Nederlands proza

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

Hanna Bervoets: Welkom in het rijk der zieken

door Carl De Strycker

‘Hé, is het je weleens opgevallen dat alle films, alle romans over ziek-zijn over kanker gaan? Nou ja, of over alzheimer, maar wat ik bedoel: verhalen, films, boeken over ziek-zijn draaien altijd om progressíéve ziektes: het personage wordt ziek, hij schrikt, hij lijdt, en dan wordt hij weer beter, of niet. En wordt hij niet meer beter, dan sterft hij, met al zijn dierbaren om zijn bed, iedereen verdrietig maar allerlei verrijkende levensinzichten rijker.’
 
Zo klinkt de verzuchting van Marla, een van de personages in het nieuwe boek van Hanna Bervoets. Marla is net als het hoofdpersonage Clay chronisch ziek. Het punt dat Bervoets haar personage hier laat maken is van poëticale aard: een chronische ziekte is verhaaltechnisch oninteressant is omdat ze geen verloop kent, geen stadia, geen ups en downs, geen hoop op beterschap en zelfs geen eindpunt. Het gaat letterlijk om een voortdurende toestand, die de actieradius van de personages bovendien inperkt tot een hele kleine wereld waarin ook nog eens steeds dezelfde handelingen terugkeren: slapen, pijnklachten, pijnbestrijding en heel veel gedachten over de ziekte. Dat levert weinig verrassende stof op voor een goed verhaal. En toch neemt Bervoets, die zelf aan chronische pijn lijdt, de handschoen op. Het leidt tot een ellendig en een ellendig saai boek, maar dat lijkt de bedoeling te zijn: de vorm weerspiegelt op die manier het monotone leven van de personages.
 
Clay wordt ziek als hij op een kinderboerderij een geitje aait – sindsdien lijdt hij aan hevige pijnen en is voortdurend vermoeid, maar de dokters vinden maar niet wat er scheelt. Allerlei diagnoses worden naar voren geschoven, maar het is meer dan een jaar wachten tot er uiteindelijk een naam op de ziekte gekleefd kan worden: fybromyalgie, een bundel van klachten waar helaas geen behandeling voor bestaat. De slepende ziekte zorgt ervoor dat hij niet meer full time kan werken, dat hij zijn geliefde verliest en dat hij depressieve gedachten krijgt. Als hij op een van de revalidatiesessies Marla ontmoet, bloeit er iets tussen de beiden, maar wanneer hij na een goedbedoelde verrassing tegen haar uitvalt en zijn twijfel uitspreekt over haar klachten, eindigt hij eenzaam en alleen. Het is een metafoor voor het feit dat patiënten zo sterk met zichzelf bezig zijn dat het moeilijk is om iemand in hun leven toe te laten, terwijl ze tegelijk net heel veel behoefte hebben aan een begrijpend iemand in hun nabijheid.
 
De hoofdstukken over het dagelijkse leven van Clay, waarin eigenlijk niets gebeurt, behalve dat ze verslag doen over fysieke ongemakken, worden in de jij-vorm verteld. Die eerder ongewone vertelinstantie is natuurlijk een verholen ik-verteller, waardoor het relaas van de ziekte eigenlijk een monoloog in de vorm van een gesprek met zichzelf. Het is echter ook een manier om de lezer sterker bij het verhaal te betrekken. Telkens word je aangesproken zodat het lijkt dat de verteller jouw geschiedenis uit de doeken doet. Samen met de ellenlange beschrijvingen van het eentonige leven van de personages is het een manier om de lezer te verplaatsen in de situatie van chronisch zieken. Het doet je ervaren hoe vervelend het leven is in die omstandigheden.
 
Deze passages worden afgewisseld door hoofdstukjes die in de dialoogvorm gesteld zijn. Clay onderneemt daarin samen met een gids een tocht door een soort onderwereld. De gids blijkt Susan Sontag te zijn, die het beroemde boek Ziekte als metafoor schreef, waaraan de titel van Bervoets boek ontleend is. Bervoets laat een van de personages citeren uit dat boek: 
 
‘Iedereen wordt geboren als burger van twee rijken […] Wij zijn zowel burger van het rijk der gezonden als van het rijk der zieken.’
 
De tocht die Clay met Susan onderneemt, is er een naar dat rijk der zieken: het is een helletocht waarin hij figuren tegenkomt die hun eigen lichaam dragen (hijzelf zal zijn lichaam op een karretje moeten trekken), waarin hij zijn duim verliest die door gangreen blijkt aangetast en waarin hij wordt belaagd door ‘identiteken’. Uiteindelijk komt hij terecht in een resort waar hij voor de rest van zijn dagen zal moeten blijven, en wordt duidelijk dat Susan eigenlijk zijn dubbelganger is (waardoor de dialoog dus opnieuw een alleenspraak blijkt te zijn). Het zijn symbolische passages over de wijze waarop patiënten lichaam en geest van elkaar trachten los te koppelen, over het verlies van identiteit die de ziekte met zich meebrengt, maar ook over het lange proces van aanvaarding van de ongeneeslijke ziekte.
 
Daarmee heeft Bervoets een vorm gevonden om het gesignaleerde probleem voor de romancier of scenarioschrijver te omzeilen die over chronisch ziekte wil schrijven. Er zijn hoofdstukken waarin het ziek-zijn zonder verbloemen benoemd en uitgebreid beschreven wordt – zonder metaforen, iets waar Sontag met betrekking tot ziektes een hekel aan had. Op die manier wordt de lezer geconfronteerd met de in elke betekenis van het woord vervelende gevolgen van ziekte. Daarnaast zijn er de meer allegorische passages die uiteraard wel gebruikmaken van metaforen waarmee de psychologische effecten ervan worden verbeeld. Die vernuftige opbouw zorgt ervoor dat je als lezer een inkijk krijgt in het rijk der zieken.
 
Hanna Bervoets: Welkom in het rijk der zieken. Pluim, Amsterdam 2019, 280 p. ISBN 978949292828

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

De grote verkilling

Geert van Istendael

Kamers antikamers

Niña Weijers

Verlaten

Jane Harper

Verwondering

Aharon Appelfeld

Winterlaken

Micha Andriessen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2019

Adres onbekend

Susin Nielsen

Mag je haaien aaien?

Katrijn De wit, Inge Rylant (ill.), Laura Bergans (design)

Niet te stoppen

Angie Thomas

Ploef

Espen Dekko, Mari Kanstad Johnsen (ill.)

Zo slapen dieren

Jiří Dvořák, Marie Štumpfová (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri