Vertaald proza

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2019

Yaniv Iczkovitz: De slachtersdochter

door Ludo Abicht

Op pagina 249-250 staat:
 
‘Maar zijn verwachtingen van de Schepper waren veel bescheidener. Als Hij brood had voortgebracht uit de aarde en het niet naar zijn mond had gebracht, was het al genoeg geweest. Als Hij het wel naar zijn mond had gebracht, maar het smaakte hem niet, was het al genoeg geweest. Als het hem wel had gesmaakt, maar Hij hem niet af toe een aardappeltje gaf, was het al genoeg geweest. Als Hij hem wel af en toe een aardappeltje bracht, maar hem op joodse feestdagen niet trakteerde op kippenpootjes, was het al genoeg geweest.’ En zo gaat het nog een bladzijde verder.
 
En op bladzijde 380:
 
‘Als Hij brood had voortgebracht uit de aarde en het niet naar zijn mond had gebracht, was het al genoeg geweest, als Hij het naar zijn mond had gebracht en er geen ingeblikt vlees bij deed en blikjes sardientjes en biscuitjes en groente in redelijke staat en vier flessen brandewijn, was het al genoeg geweest. Als Hij…’ Enzovoort.
 
Wat is hier aan de hand? Hier schrijft duidelijk een joods auteur die redelijkerwijze veronderstelt dat zijn joodse lezers, vroom en minder vroom, vertrouwd zijn met het centrale liedje uit de Seder, het rituele feestmaal op Pesach (het joodse paasfeest): ‘Dajenoe’. Daarin wordt de Schepper geëerd om al zijn weldaden, waarvan de minste zou volstaan , al mag het gerust iets meer zijn.
 
Deze roman speelt zich dan ook af in de joodse sjtetls (dorpen en kleinsteden) van het Russische Rijk aan het begin van de negentiende eeuw. Daarom heb je eerst de indruk in een vervolg te zijn beland op de verhalen van Sjolem Aleichum en Isaac Bashevis Singer. Het gaat immers om dezelfde arme mensen in hetzelfde besloten milieu die met een vergelijkbare liefde en ironische afstandelijkheid worden beschreven.
 
Alleen is de rebel hier niet een al te pientere Talmoedstudent die lastige vragen stelt -- ook die is hier aanwezig --, maar een meisje dat, tegen alle traditie in, slachter wil worden zoals haar vader. Wanneer ze dan haar mes gebruikt om drie belagers en, iets later, twee soldaten vakkundig de keel door te snijden zitten we plotseling in een misdaadroman die zo uit de grote Russische literatuur lijkt te zijn ontsnapt. Die indruk wordt nog versterkt, wanneer de daders, Fanya en haar medevluchtelingen, in contact komen met een niet-joodse hoge inspecteur, die meteen herinnert aan de inspecteur in Misdaad en straf van Dostojevski: ook hier weet de inspecteur veel meer dan de voortvluchtigen vermoeden, ook al kan hij lange tijd de motivering voor hun vreemd gedrag niet begrijpen.
 
Maar er is meer, veel meer, want de barokke opeenstapeling van toevalligheden doet de lezer bijna onvermijdelijk denken aan de fantastische verhalen van de Zweedse auteur Jonas Jonassen, vooral De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje. Ook hier volgt de ene onwaarschijnlijkheid op de ander, alsof de auteur er plezier aan beleeft zijn lezers van het ene genre in het andere mee te sleuren. En toch blijf je maar doorlezen, want een goed misdaadverhaal doet het altijd, ook al weet je dat je in een fantasiewereld verzeild geraakt bent, die als het ware de harde realiteit van de miserie van deze vrome (nou ja) joden in het oude Rusland moest compenseren. Deze verhoopte compensatie komt er uiteraard niet, maar je geraakt moeilijk los van de figuren zelf, van wie de menselijke al te menselijke karaktertrekken (jaloersheid, achterklap en leugens, zelfs het verraad van de eigen kinderen, naast onbegrijpelijk heroïsche momenten van vriendschap en solidariteit) op geen enkel moment worden verdoezeld of goedgepraat.
 
Dat ze aan het einde van dit lange verhaal opgepakt en opgehangen worden, was te verwachten. Maar het échte einde van deze roman, zeg maar de laatste twaalf bladzijden, maken het de moeite van de lectuur van de voorafgaande 564 meer dan waard. Ik kan u daar helaas niet van overtuigen zonder dat u ze zélf doorgeworsteld hebt.
 
Yaniv Iczkovitz: De slachtersdochter, De Geus, Amsterdam, 2019, 576 p. ISBN 9789044539325. Vertaling van Tikoen achar chatsot door Hilde Pach.  Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri