Peuters en kleuters

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2019

Jan Jutte: Tijger

door Henk van Viegen

4+ - Josefien loopt door het bos, waar ze graag komt. De bomen zijn donkerbruin en zwart. Op de volgende pagina loopt een tijger. Hé, wat een gezellige, zachte kleuren hebben de bomen waar hij loopt. Hoe de tijger daar terecht komt, weten we niet, maar in elk geval is hij vriendelijk en aaibaar. Zijn warmte gloeit je op bijna elke pagina oranje tegemoet. Josefien, te concluderen aan de foto’s op haar slaapkamer weduwe geworden, knapt er meteen erg van op en neemt hem mee naar huis. Dat staat, zoals gebruikelijk bij Jutte, in een enigszins onbestemd stadje waaraan we niet kunnen aflezen in welke tijd we zijn. In elk geval niet in de huidige, eerder in de jaren vijftig, te zien aan sommige gebruiksvoorwerpen, een schip, de hoeden van de mannen, die ze ook keurig afnemen bij het groeten. Ook aan de hoedjes van de vrouwen en de vierkant vallende broeken van de jongens, die op een plusfour lijken.
 
De mensen in het stadje schrikken eerst behoorlijk, tot verbazing van Tijger, maar al gauw is het voor de meesten een feest dat hij er is. Je kunt paardje rijden op zijn rug, hem gebruiken voor een spreekbeurt en als model voor je schilderijen. De schilder, Pierre-met-alpinopet, is, net als Jutte, een fan van Matisse en Picasso.  
 
Ondanks alle gezelligheid krijgt Tijger op een dag fernweh. Het woordspel met heimwee is leuk: fernweh is een verlangen naar verre, onbekende oorden. Eerder dan verlangen naar het onbekende, verlangt Tijger naar wat hem intussen niet meer vertrouwd is: zijn oorspronkelijk leefgebied en zijn eigen aard. Hij heeft het goed bij Josefien, maar tegelijk maakt het hem ziek. Josefien brengt hem dus terug. De afscheidsscène is heftig in zijn eenvoud. Hier wordt ons iets verteld over een diep gevoeld afscheid, maar troost is er ook.
 
Jutte zet weer fraai onverwachte kleurvlakken tegen elkaar. In de heldere eetkeuken hebben verschillende soorten groen geen enkele moeite met elkaar. Treffend is hier ook de donkere gang waar Tijger verdrietig ligt te wezen. Ook in de buitenruimtes kiest Jutte voor bijzondere oplossingen. Een lichtbruine muur met schrikkende mensen daartegen als een slecht passend decorstuk, naast het blauwgroen van de huizen van de straat daarachter. De hoge zwarte muur van een steeg, met het perspectief vanuit die steeg, is schitterend.
 
Er is een redelijk geslaagde afwisseling van rustige en drukke prenten, op eentje na allemaal over een dubbele pagina. De rustige winnen het volgens mij ruimschoots van de drukke. Het is bijvoorbeeld niet helemaal duidelijk waarom de herfstpagina zo rommelig boordevol mannen en vrouwen met paraplu moet. Maar misschien begeleiden deze, vooral in het zwart en grijs geklede, mensen de eenzaamheid en de rouw van Josefien. Licht element op deze prent is een gezellig in een plas stampend meisje. Ook de tekening van ‘het verre oosten’ is rommelig, volgepropt met ‘vaste kenmerken’ als tulbanden, islammutsjes, hoofd- en omslagdoeken, een tuktuk, een fietstaxi en een slangenbezweerder.  
 
Alles bij elkaar is dit een volbloed Jutte, die de tekst bescheiden heeft gehouden. Hier en daar voegt die echt iets toe, bij voorbeeld als hij vertelt dat Josefien op de heenreis minstens drie dikke boeken leest en op de terugreis niets. Ook zo kom je iets te weten over afscheid nemen en missen. Soms kan de weinige tekst zelfs best weg. We snappen het slot bij voorbeeld zo ook wel. De oranje deken van Josefien, met daarop een poesje, de nieuwe kameraad van Josefien, gloeit op de slotpagina bijna hetzelfde op als de vacht van Tijger. Boven haar hoofdeinde hangt Tijgers portret, en op het nachtkastje staat nog prominent dat van haar man. En dan volgt nog een fraai schutblad.
 
Jan Jutte: Tijger, Lemniscaat, Rotterdam 2019, 48 p. : ill. ISBN 9789047710714. Distributie De Eenhoorn

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri