Vertaald proza

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

André Gide : Moerassen

door Elisabeth Francet

Het nut van modder en moraal

Herder Tityrus leidt een rustig leventje in de veenderijen. Tityrus is een eenling en een gelukkig man. Hij aanvaardt de dingen zoals ze zijn en neemt er genoegen mee naar de moerassen te staren. Op zijn ochtendlijke tochtjes bestudeert hij de flora, 's avonds reflecteert hij en schrijft in zijn dagboek. Aan reizen heeft hij geen behoefte.

Tot zover de inhoud van Moerassen, een kladje met wat losse dagboeknotities van de herder Tityrus, genoemd naar een personage uit de Bucolica (Vergilius' pastorale dichtbundel). Moerassen is tevens het plompverloren motief van een gelaagd satirisch werkje van de Franse schrijver en Nobelprijswinnaar André Gide (1869-1951), eveneens getiteld Moerassen. De verteller in Gides Moerassen probeert Moerassen te schrijven, wat knap lastig is, want hij stuit voortdurend op weerstand in zijn omgeving. Voor wie zich nu al het moeras in gestuurd voelt: deze recensie gaat wel degelijk over Gides werkje.
 
Het verhaal begint met de intrede van Hubert, een trouwe vriend van de verteller. Hubert vraagt de verteller wat hij zit te schrijven. 'Ik schrijf Moerassen'. Om er meteen aan toe te voegen dat het saai is, niets voor Hubert. Desalniettemin begint hij zijn notities voor te lezen. 'Hou maar op! Ik heb het begrepen, beste vriend, schrijf rustig verder.' Hubert vertrekt.
 
Angèle, boezemvriendin van de verteller, is vol lof over Hubert: 'Hij doet tenminste wat. Om te beginnen rijdt hij paard.' De verteller reageert verbolgen en Angèle, moe van al dat gebazel over Moerassen, vertrekt ook. Liever gaat ze luisteren naar Hubert die vanavond voorleest, 'maar niet Moerassen'.
 
'Sotie' of 'narrenspel' noemde Gide zijn unieke tekst uit 1895. In de middeleeuwse traditie is een sotie een kluchtige toneelvorm met moralistische ondertoon. Vandaag kan Moerassen gezien worden als een mengvorm van roman, poëzie, toneel, dagboek en agenda. De toon is aanhoudend ironisch, de stijl absurdistisch, de sfeer verstikkend. Die sfeer was, volgens Paul Claudel, kenmerkend voor de literaire salons eind negentiende eeuw, waaraan Gide een bloedhekel had.
 
Moerassen blijkt een moeilijke kwestie. Toch is de verteller vastbesloten. Alle kritiek, twijfels en zorgen ten spijt: Moerassen zal hij schrijven! Een blik op zijn strakke agenda verraadt een neurotische persoonlijkheid. Voor iedere dag van de week noteert de schrijver een week van tevoren wat hij zal doen en waaraan hij zal denken; daaruit haalt hij zijn plichtsbesef. Aan het eind van de bewuste dag tekent hij op wat hij werkelijk gedaan heeft, maakt de balans op en bepaalt het deficit; dat geeft hem ethische gedachten.
 
Aanvankelijk vindt de verteller bij zijn vrienden steun voor zijn schrijfproject. Hoewel Hubert hem Angèle wil ontfutselen, bezorgt hij hem afleiding met zijn goede humeur, daadkracht en enthousiasme en de lieve Angèle hoort welwillend zijn heen en weer schietende gedachten aan. Ook kan hij rekenen op zijn trouwhartige vriend Richard, op wie het personage Tityrus uit Moerassen is geënt. Toch valt het de verteller steeds moeilijker om moed te scheppen.
 
Terwijl Hubert en Angèle niets van Moerassen begrijpen, is Richard gewoonweg niet geïnteresseerd. Ze denken dat de verteller maar wat lanterfant, ook al verricht hij dagelijks opzoekingswerk in de Jardin des Plantes en zoekt hij letterkundigen en filosofen op. Ook die willen hun zegje doen over het curiosum Moerassen, dat nog voor het bestaat al het middelpunt van roddel wordt, waarrond alle personages cirkelen.
 
Te vuur en te zwaard tracht de schrijver zijn toekomstig geesteskind te beschermen tegen schadelijke invloeden van buitenaf. Nauwgezet schrijft hij mensen in zijn omgeving voor hoe ze Moerassen moeten interpreteren en wrijft hen domheid en gebrekkigheid aan wanneer ze er een andere mening op na houden. Zichzelf pleit hij vrij van alles waarover hij kritiek spuit tegen anderen. Hij onttrekt zich aan iedere verantwoordelijkheid met de dooddoener: 'Ik schrijf Moerassen'.
 
Op een literaire avond laten filosofen, letterkundigen en vrienden van de schrijver hun licht schijnen op Moerassen. Het stuit op nog méér weerstand en verstikkend onbegrip. De moralist verdenkt de schrijver er zelfs van de mensen tot handelen te dwingen en hun daarmee de verantwoordelijkheid te ontnemen om zelf te kiezen. 'U wilt de mensen dwingen tot vrijheid?'
 
In het nauw gedreven door provocaties en holle frasen, keert de schrijver radeloos huiswaarts, waar hij aan zijn schrijftafel trieste zinnen neerpent over het trieste denken van de trieste Tityrus. De verteller zit vast in Moerassen, dat voor geen meter opschiet. In de oneindige uitgestrektheid van zijn veenderijen blijft Tityrus maar aanmodderen. Toch vindt de schrijver troost bij zijn personage en ziet allengs het nut in van modder, de noodzaak van moerassen, 'waar nutteloze besluiten rusten en het denken tot bijna niets herleid wordt'. Tityrus is een gelukkig man: dat is het belangrijkste.
 
De rust is van korte duur. Stilaan hysterisch omdat niemand behalve hijzelf Moerassen begrijpt – 'het denken van een ander is nog moeilijker in beweging te krijgen dan de materie zelf' –  schrijft hij de ene na de andere metafoor en slaat aan het dichten. Maar alleen hij lijdt onder zijn metaforen. Hij wil onrust zaaien bij anderen en oogst slechts onrust bij zichzelf.
 
Zo wordt Moerassen een verstikkende entiteit die de schrijver duistere diepten in trekt. Hij wentelt zich in boosheid en frustratie. De anderen zijn moedwillig blind, zijn bolwerk staat op instorten, zelfs zijn agenda begint hem de keel uit te hangen: wat kan hij anders dan op de vlucht slaan? Hij moet weg uit het claustrofobische Parijs, weg van Moerassen. Hij stelt Angèle voor een plezierreisje te ondernemen. Het wordt een helse tocht.
 
'Wij hebben op het zand gebouwd
Ons werk is niets dan klatergoud.'
 
De sotie begint en eindigt met een dwingend verzoek aan het adres van de lezer. Net als zijn personage doorbreekt Gide de literaire traditie door de morele verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling en het voortbestaan van Moerassen op de schouders van de lezer te leggen. Die zal helaas moeten concluderen dat ook hij in de modder vastloopt. Of dat erg is? Tityrus is een gelukkig man, dat is het belangrijkste.
 
André Gide: Moerassen, Vleugels, Bleiswijk 2019, 136 p. Vertaling van Paludes door Hannie Vermeer-Pardoen. ISBN 9789078627753

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

De grote verkilling

Geert van Istendael

Kamers antikamers

Niña Weijers

Verlaten

Jane Harper

Verwondering

Aharon Appelfeld

Winterlaken

Micha Andriessen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2019

Adres onbekend

Susin Nielsen

Mag je haaien aaien?

Katrijn De wit, Inge Rylant (ill.), Laura Bergans (design)

Niet te stoppen

Angie Thomas

Ploef

Espen Dekko, Mari Kanstad Johnsen (ill.)

Zo slapen dieren

Jiří Dvořák, Marie Štumpfová (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri