Vertaald proza

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2020

Jonathan Littell: Een oude geschiedenis. Nieuwe versie

door Jan Baes

Zeven keer na een passage in een publiek zwembad (telkens een hoofdstuk) staat er, met variaties: 'Ik trok mijn baantjes die ik zorgvuldig telde, waarbij ik met mijn voeten trappelde zoals ik dat had geleerd, en mijn armen drie keer achter elkaar naar voren wierp voordat ik mijn hoofd opzij draaide om een hap lucht te nemen...'. De verteller van deze Oude geschiedenis. Nieuwe versie (achtereenvolgens een man, een vrouw, een kind, een transgender) neemt vervolgens een douche, trekt een 'grijs, zijdeachtig trainingspak' aan, opent een deur en bevindt zich in een lange slingerende gang. Hij begint te rennen: 
 
'Mijn mooie witte sportschoenen sloegen kwiek tegen de grond, ik ademde makkelijk, blij met de fijne geur van steen en frisheid, en liep haast op goed geluk vanwege het schimmige licht, waarin ik slechts vaag de grijze of beige of in elk geval donkere muren zag, en zo nu en dan ook donkerder zones, ingangen van geheimzinnige tunnels misschien, of gewoon grote gaten...'
 
Dit wordt, alsof het een refrein is, het hele boek door telkens aan een andere droombeleving gelinkt, meer dan dertig keer, met als slotakkoord: 'Aan het eind van het couplet bleef ik even staan; vlak voor mijn neus bevond zich een voorwerp, een metalen klink, ik drukte hem omlaag en er ging een deur open die ik zonder aarzelen volgde'.
 
En dan start, naargelang van de omstandigheden, een dromerige of nachtmerrieachtige, een prettige of een vervreemdende, een angstige of een ronduit gruwelijke beleving die de verteller  telkens in andere ruimtes of op andere plaatsen brengt. Zo opent hij of zij deuren met klinken naar comfortabele, al dan niet bewoonde villa's met een grote tuin (blauwe regen tegen de gevel), een zwembad en een terras, chique en moderne huizen die soms vertrouwd aandoen (als een thuiskomst), soms verlaten zijn en naar het einde toe verkommerd. Er is meestal een blond jongetje aanwezig dat met tinnen soldaatjes speelt, een grijze kat en een mooie blonde vrouw - of als het zo uitkomt en de verteller een vrouw blijkt, een aantrekkelijke man. Het zouden de ouders van het kind kunnen zijn. Ze hebben in ieder geval seks, van het eerder casuele soort, steevast gevolgd door een passage in de badkamer. Meestal klinkt er vanaf de geluidsinstallatie muziek van Mozart, een pianoconcerto of een aria uit Don Giovanni. Op de overloop  hangt een reproductie van De vrouw met de hermelijn van Leonardo Da Vinci. In één geval wordt het koppel tijdens het liefdesspel betrapt door het kind.
 
We vinden de vertellers ook terug in hotelkamers, waar zij, ofwel een prostituee (meestal donker van haar) of een gigolo blijken te zijn die tegen betaling wilde seks bedrijven met de plots opduikende gast. Nadien wordt er een maal besteld dat op de kamer wordt gebracht en bestaat uit rauwe vis, gekonfijte vruchten en gekoeld bier. De seks is hier passioneler, ruwer en ontaardt nogal eens in regelrechte mishandeling of marteling. Een douche is dan noodzakelijk, soms om het bloed te stelpen.
 
Er zijn ook belevenissen met meerdere personen. Tijdens een receptie bijvoorbeeld waarop bekoorlijke, amper geklede jonge vrouwen op een tuinterras converseren of in het zwembad dartelen, maar die al gauw uitmondt in een orgie met een overvloed aan seks, drank en drugs. Of de verteller belandt in een sportclub voor homo's waar hij, nu als man, eerst aarzelend, dan volop deelneemt aan de esbattementen. Het Sade-gehalte aan seks, geweld en machtsmisbruik is hoog en symbolisch voor dit boek dat veel van de Franse markies heeft geleerd, al was het alleen maar voor de verbeelde en ingebeelde seks. Ook hier duikt plots het blonde jongetje op, getuige van het drukke anaal verkeer in de dark room.
 
Seks wordt in deze opsomming van belevenissen steeds meer verbonden met openlijk geweld en met oorlogssituaties. In vele gevallen is de verteller dan een transgender, wat de mogelijkheden om seksuele uitspattingen te beschrijven merkelijk verruimt. Zo zien we haar opduiken in een Afrikaans dorp waar ze getuige en slachtoffer wordt van fundamentalistische rebellen die de kinderen en haar ontvoeren en misbruiken. Een hoofdstuk verder ondergaat ze een metamorfose en vecht als sluipschutter in een stadsguerrilla waarbij ze, na eerst een opdringerige medestrijder te hebben gemold, een vluchtende moeder met kind koelbloedig neerknalt. (Voor de inspiratie werd zonder enige twijfel gekeken naar gebeurtenissen in Oeganda, Nigeria, Syrië en Libanon.)
 
Nadat eerst tot man, dan tot vrouw en ten slotte tot transgender te zijn ontpopt, komt ook het kind als verteller aan de beurt, eerst om zijn onschuld te verliezen op een sprookjesachtige zolder na wilde spelletjes en doktertje te spelen met een vreemd meisje. Een nieuwe beleving brengt de jonge verteller in een bos met een echte boomhut, vertrekpunt voor een bijna romantisch avontuur dat jammer genoeg eindigt op een vlot waarop een lijk ligt te rotten. Een volgende deurklink doet het kind in een door oorlogsomstandigheden verbrand huis belanden, waar een troep schaamteloze meisjes hem de duivel aandoet. Voorbode allicht van een nog gruwelijker lot dat het jongetje, samen met een blonde vrouw doet belanden in een groep angstige mensen die worden weggevoerd naar een concentratiekamp. Wanneer beiden kunnen ontvluchten worden ze getuige van een massamoord op een open plek in het bos waarbij gemitrailleerde slachtoffers meteen in een vers gegraven geul verdwijnen.
 
Veruit de langste sequentie start in de villa met zwembad waarin een dood kind drijft en de onverschillige verteller vervolgens met een cabriolet de Verenigde Staten doortrekt. Een roadmovie en meteen ook een compilatie van Amerikaanse films. Als verblindend mooie transgender bezoekt zij een wildwestbar vol geilende mannen, heeft een korte maar heftige verhouding met een zwarte jongeman en is getuige van de opname van porno, waarbij een koppel wordt gefilmd dat in een zwembad copuleert en de verteller nadien ook zelf bij betrokken raakt. Na een bijna idyllisch verblijf in een houten hutje aan een (Californisch) strand, wordt zij in een disco opgepikt door een knappe maar meedogenloze gangsterbaas waaraan ze zich met lijf en leden overgeeft. Tot de man omkomt in een bendeoorlog en de verteller, zoals altijd als het menens wordt, als uit een boze droom wakker schiet en een lange gang in rent op weg naar de deur met de metalen klink.
 
De burgeroorlog na de (Russische) revolutie toont dan weer het kader waarin de verteller als commandant, verwelkomd door een compagnie bereden soldaten, de steppebewoners zal terroriseren. Opgepakte dorpelingen die verdacht worden van sympathie voor de tegenstander worden standrechtelijk gefusilleerd en in een klein kasteeltje worden de vijanden des volks fris en vrolijk ter dood gebracht. De verteller zelf verkracht en vermoordt eigenhandig de jonge en blonde kasteelvrouw en doodt zonder verpinken het naakte blonde jongetje dat eenzaam in de sneeuw ronddoolt.
 
Het wordt tijd om weer te verdwijnen, maar naar het einde toe wordt die vluchtweg precair en moet de verteller meerdere deuren met klinken proberen vooraleer de juiste opengaat. Alles lijkt verlaten. De villa is een ruïne. Het behang met de 'goudgele wijnranken' afgebladderd, foto's van het jongetje liggen overal verspreid. En ook de studio waar de betaalde seks plaatsvond is volkomen leeg en vervuild. De muur met het mooie behang is nu een wand van levende anussen geworden. De verteller slaagt er uiteindelijk in terug te keren naar het begin. Voor de achtste keer duikt hij in het zwembad, zoals altijd alleen, maar dit keer 'overspoeld door een groot gevoel van onbeduidendheid'.
 
Het zijn (voor een deel) de ingrediënten van een op het oog eenvoudige, maar in feite gecompliceerde constructie die meermaals doet denken aan een muzikale compositie. Met als basso continuo de telkens terugkerende thema's, met trage en melodieuze passages, afgewisseld door heftige, dissonante uithalen, maar wellicht te strak en te repetitief om de aandacht lang vast te houden. Het is uitputtende lectuur en niet echt een roman te nomen. (In 2012 verscheen een korte versie, waarvan deze tekst een uitbreiding is.) Er is eigenlijk geen plot. Er zijn geen personages (die identificatie mogelijk maken), maar eerder anonieme figuren en gestalten zoals die in de verbeelding ontstaan of in dromen voorkomen. Het boek is in feite een merkwaardige puzzel met verwijzingen naar dieptepsychologische theorieën en psychoanalytische aannames die uitgaan van patronen en systemen die geacht worden de mens en zijn gedragingen te verklaren. De nadruk op water en zwemmen en het zich bijna continu wassen van de vertellers is zo een van die aannames.
 
De schrijver zei ergens dat hij met deze Oude geschiedenis. Nieuwe versie 'de meest wezenlijke menselijke betrekkingen' wilde onderzoeken. Inzicht scheppen in onze drijfveren. Op zoek gaan naar de diepere betekenis van lichaam en geest. En betekenissen zijn er volop, maar dan wel in een overdosis, waardoor juist betekenisloosheid dreigt. Verwijzend naar het 'gevoel van onbeduidendheid' waarvan sprake aan het slot kan volgende passage uit het boek misschien iets verklaren. Op zeker ogenblik plukt de verteller een paardenbloem, blaast de pluisjes weg en doet tegelijk een wens: 'een wens die zo geheim was dat ik hem aan niemand kon vertellen, zelfs niet aan mezelf.'
 
De zeer precieze, maar nuchtere stijl die Littell hanteert en die, zoals in de nouveau roman de zichtbare werkelijkheid minutieus en tot in de details tracht vast te leggen, wekt, net zoals bij zijn verbluffende debuutroman De welwillenden, bewondering op, maar kan toch niet verhinderen dat de lezer zich op afstand voelt gezet. Voorwerp van voortschrijdende vervreemding.
 
Op dezelfde wijze worden, ondanks of juist door die aanpak, de romans van Michel Houellebecq op de duur oppervlakkig en onwerkelijk. De pornografische en de soms uitputtende beschrijving van divers seksueel verkeer hebben beiden gemeen. Lust is hier niet alleen perversie, maar een vorm van verveling. (Ook hier is Sade hen vooraf gegaan.) Het is trouwens verbazingwekkend om te midden van die niets aan de verbeelding overlatende tafereeltjes plots een van zijn droomgestalten te horen zeggen: 'toen deden ze afschuwelijke dingen met me; maar daar wil ik niet over vertellen'.
 
Intrigerend maar overdadig.
 
Jonathan Littell: Een oude geschiedenis. Nieuwe versie, De Arbeiderspers, Amsterdam, 2019, 349 p. Vertaling van Une vieille histoire. Nouvelle version door Ilse Barendregt. ISBN 9789029524742. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

De bruidsvlucht

Annemarie Estor

Het hellen van een leven

Luis Carrasco

Kindertijd

Tove Ditlevsen

Oorlogsdagboek. Met brieven van Jack Hamesh

Ingeborg Bachmann

Solituden, songs

Jacques Hamelink

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

Alfabet

Charlotte Dematons

Dit is Jeruzalem

Stanislav Setinský

En de wereld zei ja

Kaia Dahle Nyhus

Het verlangen van de prins

Marco Kunst

Oliver Twist

Tiny Fisscher (bew.), Annette Fienieg (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri