Nederlands proza

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2019

Alfred Birney: Niemand bleef. Dagboek van Meneer B. 2005-2011

door Jo Vanderwegen

Lang gold Alfred Birney (1951) als een onontdekte diamant in het literaire landschap. Pas met het monumentale De tolk van Java, waarvoor Birney de Libris Literatuur Prijs won in 2017, brak de van oorsprong Nederlands-Indische schrijver door bij het grote publiek. De gedeeltelijk autobiografische roman handelt over de herinneringen van een voormalig militair van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) aan de Bersiap-periode (de periode na de capitulatie van de Japanners tot aan de onafhankelijkheid van Indonesië), en de invloed die de gebeurtenissen uit die tijd op zijn gezin hadden. De tolk van Java is tegelijk beklemmend en vernieuwend, door het tot dan toe in de Nederlandse literatuur zelden gekozen standpunt. De lezer herkent moeiteloos de vader van de schrijver en dus óók de schrijver zelf in het werk.  
 
In aanloop van dit magnum opus schreef Alfred Birney natuurlijk nog meer, onder andere het dagboek dat nu met de titel Niemand bleef in de reeks Privé-domein verschijnt. De aanvang van het dagboek situeert zich enige tijd voor de schrijver een hartinfarct krijgt. Hij is daarna gedwongen thuis, om te herstellen. Daardoor speelt zijn leven zich ineens vooral tussen vier muren af. Dit leidt ertoe dat Birney zijn leven overschouwt, en daarvan verslag doet op de manier die hij het beste kent: met de pen.
 
De notities zijn chronologisch, te beginnen in november 2005. In die eerste paragraaf (‘Noemt u mij maar Meneer B.’) blikt de schrijver terug op het begin van zijn schrijversloopbaan: ‘Ik was ooit een nukkige schrijver die zich ergens achter in het schrijverspeloton van de Lage Landen bevond en nooit een collega zag.’ Maar de meeste aandacht gaat toch naar de beschrijving van alledag; de (deeltijdse) zorg voor zijn opgroeiende zoon, de vrouwen die de auteur in de andere huizen of op het trottoir ontmoet, de perikelen die hij heeft met vertalers en/of uitgevers, de noodzakelijke overgang naar een dieet vol vette vis, het fietsen (een dagelijkse noodzaak om zijn hart in het juiste ritme te houden)…  
 
Ook spreekt uit de dagboekfragmenten een grote liefde voor Japanse kunst. De schrijver bewondert onder meer de fijnzinnige uitwerking en de eigen stijl. Zo draagt hij al jaren Het hoofdkussenboek van de Japanse hofdame Sei Shonagon (een werk uit de elfde eeuw) met zich mee, om het elke zomer opnieuw te kunnen lezen – literatuurliefhebbers zal het niet ontgaan zijn dat de Jos Vos’ vertaling van de dagboeknotities van Sei Shonagon een voorwoord van Birney meekreeg.
 
Niemand bleef bestaat uit losse stukken herinneringen en beschrijvingen van ontmoetingen en net-niet-ontmoetingen, van kijken door het raam en kijken op het fietspad, kortom, vingeroefeningen voor wat de doorbraak in zijn schrijversloopbaan zou betekenen. De toon is zelfrelativerend en ironisch – een stijlkenmerk dat ook De tolk van Java zo typeert. Hoewel delen van Niemand bleef eerder op de persoonlijke blog van Alfred Birney verschenen, is de uitgave in boekvorm een zegen voor de liefhebber. Maar dat zijn dagboek uitgerekend bij de prestigieuze reeks Privé-domein is verschenen, heeft Birney vermoedelijk te danken aan het winnen van de Libris Prijs. Toch is ook Niemand bleef zeker het lezen waard, om een beter begrip van de schrijver te krijgen, of gewoon, omdat het een goed boek is die ook het andere werk van Alfred Birney in een breder perspectief plaatst.
 
Alfred Birney: Niemand bleef. Dagboek van Meneer B. 2005-2011, De Arbeiderspers, Amsterdam, 2019, 359 p. ISBN 9789029526180. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri