Poëzie

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

H.H. Ter Balkt, Alfred Schaffer (sam.): Stilstaand leeft alles hier

door Dirk De Geest.

H.H. ter Balkt overleed in 2015 op 76-jarige leeftijd. Kort daarvoor waren zijn verzamelde gedichten verschenen, een indrukwekkend boekwerk van 1800 bladzijden met een al even imposante titel: Hee hoor mij ho simultaan op de brandtorens. Helaas verdween de uitgave vrijwel meteen uit het circuit, waardoor de editie vrijwel onvindbaar is. Wie meer wil weten over de imposante en hoogst eigenzinnige dichter moet daarom noodgedwongen terecht bij de selectie van amper 100 gedichten die zopas verscheen.
 
Het dient echter gezegd: Alfred Schaffer heeft zich voortreffelijk gekweten van zijn onmogelijke taak als bloemlezer. Zijn keuze is uiteraard beperkt, maar ze laat wel veel zien van de veelzijdigheid én de consequentie van het dichterschap van H.H. ter Balkt. Helaas ontbreekt in de selectie iedere vorm van elementaire verantwoording, waardoor lezers niet eens kunnen nagaan uit welke periode de betreffende gedichten stammen. In zijn korte inleiding schetst Schaffer zijn persoonlijke betrokkenheid met het werk van Ter Balkt. Hij wijst vooral op de eenzaat die een halve eeuw lang, wars van de poëtische modes, consequent is blijken schrijven aan een apart maar indrukwekkend oeuvre. Literair-historisch laat hij daarbij terloops de term ‘postmodern’ vallen, een etiket dat recent wel vaker is gebruik om Ter Balkts werk te karakteriseren, maar in feite slechts ten dele recht doet aan de aard daarvan.
 
Van bij zijn debuut Boerengedichten (1969) – nog onder het Bijbelse pseudoniem Habakuk II de Balker – kwam duidelijk een volstrekt a-modieuze dichter aan het woord. De thematiek was die van een verraderlijke landelijkheid, een dubbelzinnigheid die door het onmiskenbare pathos en de barokke beeldenpracht nog extra in de verf wordt gezet. Aan de ene kant verzet de dichter zich expliciet tegen de waanzin van de moderne tijd en het daarmee gepaard gaande vooruitgangs- en verlichtingsdiscours. Aan de andere kant lijkt hij te pleiten voor een terugkeer naar het natuurlijke en de natuur, maar de naïviteit daarvan wordt vaak doorprikt. Ter Balkt spreekt bijvoorbeeld zijn lof uit voor het varken, voor het bloederige, voor de breugeliaanse overdaad en ontucht. De wellust van de taal viert daarbij hoogtij: er zijn weinig dichters die (zeker in die periode van woordkarigheid en diepe symboliek) zo nadrukkelijk kiezen voor weelderige klanken, voor eindeloze opsommingen, voor contrasterende beelden. ‘Barok’ is daarom de kwalificatie die het best bij deze gedichten past.

Die extreme aandacht voor de taal neemt echter niet weg dat Ter Balkt in zijn poëzie essentiële thema’s aansnijdt. Vooral de problematische omgang met de geschiedenis blijkt een belangrijke leidraad in zijn oeuvre. Nostalgie naar het verleden is de dichter niet vreemd, maar ook de vermeende idealen van de romantiek en de verlichting stelt hij geregeld aan de kaak. Datzelfde geldt voor het zogenaamde meesterschap van de mens over de wereld en de natuur, een thema dat vandaag bij veel schrijvers aan de orde is maar dat bij Ter Balkt al decennia geleden werd gethematiseerd. De dichter legt daarbij echter de nadruk op het feit dat al die problemen in feite doorlopend worden gekaderd door onze ervaringen en onze taal, maar ook door de cultuur waarin wij zijn ingebed. In die zin is het geen toeval dat zijn gedichten bol staan van verwijzingen naar de kunst en de geschiedenis, en dat vooral de theatraliteit daarvan wordt beklemtoond: de geschiedenis lijkt wel één spektakel van bombastische scènes.
 
In dat opzicht is de positie van de dichter als chroniqueur hoogst dubbelzinnig. Aan de ene kant verwerkt Ter Balkt in zijn werk bakken feitjes en gegevens uit de kunst, de geschiedenis, de cultuur en de wetenschap. Daarbij besteedt hij, zeker in zijn latere gedichten, veel zorg aan het verzamelen van deskundige informatie; daardoor zijn de opeenvolgende volumes Laaglandse hymnen bijvoorbeeld een van de meest erudiete en merkwaardige overzichten van de Nederlandse, ‘vaderlandse’ geschiedenis. (Helaas is dat meesterlijke epos slechts schaars vertegenwoordigd in de staalkaart die Schaffer heeft samengesteld). Aan de andere kant wordt die informatie genadeloos gemanipuleerd en gecombineerd tot gedichten met een overweldigende taalkracht. Het informatieve gehalte verdwijnt daarbij op de achtergrond, in de vorm van allusies en verbrokkelde taalelementen, om plaats te maken voor een groots decor met sublieme allures, ook waar het in feite gaat om onooglijke objecten en gebeurtenissen. Hier komt de dichter tot uiting als iemand die oog heeft voor de wonderen van de taal en de literatuur. Ter Balkt beroept zich daarbij op gangbare prestigieuze genres als het epos, de ode of de modernistische canto’s, maar tegelijk beschouwt hij zijn eigen creaties ook als de antipode van die vooraf gegeven schema’s.
 
Het mag duidelijk zijn. Dat deze bescheiden selectie er is, vormt slechts een voorgerecht op de verzamelde gedichten die hoogdringend opnieuw uitgebracht moeten worden. Pas dan wordt recht gedaan aan de veelzijdigheid en de woeker van de briljante dichter die Ter Balkt zijn leven lang is geweest. Waar wacht de uitgever eigenlijk op?
 
H.H. Ter Balkt: Stilstaand leeft alles hier. Een keuze uit de gedichten door Alfred Schaffer, De Bezige Bij, Amsterdam 2019, 124 p. ISBN 9789023497745. Distributie Standaard Uitgeverij 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

De grote verkilling

Geert van Istendael

Kamers antikamers

Niña Weijers

Verlaten

Jane Harper

Verwondering

Aharon Appelfeld

Winterlaken

Micha Andriessen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2019

Adres onbekend

Susin Nielsen

Mag je haaien aaien?

Katrijn De wit, Inge Rylant (ill.), Laura Bergans (design)

Niet te stoppen

Angie Thomas

Ploef

Espen Dekko, Mari Kanstad Johnsen (ill.)

Zo slapen dieren

Jiří Dvořák, Marie Štumpfová (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri