stomach aches, insomnia. [...] We become strangers to the places we are born. They would not recognize us but we will always recognize them. They are marrow to us; they are bred into us. If we were turned inside out there would be maps cut into the wrong side of our skin. Just so we can find our way back'. (Everything Under)

Daisy Johnson: Everything Under, Vintage London, 2019, 264 p. ISBN 9781784702113. Distributie Penguin RandomHouse Benelux

Daisy Johnson: Veenland, Koppernik Amsterdam, 2019, 195 p. ISBN 9789492313660. Vertaling van Fen door Callas Nijskens. Distributie Elkedag Boeken

Daisy Johnson: Fen, Vintage London, 2018, 192 p. ISBN 9781784702108. Distributie Penguin RandomHouse Benelux





deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

De grote verkilling

Geert van Istendael

Kamers antikamers

Niña Weijers

Verlaten

Jane Harper

Verwondering

Aharon Appelfeld

Winterlaken

Micha Andriessen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2019

Adres onbekend

Susin Nielsen

Mag je haaien aaien?

Katrijn De wit, Inge Rylant (ill.), Laura Bergans (design)

Niet te stoppen

Angie Thomas

Ploef

Espen Dekko, Mari Kanstad Johnsen (ill.)

Zo slapen dieren

Jiří Dvořák, Marie Štumpfová (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri