Vertaald proza

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2019

Kamel Daoud: De schilder die de vrouw verslindt

door Katja Feremans

In oktober 2017 heeft de Algerijnse schrijver Kamel Daoud (1970) zich op uitnodiging van het Picassomuseum in Parijs een nacht lang ondergedompeld in de tentoonstelling ‘Picasso 1932, année érotique’. Daoud kon zich prima vinden in het idee om zijn geest de vrije loop te laten op deze expo, die was opgevat als het erotische dagboek van de vijftigjarige schilder en zijn minnares van halfweg de twintig, Marie-Thérèse Walter. Erotiek is dan ook een spil in Kamel Daouds beeld van de wereld.
 
De ondertitel van dit literaire essay, ‘Over de vrouw, het naakt en verlangen’, geeft een misleidende indruk, want de genoemde onderwerpen zijn voor Daoud slechts een springplank naar meer. Vanuit zijn zienswijze op het naakt en de cultus van het lichaam loodst hij ons namelijk binnen in de wereld van de godsdienst, meer bepaald in die van religies waarin het beloofde hiernamaals tussen de mens en zijn lichaam staat. In zijn essay spitst hij zich toe op het gevolg hiervan voor de denkbeelden van (diep)gelovige moslims.
 
Voor hen, zo stelt hij, is het naakt, net als overigens kunst, muziek en alcohol, een afslag van de met ontbering, gebed en onderwerping geplaveide weg naar god. Het is ‘gefluister van de duivel, verleiding, de nauwelijks verholen balts van de seksuele losbandigheid’. Dit pad, dat hem uiteindelijk naar de fundamentalistische islam leidt, bewandelt Daoud niet in zijn eentje. Hij laat zich vergezellen door zijn personage Abdellah, de verpersoonlijking van de radicaliserende moslim.
 
Of Abdellah al dan niet in het Westen is geboren, blijft in het midden. Dat de dominante westerse cultuur er de oorzaak van is dat hij zich in dit ondermaanse geminacht voelt, staat voor hem wel als een paal boven water. Vooral de in zijn ogen goddeloze obsessie met bloot is hem een doorn in het oog en roept zowel zijn woede als zijn bekeringsdrang op.
 
Door zijn visie op de geradicaliseerde islam te vertolken via het personage Abdellah heeft Daoud de onverschrokkenheid waarmee hij zijn standpunten pleegt uit te dragen enigszins gedempt. In het verleden hebben zijn uitgesproken meningen hem dan ook al ernstig in de problemen gebracht.
 
In december 2014 sprak een Algerijnse, salafistische imam een fatwa tegen hem uit. Daoud werd ervan beschuldigd een kruistocht te voeren tegen God, de Profeet, de Koran en daarmee tegen de Algerijnse moslimgemeenschap. Dit overkwam de schrijver nadat hij op de Franse televisie zijn islam-kritische houding naar voren bracht. Dit deed hij nochtans in eenzelfde toonaard als in zijn in 2013 in het Frans verschenen debuutroman, die bij ons in 2015 volgde als Moussa of de dood van een Arabier.
 
Een jaar later kwam hij in opspraak vanwege zijn uitlatingen over de aanranding van vrouwen tijdens de oudejaarsnacht in Keulen. Die incidenten op 31 december 2015 kwamen hoofdzakelijk op het conto van jonge, Arabische en Noord-Afrikaanse mannen. In de nasleep ervan schreef Kamel Daoud een stuk in Le Monde, waarin hij de handtastelijkheden associeerde met de moeilijke verhouding van Arabische moslims tot hun lichaam, tot seksualiteit en tot de vrouw. Het progressieve westerse kamp ergerde zich aan hem, omdat het vond dat Daoud hiermee versleten clichés over moslimmigranten voedde. Fanatieke moslims waren dan weer verbolgen over zijn insinuatie dat er iets zieks was aan hun omgang met de wereld.
 
De bedreigingen aan zijn adres deden de auteur destijds afstand nemen van de journalistiek. Intussen schrijft hij wel weer voor de Franstalige Algerijnse krant Le Quotidien d’Oran en verschijnen artikelen van hem ook opnieuw in Le Monde en The New York Times.
 
Kamel Daouds intellectuele raffinement is duizelingwekkend. Net zoals Picasso in zijn kubistische schilderijen de werkelijkheid van alle kanten tegelijkertijd wil tonen, keert ook Daoud de dingen graag om en om, op zoek naar nieuwe verbanden en prikkelende conclusies. Zo profileert hij zich in dit essay als een zuiderling en een man van ‘de planeet van Allah’, maar verweeft hij tegelijk westerse referenties in zijn betoog. Zijn eigenzinnige redeneertrant levert bijvoorbeeld verrassende bespiegelingen op rond Daniel Defoes Robinson Crusoe en de nog altijd voelbare gevolgen van de brutale onderdrukking van volkeren in naam van het westerse imperialisme. Daarbij denkt hij in de eerste plaats aan de kolonisatie van Algerije door Frankrijk, die tot op vandaag de verhouding tussen de Algerijnse moslimgemeenschap en de Fransen tekent.
 
Daoud geeft af en toe een privéanekdote prijs en bevraagt mythes en zekerheden, waarmee hij is opgegroeid. Dit essay geeft zijn persoonlijke blik weer, maar tegelijk hoopt hij in de duistere daad van het erotische verslinden en verslonden worden, zoals die van Picasso’s doeken afspat, een hogere waarheid te vinden. Hij is namelijk ook op zoek naar het ‘absolute bewijs’ dat de mens het zonder hemelen, heilige boeken en tempels kan stellen.
 
De uitkomst van die zoektocht die start bij Picasso’s orgie van kleuren en zowel sensuele als schetsmatige lijnen formuleert hij vernuftig. Zijn personage Abdellah blijft aan het eind nog heen en weer geslingerd worden tussen de cultus van god en die van het lichaam, zo stelt Daoud vast. Zelf stapt de schrijver opgetogen naar buiten na zijn nacht in het museum: ‘ik wist dat ik gelijk had toen ik als jongeman in mijn dorp tot de conclusie kwam dat erotiek de oudste religie is, dat mijn lichaam mijn enige moskee is en dat de kunst de enige eeuwigheid is waarvan ik zeker kan zijn’.
 
Kamel Daoud: De schilder die de vrouw verslindt, Ambo/Anthos, Amsterdam 2019, 182 p. ISBN 9789026347382. Vertaling van Le peintre dévorant la femme door Manik Sarkar. Distributie VBK België 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2019

Alle verhalen

Hugo Claus

Dagboek van een dief

Jean Genet

De menselijke maat

Roberto Camurri

Grote verwachtingen. In Europa 1999-2019

Geert Mak

Vaderliefde

P.F. Thomése

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 11, DECEMBER 2019

Dromers

Bibi Dumon Tak, Charlotte Dumas (fotogr.)

Het geheime bondgenootschap

Philip Pullman

Het werkstuk, of Hoe ik verdween in de jungle

Simon Van der Geest en Karst-Janneke Rogaar (ill.)

Oef wat een geluk!

Ghislaine Roman, Tom Schamp (ill.)

Verloren woorden. Een betoverboek

Robert Macfarlane, Jackie Morris (ill.)

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri