Letterkunde

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2019

Stan Lauryssens: De man met de zweep. Mijn herinnering aan Jef Geeraerts

door Carl De Strycker

Stan Lauryssens heeft een reputatie. In zijn biografie over Julien Schoenaerts stonden een aantal ‘fouten’ die de familie van de acteur ertoe noopten om een kortgeding aan te spannen. De rechter besliste dat het enkel verkocht mocht worden met de vermelding ‘Dit boek bevat onjuistheden’; de auteur en zijn uitgever hielden de eer aan zichzelf en lieten het boek uit de handel nemen.

Nu heeft Lauryssens zijn herinneringen aan Jef Geeraerts te boek gesteld. Het is een boekje geworden waarin Lauryssens een aantal smeuïge anekdotes vertelt over Geeraerts. De meeste daarvan waren echter al bekend waardoor het niet duidelijk is wat dit boekje bijdraagt aan het beeld van de schrijver. Dat komt omdat het boek al te zeer een autobiografie is in plaats van een boek over Geeraerts. Bovendien moeten een aantal passages met een grote korrel zout genomen worden, niet alleen vanwege de sweeping statements, maar ook door het gehanteerde vertelperspectief.  
 
De eerste bladzijden van het boek schetsen de jeugd van… Lauryssens, pas daarna komt Geeraerts in beeld als een soort literaire held. Het is naar aanleiding van de rel rond Gangreen 1. Black Venus dat Lauryssens, op dat moment reporter voor De Nieuwe Gazet, de schrijver voor het eerst spreekt. Later gaat hij ’n keer paardrijden met hem, bezoekt hem af ten toe, leert z’n ouders en maîtresses kennen, en wanneer hij voor Manteau de marketing verzorgt, ontmoet hij de schrijver nog een paar keer. Verder is het eigenlijk niet duidelijk of hij daadwerkelijk tot de inner circle van de schrijver behoorde, zoals hij laat uitschijnen aan de hand van de vele persoonlijke details uit Geeraerts’ privéleven.  
 
Die worden gelardeerd met uitgebreide verhalen uit het leven van… Lauryssens: hoe het er op de redactie van de krant aan toe ging, wordt uitgebreid beschreven, vol sappige observaties en een uitgebreide herinnering aan Roger Van de Velde, zijn baantje bij de uitgeverij, zijn frauduleuze kunsthandel, zijn vlucht naar het buitenland en zijn debuut als thrillerauteur. Tussendoor krijgen we een soort minibiografie van Geeraerts waarin weinig nieuws naar voren wordt gebracht of het moest het bestaan van de buitenechtelijke dochter zijn die hij, anders dan zijn wettelijke kinderen, erg heeft liefgehad. Van haar kreeg Lauryssens liefdesbrieven die Geeraerts schreef aan haar moeder, en die hier worden geciteerd. Of misschien is voor een toekomstige biograaf het ooggetuigenverslag bruikbaar van het feest dat de uitgeverij voor Geeraerts’ vijftigste verjaardag organiseerde en dat er veel wilder aan toeging dan in de officiële versie die Geeraerts’ echtgenote Eleonore ervan geeft in De spoken van Jef Geeraerts. Al bij al redelijk mager en weinig opzienbarend.
 
Natuurlijk gaat het hier om Mijn herinnering aan Jef Geeraerts en is het geheugen feilbaar (een van de argumenten die Lauryssens hanteerde ter verdediging van zijn missers in het Schoenaerts-boek), maar toch is dit wel een heel gekleurd portret van de schrijver. Dat heeft onder andere te maken met de insteek: Lauryssens is en blijft een groot fan van Geeraerts’ Kongo-literatuur, maar vindt dat de schrijver voor de rest te veel broodwerk heeft geleverd: over zijn reportages en misdaadverhalen wordt redelijk meewarig gedaan. Niet alleen expliciet, maar ook aan de hand van het relaas over de wijze waarop Lauryssens’ eigen thriller tot stand kwam: in korte tijd en volgens een procedé, maar met succes, want hij won er de Hercule Poirot-prijs mee. Boodschap: zo moeilijk is het niet om een goeie policier te maken.  
 
Niet alleen wat betreft het oeuvre heeft Lauryssens een duidelijke voorkeur, ook blijkt duidelijk zijn aversie tegenover Eleonore. Het maakt de passages waarin zij optreedt minstens twijfelachtig. En dan zijn er nog de oncontroleerbare suggesties die hij doet, zoals in deze alinea waarin hij het waargebeurde karakter van Geeraerts’ doorbraakroman ter discussie stelt naar aanleiding van het feit dat hij de schrijver ziet samenhokken met een prostitué: ‘en ineens vermoedde ik dat de hoerenverhalen uit Gangreen 1 – Black Venus waarschijnlijk niet “zelf beleefd” waren maar dat het allemaal was opgetekend uit de mond van Rozinneke die meer ervaring had met betaalde liefde dan tien Jef Geeraertsen bij elkaar.’ Iets soortgelijks doet hij voor Gangreen 2. De goede moordenaar. Al eerder was duidelijk dat die roman, anders dan Geeraerts graag liet uitschijnen, waarschijnlijk niet op ware feiten berust. Lauryssens gaat wel erg ver in zijn veronderstellingen over de genese van het boek als hij schrijft:  
 
‘hij knipte zijn “Europese” love story met Maria-Marie-Mietje-Mie Q. uit zijn dagelijkse leven, stopte haar in een teletijdmachine en flitste haar tien, elf jaar terug in de tijd, naar de jaren van hun eerste liefdesnachten in 1958-’59-’60 in Belgisch-Kongo, puzzelde handig heden en verleden in elkaar en bracht Maria-Marie-Mietje-Mie Q. uit O. aan de Schelde opnieuw tot leven als Marie la Jolie uit Kiabukwa in de provincie Katanga, een Vlaamse vrouw met zwartgelakte teennagels, opzichtige ringen aan haar tenen en “een krankzinnigmakend parfum”’.  
 
Het zijn helaas beweringen die niet gestaafd worden. Ten slotte is er nog het vertelperspectief. In verschillende passages leeft Lauryssens zich in Geeraerts in. Hij gebruikt weliswaar de derde persoon, wat objectiviteit suggereert, maar het standpunt is dat van Geeraerts, met andere woorden: hij kruipt in het hoofd van zijn subject en beschouwt de wereld vanuit diens perspectief waardoor Geeraerts een personage wordt. Het gebruik van de Erlebte Rede maakt dat de vertelling lekker loopt, maar ondermijnt de waarachtigheid die van het genre van de herinnering verwacht wordt.
 
Eigenlijk is dit een behoorlijk freudiaans boekje. Lauryssens is duidelijk een fan, en laat niet na om te onderstrepen hoe belangrijk Geeraerts’ boeken zijn geweest voor hem persoonlijk. Deze schrijver is voor hem een voorbeeld: letterlijk – zij het in de negatieve zin – wanneer hij zijn thriller in elkaar knutselt, en in dit boek, waarin hij de stijl van Geeraerts imiteert als hij over zijn eigen seksuele uitspattingen schrijft. Maar ook figuurlijk: Lauryssens’ belangrijkste punt is dat Geeraerts zowel in litteris als in werkelijkheid een behoorlijk leugenachtig leven geleid heeft. Hetzelfde geldt natuurlijk voor Lauryssens, en dat wordt nog eens onderstreept met deze ‘herinneringen’.  
 
Stan Lauryssens: De man met de zweep. Mijn herinnering aan Jef Geeraerts, Pandora Publishers, Leuven 2019, 176 p. ISBN 9789053254585

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2019

Alle verhalen

Hugo Claus

Dagboek van een dief

Jean Genet

De menselijke maat

Roberto Camurri

Grote verwachtingen. In Europa 1999-2019

Geert Mak

Vaderliefde

P.F. Thomése

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 11, DECEMBER 2019

Dromers

Bibi Dumon Tak, Charlotte Dumas (fotogr.)

Het geheime bondgenootschap

Philip Pullman

Het werkstuk, of Hoe ik verdween in de jungle

Simon Van der Geest en Karst-Janneke Rogaar (ill.)

Oef wat een geluk!

Ghislaine Roman, Tom Schamp (ill.)

Verloren woorden. Een betoverboek

Robert Macfarlane, Jackie Morris (ill.)

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri