Nederlands proza

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2019

Alma Mathijsen: Ik wil geen hond zijn

door Lisanne Vroomen

Een tijd gelezen las ik Vrouw of vos van David Garnett, een liefdestragedie uit 1922. In dit boek verandert een vrouw in een vos. De transformatie naar de gedaante van het dier gaat in een keer, maar langzaam krijgt de vrouw ook het karakter van een vos. Hoewel ze eerst nog kleren wil dragen en aan tafel wil eten, wil ze later rondrennen en holen graven. De echtgenoot moet dan de conclusie trekken dat het niet langer mogelijk is om met haar in één huis te wonen. Ze trekt de natuur in en leeft als een echte vos. Hij blijft haar trouw, zoekt haar op en probeert haar te beschermen tegen jagers. Hij accepteert haar en houdt van haar, ook al is zij anders.
 
Vrouw of vos heeft op het eerste gezicht veel gemeen met het nieuwe boek van Alma Mathijssen, Ik wil geen hond zijn. Ook hierin gaat het over twee geliefden van wie er een in een dier verandert, namelijk een hond. De verhouding tussen de geliefden is echter heel anders. Het boek begint met het beëindigen van de relatie. De man pakt zijn leven dan weer op, maar de vrouw blijft radeloos achter met liefdesverdriet, eetproblemen en zelfmoordgedachten. Het gemis is voor haar zo groot dat ze het bijna niet aankan: ‘Het is alsof ik ontplof van alle liefde die ik wil geven maar nergens kwijt kan. Het explodeert naar binnen toe, waar niemand het kan zien.’ Zou dit het verterende verlangen zijn dat de middeleeuwse schrijfster Hadewijch omschreef met het begrip orewout?
 
Het eerste deel van Ik wil geen hond zijn is vooral een klaagzang over liefdesverdriet, maar het verhaal neemt een drastische andere wending als de hoofdpersoon – we kennen haar alleen onder haar koosnaam ‘fluif’ – de mogelijkheid krijgt om in een hond te veranderen. Hier is de transformatie naar een dier dus niet iets dat de vrouw overkomt zoals in Vrouw of vos, maar een keuze. Het is een manier om weer terug te komen bij haar geliefde en wel als:
 
‘Een groot loom beest dat vreselijk veel van je zal houden, van niemand zoveel als van jou, dat je aan zal staren met een riem in de bek, dat op je wil kruipen, dat alles zal eten wat je koopt, dat je voeten zal likken als je aan het typen bent, dat rondjes zal draaien elke keer als je weer aan komt lopen, elke keer precies even verheugd, dat naast je wil liggen als je slaapt, zo dicht mogelijk tegen je aan, dat zal blaffen als er gevaar is omdat het je altijd wil beschermen, dat het liefst bij je op schoot kruipt, ook in het restaurant en ook al past het eigenlijk niet, al die dingen, ik wil het allemaal, ik wil je hond zijn, laat me je hond zijn.’
 
Hier wordt het boek echt interessant. Het gebrek dat de hoofdpersoon lijdt, is zo groot, dat ze ervoor kiest om zichzelf er volledig voor op te geven. Haar eigen identiteit - voor zover ze die al had, want we kennen haar immers alleen als ‘fluif’ - wist ze volledig uit. Enkel dan kan ze weer bij haar geliefde zijn en weer de vreugde en het genot van het samenzijn voelen. Liefde is echter per definitie een wisselwerking tussen twee personen. Offert de een zich voor de ander op - een daad waarmee ook automatisch de eigen identiteit, het eigen zijn wordt opgeheven - dan kan er van liefde dus geen sprake meer zijn. Er zijn geen twee personen meer en er kan dientengevolge ook geen wisselwerking tussen beiden zijn. De ultieme liefdesdaad maakt zo de liefde dood. Dat is het dilemma dat Alma Mathijsen in haar boek op een originele wijze toont.
 
Ik wil geen hond zijn problematiseert de liefdesrelatie tussen twee personen en geeft veel om over na te denken. Dat maakt het een heel ander boek dan Vrouw of vos waarin de liefdesrelatie en de gedachten rondom deze relatie veel simpeler blijven. Maar Ik wil geen hond zijn ontstijgt Vrouw of vos ook op een andere manier: gaat het hier wel om één liefdesrelatie die een bijzondere, surrealistische wending neemt, of is dit een metafoor voor zoveel andere relaties? Wie wil er een hond zijn? En wie is er al een hond? En kan je nog terug, als je geen hond wilt zijn?  
 
Alma Mathijsen: Ik wil geen hond zijn, De Bezige Bij, Amsterdam 2019, 148 p. ISBN 9789403176307. Distributie Standaard Uitgeverij

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, OKTOBER 2021

Aria van professor Bentoné

Dirk Elst

Baron Bagge / Mona Lisa. Twee novellen

Alexander Lernet-Holenia

De gelukzalige jaren van tucht

Fleur Jaeggy

Gare du Nord. Belgische en Nederlandse kunstenaars in Parijs (1850-1950)

Eric Min

Het web van omtrek

Paul Demets

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, OKTOBER 2021

Brown girl dreaming

Jacqueline Woodson

De moestuin van Heer Hermelijn en Kereltje Konijn

Elle van Lieshout, Erik van Os, Marije Tolman (ill.)

De omhelzing

David Grossman, Michal Rovner (ill.)

Een tijger in je bed

Bibi Dumon Tak, Ingrid & Dieter Schubert (ill.)

Vluchtweg

Goedele Ghijsen

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri