Poëzie

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2019

Jozef Deleu (red.): Het liegend konijn (2019, nr. 2)

door Dirk De Geest

Het is met de poëzie in ons taalgebied voortreffelijk gesteld. Zoveel is opnieuw duidelijk na het lezen van deze recente aflevering van Het liegend konijn. Jozef Deleu is erin geslaagd een paar dozijn boeiende dichters uit zijn hoed te toveren, met veel aandacht voor diversiteit, maar vooral voor kwaliteit. De zwakkere momenten in dit lijvige boekwerk zijn erg zeldzaam, terwijl de lezer van de ene verbazing in de andere valt.
 
De formule van Het liegend konijn blijft even vanzelfsprekend als overtuigend. Dichters sturen nieuw, nog ongepubliceerd werk in en de eenmansredactie beslist over opname in het tijdschrift. Het belang van het initiatief mag niet alleen blijken uit de lijst van gerespecteerde dichters die enthousiast nieuw werk afstaan voor publicatie, ook jonge debutanten zijn zich terdege bewust van de waarde van dit visitekaartje voor hun poëtische carrière. Daardoor biedt elk nummer niet enkel een bloemlezing, maar een heuse staalkaart van wat vandaag bij dichters in ons taalgebied leeft. 
 
Dat begint al met een merkwaardig debuut, aangezien Evi Aarens als 19-jarige niets minder dan een heuse sonnettenkrans presenteert. Inhoudelijk analyseert zij de manier waarop de schrijver zich verhoudt tot de muze, een inspiratiebron en een creatie die op een oudtestamentische manier wordt verbeeld via de schepping van Adam en Eva en eindigt met de zelfbewuste verbanning uit het paradijs. Het zijn tegelijk klassieke en eigentijdse verzen, gemaakt volgens de regels van de kunst maar getuigend van een grote stilistische souplesse.
 
Met zo’n opener is de toon gezet, want ook de andere dichters zetten hun beste beentje voor. Claude van de Berge gaat bijvoorbeeld verder met zijn kosmische verkenningen; in zijn mystieke teksten verkleint de mens tot een fractie van het universum, maar tegelijk is het net de begenadigde ervaring van de negativiteit die ons tot subjecten maakt. Paul Bogaert analyseert opnieuw de manieren waarop ons bestaan door allerlei (soms onuitgesproken) normen en vooronderstellingen wordt gekaderd. Anneke Brassinga van haar kant verweeft contemporaine ervaringen met historisch materiaal in een weelderig-barokke lyriek, terwijl Anna Enquist een bijzonder indringende Demeter-cyclus presenteert waarin de gang van de seizoenen wordt verbonden met de onderwereld, met dood en verrijzenis. Ook zo uiteenlopende dichters als Renaat Ramon, Delphine Lecompte en Eva Gerlach presenteren waardevol nieuw werk.
 
Die ‘blijvers’ gaan hier samen met jong en aanstormend talent, onder wie heel wat debutanten. Zij kiezen doorgaans voor een bevattelijke taal, ongetwijfeld onder invloed van het succes van podiumpoëzie, en voor aansprekende thema’s. Een zeker cynisme is daarbij niet ver weg. Toch is er ruimte voor experimenten. Onder meer Ruud van den Beuken en Erik Lumens proberen bijvoorbeeld diverse tonaliteiten en vormen uit. Hun werk, en dat van hun jonge collega’s, laat alvast het beste vermoeden voor de toekomst van onze poëzie, en voor Het liegend konijn uiteraard ook.
 
Jozef Deleu (red.): Het liegend konijn, Polis, Antwerpen 2019, jrg. 17, nr. 2. ISBN 9789463104692. Distributie Pelckmans Uitgevers 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri