Poëzie

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2019

Arthur Rimbaud: Perverse verzen

door Jan Baes

‘Aux paysans de l'empereur!
À l'empereur des paysans!
Au fils de Mars,
Au glorieux 18 Mars!
Où le Ciel d'Eugénie a béni les entrailles!'
 
Het gedicht ‘Vieux de la vieille!‘ of ‚‘Oude garde!‘ is door de onverbeterlijke Paul Claes vertaald als:
 
'Op de boeren van de keizer!
Op de keizer van de boeren!
Op de zoon van Mars op aard!,
Op de glorieuze 18 maart!
Toen Eugénie door God heur schoot gezegend zag!'
 
Een montage van gezwollen en hoogdravende verzen van de hofdichter van het Tweede Keizerrijk, Louis Belmontet, geplukt uit een aan Napoléon III en zijn vrouw Eugénie gericht lofdicht ter gelegenheid van de geboorte van de troonopvolger, Louis-Napoléon, op 16 maart 1856 en het banket twee dagen later op 20 maart.
 
Maar er staat 'de glorieuze 18 maart!' en dat was in het jaar 1871 de dag waarop de Parijse Commune losbarstte, kort nadat de 'zoon van Mars', de keizer dus, een smadelijke nederlaag had geleden tegen de Pruisen. In ballingschap raakte hij meteen ook zijn populariteit kwijt bij de boeren, die hem totdantoe hadden gesteund.
 
Het is een van de politieke en republikeins geïnspireerde gedichten in reeks van tweeëntwintig pastisches die Rimbaud (tussen half oktober en half november 1871) schreef voor de Cercle Zutique, een rebels clubje dat zich tegen de gevestigde orde keerde en een bloedhekel had aan de classicistische poëzie van de Parnassiens en de symbolisten. Die pastisches op bekende dichters als François Coppée en Théophile Gautier waren voornamelijk obsceen en scatologisch van aard, vol seksueel getinte dubbelzinnigheden, maar neergepend in de verheven omschrijvingen en met de suggestieve beeldspraak eigen aan deze poëtische richtingen.
 
Zoals in 'Etat de siège?' waarin een arme koetsier 'sous le dais de fer blanc, / Chauffant une engelure énorme sous son gant' (De arme conducteur onder zijn blikken dak / Warmt met zijn want een vorstbuil die de kop opstak), tijdens de noodtoestand, uitgeroepen bij het beleg van Parijs door de Pruisen, zijn omnibus naar de terminus leidt. Maar dat eigenlijk het verhaal is van een oprijzende seksuele nood die alleen door masturbatie kan gelenigd worden. Noodtoestand? Of in 'Le Balai':  
 
'C'est un humble balai de chiendent, trop dure
pour une chambre ou pour la peinture d'un mur [...]  
Et j'en voudrais laver tes larges bords de lait,
Ô Lune'  
 
(De schamele borstel ligt te hard in onze hand / voor 't vegen van de vloer of 't verven van de wand [...] En schrobde graag met melk je brede billenboord, / O Maan). De borstel hier is een pleeborstel wat meteen de richting bepaalt van zijn gebruik voor de billen of de maan, wat in argot hetzelfde is.
 
Bekendst is het 'Sonnet du trou du cul', waarvan Verlaine de eerste twee strofen, Rimbaud de terzinen verzon. Regelrechte en weinig verhullende ode aan de reet. 'Obscur et froncé comme un œillet violet' (Donker gerimpeld als een paarse anjelier), dit keer een parodie op een gedicht van Albert Mérat waarin deze de lichaamsdelen van een vrouw bezingt, hier een ode vol seksuele metaforen aan de fysieke mannelijke liefde. Voor alle verklaringen verwijs ik graag naar de gedegen commentaren van Paul Claes bij elk gedicht en elk gebezigd beeld. Noodzakelijk om hiervan te genieten.
 
Gelegenheidswerk dus van Rimbaud, een even radicale als geniale zeventienjarige adolescent, waarin de virtuositeit en het gemak van het taalgebruik een voorafspiegeling zijn van de evolutie die zijn revolutionair poëtisch œuvre kort daarop zal maken. Rebels, heidens en schokkend, maar ook taboedoorbrekend, visionair en hallucinant. Een uitslaande brand die de poëzie voor goed zal brandmerken.
 
Een woordje nog over de briljante vertaling van Claes aan de hand van het gedicht 'Jeune goinfre' ('Jonge slokop'), een gedicht uit de nonsensicale reeks 'Conneries' ('Lulkoek'), sonnetten met een- of tweelettergrepige verzen. Hier een parodie op 'Le gourmand' ('De lekkerbek') van Louis Ratisbonne, een kindergedicht waarin een jongetje genaamd Paul per ongeluk een laxeerpil voor een snoepje neemt.
 
'Casquette  
De moire,  
Quéquette  
D'ivoire  
 
Toilette  
Très noire,  
Paul guette
 L'armoire.  
 
Projette  
Languette  
Sur poire  
S'apprête  
Baguette  
Et foire.'
 
Letterlijk staat er: 'Moiré petje, ivoorwit pikje, zwart toilet. Paul loert naar de kast, stort lipje op peer, bereidt stokje, en schijten maar.'
De schitterende weergave van de vertaler:  
 
'Meneer  
Trekt met  
Zijn pet
Van leer.  
 
Paul zet  
Zich neer  
Voor meer  
Buffet.  
 
Hij plet  
Vol pret
Een peer;  
 
In 't net  
Toilet  
Valt beer.'
 
Arthur Rimbaud: Perverse verzen, Athenaeum, Amsterdam 2019, 80 p. ISBN 9789025310837. Vertaling uit het Frans door Paul Claes. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri