Nederlands proza

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2019

Fen Verstappen: Moeder af

door Katja Feremans

Moeder af is de autofictieve, prachtig gestileerde debuutroman van Fen Verstappen (1981) over hoe je als volwassen kind wordt verscheurd wanneer je moeder ten prooi valt aan een hersenbloeding en er slechts een schim van haar vroegere zelf overblijft. Aan het woord is de oudste dochter. Haar zus Biek en haar broer Tijn zijn in de creatieve voetsporen getreden van hun moeder, een eigenzinnige modeontwerpster: als zij haar collectie in Parijs voorstelt, is Biek present met haar tassen en Tijn met zijn sieraden. De ik-vertelster, ‘de denker met twee linkerhanden, de filosoof met een goed oog voor beren op de weg’, wordt voor die hoogmissen ook opgetrommeld, maar dan slechts om de logistiek te verzorgen.
 
Fragmenten uit het heden worden afgewisseld met terugblikken op de laatste collectievoorstelling, die een paar weken voor hun moeders hersenbloeding plaatsvond. Een doorlopend verhaal vertelt de ik-figuur niet. Ze focust op brokstukken die voor haar betekenisvol zijn en beitelt daar vignetten uit, die eenmaal aaneengeregen zo’n anderhalf jaar overbruggen.
 
In die periode is ze zelf zwanger, bevalt ze van een dochtertje en wordt in beslag genomen door moederlijke zorgen. Ondanks de rampspoed gaat het leven dus verder en probeert zij als volgende moeder in de rij de imperfectie, waartoe elke ouder is gedoemd, niet te laten ontaarden in allesverlammende angst.
 
De klemtoon ligt weliswaar op het gezin waarin zijzelf is opgegroeid. Van hun inmiddels gescheiden ouders hebben de drie kinderen geleerd om groots en meeslepend te leven. Allemaal houden ze van feesten en familiebijeenkomsten, die met een royale scheut alcohol zijn overgoten. Oud zeer duwen ze van zich weg. Het lot van hun moeder is echter onontkoombaar. Het plaatst hen voor moeilijke keuzes en zet de verhoudingen op scherp.
 
Fen Verstappen verraadt haar filosofische achtergrond in opmerkelijke kanttekeningen bij Wittgensteins ideeën rond zijn en niet-zijn en Sartres ‘l’enfer, c’est les autres’. Verder volgen de rake, puntgaaf opgetekende en soms ronduit poëtische waarnemingen elkaar op, zo bijvoorbeeld wanneer de ik-figuur samen met haar broer en zus op de afdeling intensive care bang afwacht hoe hun moeder uit de operatiekamer zal komen: ‘Hoe redder je wanneer er met een moeder een heel gezin te water gaat? We zijn volwassen. We kunnen zwemmen. Maar of we op dezelfde kust aanspoelen en of we elkaar dan nog terugvinden, dat is de vraag.’ Zo hakt en polijst Fen Verstappen totdat haar zinnen zich in zekere mate loszingen van de harde werkelijkheid en tot elk woord, elk titelhoofdstuk en elke witruimte op zijn plek valt.
 
Fen Verstappen: Moeder af, Das Mag Uitgevers, 2019, 144 p., ISBN 9789492478900

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri