Vertaald proza

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

Aharon Appelfeld: Verwondering

door Ludo Abicht

Dit is een vreemd en bevreemdend boek. Bevreemdend zowel in de Brechtiaanse betekenis van Verfremdung als in de filosofische en psychologische betekenis van Entfremdung, existentiële aliënatie. Hier wordt overduidelijk gesproken over de zeer reële geschiedenis van de Sjoa, de uitmoording van de Joden in Oekraïne en Roemenië, het geboorteland van Aharon Appelfeld. Deze massamoorden in een aantal dorpen (in feite in àlle dorpen) worden in gruwelijke details verteld door de christelijke buren van de slachtoffers die het allen gezien hebben en die niet geprotesteerd hebben, laat staan getracht hebben de moorden te verhinderen. Niet alleen omdat ze hoogstwaarschijnlijk machteloos stonden tegenover de Duitse bezetters, maar ook omdat ze reeds lang wisten dat het lot van de Joden in hun dorp beslecht was; ook al komen we in het hele verhaal geen enkele Duitse soldaat tegen.
 
Sommige lokale boeren verheugen zich over deze opruiming en wachten niet eens tot de Joodse gezinnen vermoord zijn om hun huizen van de zolder tot de kelder te plunderen. Anderen deelden in ieder geval hun afkeer van de Joden die het volgens hen beter stelden en die vooral dachten dat ze beter waren dan de rest van de bevolking. Zo werd het althans al generaties door grootouders en ouders aan de volgende generatie doorgegeven: wij zijn arm en moeten ons krom werken omdat de Joden tot nog toe alle touwtjes in handen hadden. Wanneer de boeren hun land voor goed geld aan een houtzagerij verkopen en met lede ogen zien hoe het landschap door die industrialisering langzaam maar zeker lelijker en ongezonder wordt, is dat vast en zeker de schuld van de Joden die achter deze manipulaties steken. Bewijzen zijn hier niet nodig, want door de preken van hun pastoors wisten de mensen dat de voorouders van deze Joden Jezus vermoord hadden en daarvoor zullen moeten boeten. De Joden verspreidden ook de epidemieën die geregeld de bevolking troffen. Wanneer men dan ziet dat er ook Joden sterven, beschouwt men dat een extra bewijs van hun perfidie, want ze zijn zelfs bereid enkelen van hun eigen mensen op te offeren om de niet-Joden te raken.  
 
We horen dit alles niet van antisemitische propagandisten of traditioneel religieuze anti-Judaïsten, maar we vernemen het indirect uit de gesprekken die één christelijke vrouw, Irena, met haar niet-Joodse buren voert. Eerst was ze getuige van de slachtpartij, toen ze nog geprobeerd heeft de lokale politieagent Iljitsj te bewegen deze vreedzame Joodse winkeliers, die toch iedereen in het dorp kende en die nooit iemand kwaad gedaan hadden, te laten gaan. Maar Befehl ist Befehl, en met de Duitsers valt daar niet over te lachen, zei Iljitsj.
 
Toen het duidelijk werd dat ook haar man Anton het helemaal met de Duitsers eens was, deed ze wat ze reeds lang had willen doen: ze verliet het huis waar ze de hele tijd van haar huwelijk, geslagen, uitgescholden en brutaal verkracht werd en trok de bergen in, op zoek naar een tante die ooit met een Joodse student samengewoond had en die daarom het zwarte schaap van de familie geworden was. De eigen ouders van Irena hadden altijd de kant van haar man gekozen, want als vrouw was het haar taak hem goed te verzorgen en nooit reden tot klagen te geven.
 
Tot zover de eenvoudige plot over uitbuiting, misogynie, antisemitisme en achterlijkheid. Het vreemde van dit boek is dat het als een grimmig sprookje verteld wordt. Omdat Irena door de gruwel van de moordpartij en de medeplichtigheid of schuldige onverschilligheid van haar familie en dorpsgenoten tot het inzicht gekomen was dat het lot van deze Joden haar herinnerde aan de verhalen die ze altijd over het lijden van Jezus gehoord had. Niemand had haar ooit gezegd dat Jezus zelf een Jood was, en ook de Heilige Maagd Maria en al de apostelen. Ze wil de mensen die ze onderweg in de herbergen tegenkomt van deze waarheden overtuigen, maar ze wordt niet geloofd. De mannen verklaren haar gek of godslasterlijk, slaan haar en proberen haar om te brengen. Alleen bij een aantal vrouwen vindt ze gehoor en hulp en wordt ze als raadgeefster en soms zelfs als genezer gewaardeerd.
 
Waar de aliënatie van de miserabele meerderheid de irrationele haat van de meeste mannen tegen de Joodse minderheid verklaart, werkt de angst voor de vermoorde Joden bij veel vrouwen als een vorm van Verfremdung: eerst hadden ze bijgelovig angst voor de wraak van de slachtoffers, maar langzamerhand kan Irena een paar van hen overtuigen dat de Duitse bezetters weinig hadden kunnen doen zonder de hulp van deze christelijke boeren en dorpelingen. Dat is de opdracht die Irena op zich neemt: haar medechristenen met Bijbelcitaten ervan te overtuigen dat vooringenomenheid, haat en racisme volkomen onchristelijk zijn.
 
Het verhaal breekt bruusk af wanneer ook Irena, de helper en genezer, zelf aan tyfus sterft. Bijna alsof ze er nooit geweest was.
 
Door de snelle afwisseling van taferelen leest dit laatste boek van Aharon Appelfeld (1932-2018), die met dit verhaal opnieuw terugkeert naar de regio van zijn jeugd, als een spannend filmscript: je weet dat wat er komt vreselijk zal zijn, maar je kan niet wachten tot het gebeurt. Je weet uiteraard dat de missie van Irena moest mislukken, maar je had het als lezer zo graag anders gewild.
 
Aharon Appelfeld: Verwondering, Ambo/Anthos, Amsterdam, 2019, 249 p. ISBN 9789026343353. Vertaling van Timahon door Kees Meiling. Distributie VBK België

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

De grote verkilling

Geert van Istendael

Kamers antikamers

Niña Weijers

Verlaten

Jane Harper

Verwondering

Aharon Appelfeld

Winterlaken

Micha Andriessen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2019

Adres onbekend

Susin Nielsen

Mag je haaien aaien?

Katrijn De wit, Inge Rylant (ill.), Laura Bergans (design)

Niet te stoppen

Angie Thomas

Ploef

Espen Dekko, Mari Kanstad Johnsen (ill.)

Zo slapen dieren

Jiří Dvořák, Marie Štumpfová (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri