Vertaald proza

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2019

Sayaka Murata: Buurtsupermens

door Jo Vanderwegen

Met Buurtsupermens verschijnt er voor het eerst een in het Nederlands vertaald werk van Sayaka Murata. In thuisland Japan geniet Murata veel bekendheid. Ze scoorde met Konbini ningen (Buurtsupermens) in 2016 immers een regelrechte verkoopshit en kreeg er de Akutagawa-prijs voor. Maar ook verschillende van haar tien andere boeken vielen de afgelopen jaren in de prijzen.
 
In deze novelle volgt de lezer de zesendertigjarige Keiko Furukura. Zij werkt al achttien jaar als vakkenvuller en kassamedewerkster in dezelfde superette, wat bijzonder ongebruikelijk is. Zo’n baantje beschouwen de Japanners uitsluitend als tijdelijk. Het idee dat iemand jarenlang in een dergelijke buurtsuper zou werken, is onbestaand en wordt helemaal absurd in Keiko’s geval, die een universitair diploma bezit.
 
Op zich hoeft Keiko’s ongebruikelijke werksituatie niet te verwonderen. In haar jeugd was ze altijd alleen, had geen (nood aan) vrienden en wist zich ook regelmatig geen houding te geven. Zelfs nu, als volwassene, bestudeert ze met uiterste precisie hoe haar leeftijdsgenoten zich kleden, hoe ze spreken en hoe ze omgaan met elkaar. Keiko kopieert hun gewoontes en manier van doen in de hoop dat ze zich kan conformeren en dat haar collega’s en kennissen haar aanvaarden.  
 
Keiko beschouwt vriendschappen en relaties trouwens louter utilitaristisch; aan de andere kant vinden haar kennissen het maar wat vreemd dat ze al achttien jaar lang flexwerk doet en nog altijd geen relatie heeft. In elk geval: de buurtsuper staat centraal in Keiko’s leven, want ‘in de buurtsuper wordt werken als lid van het team meer dan waar ook gewaardeerd. Het is er niet zo ingewikkeld. Geslacht, leeftijd, nationaliteit, het is van geen belang. Zolang iedereen hetzelfde uniform aantrekt, zijn we evenwaardige wezens, genaamd ‘winkelmedewerker’.’
 
Stilletjes aan smokkelt Sayaka Murata wat filosofie in haar novelle: een superette als afspiegeling van de strikt georganiseerde Japanse maatschappij, waar alle gedrag vastligt in conventies en individualisme onderdrukt wordt ten voordele van het groepsdenken. Of wat te denken van het panta rhei­-moment ‘niets van toen de winkel voor het eerst openging, is nog aanwezig. Alles is er wel voortdurend, maar stukje bij beetje wordt het vervangen’?
 
Helaas blijft Buurtsupermens slechts tot in de eerste helft interessant. Daarna komen er geen nieuwe metaforische bedenkingen meer bij, verglijdt de humor van subtiel naar melig-absurd en gaat alle zin voor nuance verloren. Murata beantwoordt vragen in plaats van ze te stellen, wanneer ze haar personages zinnen laat zeggen zoals ‘mensen hebben de plicht hun bijdrage te leveren aan de samenleving, zij het door hun werk of door een gezin’. Dat is nét de aan te vechten premisse die een beetje lezer zelf wel kan ontdekken zonder dat het hem zo expliciet moet worden voorgeschoteld. De schrijfster heeft de vervelende neiging haar publiek te onderschatten en dat maakt dat in Buurtsupermens weinig te ontdekken valt. Aan het einde blijft er dan ook nagenoeg geen ruimte voor interpretatie en discussie over. Blijkbaar vonden 600.000 Japanners en de jury van de Akutagawa-prijs dat destijds geen probleem, maar het literaire gehalte mocht toch flink wat hoger.  
 
Sayaka Murata: Buurtsupermens, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam 2019, 144 p. ISBN 9789038806631. Vertaling van Konbini ningen door Luk Van Haute. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri