Poëzie

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2019

Asmaa Azaizeh: Geloof me niet als ik vertel over de oorlog

door Eleonore Milbou

Het zal je maar overkomen: een dichter zijn, geboren in Palestina. Asmaa Azaizehs roots liggen in Daburiyya bij Nazareth. Ze woont vandaag in Haifa, aan de andere kant van de haast onpenetreerbare grens tussen Israël en de bezette Palestijnse gebieden, en werkt als journalist en kunstcurator. In 2012 werd ze de eerste directeur van het Mahmoud Darwishmuseum in Ramallah.
 
Palestijnse schrijvers torsen een zware last. Van hen wordt verwacht dat ze spreken voor een volk dat zelden een stem krijgt. In Geloof me niet als ik vertel over de oorlog verzet Azaizeh zich uit alle macht tegen die opdracht. De titel van haar bundel is waarschuwing en smeekbede in één. In het gelijknamige gedicht legt Azaizeh uit waarom:  
 
‘Want ik praat over bloed terwijl ik koffie drink, over graven terwijl ik madeliefjes pluk in Marj Ibn Amer, over de moorden terwijl ik opging in de schaterlach van vrienden en over het afgebrande theater in Aleppo terwijl ik nu voor jullie sta in dit theater met airco’.
 
Survivor’s guilt? Misschien deels. Maar er speelt ook wat anders: ‘het probleem is niet dat dichters leugenaars zijn / het is dat zij blind worden geloofd’ (uit ‘Metafoor’, het laatste gedicht). In ‘Een draad vlucht uit een lap stof in het museum’ komt Azaizeh tot de essentie. In het gedicht vlucht ze weg uit een feestje in de hoop dat ze niet gevolgd wordt:
 
‘ik?
ben ik een symbool geworden?
 
ik durf niet achterom te kijken
omdat ik misschien gevolgd word’
 
Ze verwijst daarmee naar Soera 26 van de Koran (vers 224: ‘En de dichters, de misleiden volgen hen’). Azaizeh sluipt weg ‘als een steek in een geborduurde stof die jullie op de borst / van musea hangen’. Palestijns borduurwerk is inderdaad een museumstuk geworden, een symbool van de Palestijnse tradities dat monddood wordt gemaakt in glazen kasten. Weigeren om in het museum te hangen, is misschien wel de enige manier om vrijuit te kunnen spreken. Wie zelf een symbool wordt, versteent als een fossiel.
 
Asmaa Azaizeh is een vrouw van de wereld, maar wel eentje met beide voeten in de Palestijnse poëtische traditie. Ze toont haar veelzijdigheid met een enorme catalogus van culturele referenties, van Alfred Hitchcock tot de Koran. Hoewel de voetnoten regelmatig verwijzingen expliciet maken, blijft er net zo veel onontgonnen. Een Palestijnse met de achtergrond en eruditie van Azaizeh weet welke culturele erfenis ze aanboort wanneer ze symbolen gebruikt zoals sleutels, bomen, bloed en moederschap. Daarmee stapt ze – willens nillens – tóch in de voetsporen van Mahmoud Darwish en andere groten van de Palestijnse poëzie die hun politieke verzet vertaalden in het vrije vers.
 
Wie de dichter opvoert als een profeet, de stem van een hogere waarheid, vergist zich. Asmaa Azaizeh lezen is verwonderd zijn, soms glimlachen, vastlopen, herlezen en herkennen. Haar stem vertegenwoordigt in de eerste plaats haarzelf: een jonge vrouw op haar eigen plek in de geschiedenis van een ingewikkeld conflict.
 
Asmaa Azaizeh: Geloof me niet als ik vertel over de oorlog, Jurgen Maas, Amsterdam 2019, 60 p. ISBN 9789491921674. Vertaling uit het Arabisch door Nisrine Mbarki. Distributie EPO

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, OKTOBER 2021

Aria van professor Bentoné

Dirk Elst

Baron Bagge / Mona Lisa. Twee novellen

Alexander Lernet-Holenia

De gelukzalige jaren van tucht

Fleur Jaeggy

Gare du Nord. Belgische en Nederlandse kunstenaars in Parijs (1850-1950)

Eric Min

Het web van omtrek

Paul Demets

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, OKTOBER 2021

Brown girl dreaming

Jacqueline Woodson

De moestuin van Heer Hermelijn en Kereltje Konijn

Elle van Lieshout, Erik van Os, Marije Tolman (ill.)

De omhelzing

David Grossman, Michal Rovner (ill.)

Een tijger in je bed

Bibi Dumon Tak, Ingrid & Dieter Schubert (ill.)

Vluchtweg

Goedele Ghijsen

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri