Poëzie

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2019

Max Greyson: Et alors. Gedichten

door Dirk De Geest

Als er een woord is dat de nieuwe dichtbundel van Max Greyson karakteriseert, dan is het wel: ‘onderweg’. De dichter is onderweg, in de ruimte, in de tijd, in zijn eigen leven en de liefde. Daarbij is hij tegelijk een actieve deelnemer en een buitenstaander, en net die dubbelzinnige positie ligt aan de basis van heel wat gedichten. ‘Et alors’ (en wat dan nog), lijkt het sprekende ik zich permanent af te vragen.
 
Allereerst is de ruimte van de grote stad Brussel. Het is de biotoop waar Greyson zich thuis voelt, maar het is tegelijk geen homogene ruimte. Integendeel, het is een labyrintische mengelmoes van culturen en vooral van talen. Het onderscheid tussen vreemdeling en autochtoon is daarbij niet van tel, zeker niet omdat ook de dichter zelf is opgegroeid in twee culturen en zijn poëzie deels berust op een permanente vertaalslag. De titel van de bundel is, net als die van alle cycli en gedichten, een wending in de Franse taal. De gedichten zelf zijn dan weer in het Nederlands geschreven, hoewel ze soms doorspekt zijn van Franse uitdrukkingen (en tussendoor is er ook een tekst opgenomen die ‘zichzelf’ vertaalt in beide landstalen). Het is geen loutere gimmick maar een beeld voor wat Greyson voor ogen staat. Mensen baden in diverse talen en als zodanig is hun identiteit ook inherent een amalgaam. Dat de mens verdwaalt in zijn eigen stad, is daarvan een zoveelste symptoom, maar net in die onzekerheid schuilt ook de verwondering en de mogelijkheid om zich te laten verrassen.
 
Op dezelfde manier kijkt de dichter naar zijn eigen leven. Opmerkelijk is het hoe vaak de toch jonge dichter meent te moeten ‘terugkijken’, en hoe het daarbij niet uitsluitend gaat om het ophalen van herinneringen. Integendeel, Greyson gebruikt dat verleden als mogelijk alternatief, om wat hij ervaart te plaatsen in de context van andere mogelijkheden. Het leidt ertoe dat allerlei modaliteiten en filosofische bedenkingen deel uitmaken van de ervaring zelf. Dat wordt treffend uitgedrukt in de reeks ‘La conjugation de l’amour’ (de vervoeging van de liefde), waar de complexe relatie tot de ander verbeeld wordt via allerlei werkwoordtijden en werkwoordvormen. Er is niet enkel het nu, dat heden is onvermijdelijk ingebed in een verleden (diverse verledens zelf als men de dromen en herinneringen meerekent) en in een onbepaalde toekomst. Ook de portretten van familielieden zijn zo geconstrueerd.
 
Greyson is vooral bekend als podiumdichter, maar opnieuw laat hij zien hoezeer hij nadenkt over zijn eigen poëzie. Wat zijn teksten extra maakt, is daarenboven de manier waarop hij zijn eigen intieme leefwereld verbindt met de maatschappelijke ontwikkelingen (en omgekeerd). Wat de dichter ervaart, is meteen de ervaring van de 21ste-eeuwse mens. Zijn leefruimte is die van de aarde en de mensheid. Greyson is geen naïeve wereldverbeteraar, maar hij wil met zijn werk mensen attent maken, in de hoop kleine stapjes te zetten.
 
Max Greyson: Et alors. Gedichten, De Arbeiderspers, Amsterdam 2019, 91 p. ISBN 9789029528559. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri