Non-fictie

BOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2020

Joop W. Koopmans, Dries Raeymaekers (red.): Feestelijke cultuur in de vroegmoderne Nederlanden

door Christophe Van Eecke

Deze bundel in de reeks ‘Nieuwe Tijdingen’, over vroegmoderne geschiedenis, snijdt een bijzonder belangwekkend onderwerp aan: vroegmoderne feestcultuur. De verschillende bijdragen bestrijken een lang tijdsbestek en besteden aandacht aan uiteenlopende en niet altijd voor de hand liggende aspecten van het vroegmoderne feestelijke leven. Bovendien doen verschillende bijdragen hard hun best om nieuw onderzoek te combineren met een status quaestionis en zijn ze ook nog in bevattelijke taal gesteld, zodat deze bundel zowel professionele onderzoekers als studenten en geïnteresseerde leken goede diensten zal bewijzen.
 
Al de genoemde kwaliteiten zijn nadrukkelijk aanwezig in de (net zoals enkele andere bijdragen in het Engels geschreven) studie van Helen Watanabe-O’Kelly over vijf publieke festivals die in de creatie van hun spektakel een oplossing moesten vinden voor het probleem dat de vorst of heerser die werd gevierd niet altijd hetzelfde geloof aanhing als (de meerderheid van) de burgers in de steden waarin de viering plaatsgreep. Publiek spektakel moest in een dergelijke context een voorzichtige middenweg zoeken tussen het representeren van de macht en het bewaren van de godsdienstvrede, wat van deze kleine studie meteen ook een interessante studie van politieke propaganda maakt. Eveneens zeer boeiend is het opstel van Rozanne Versendaal over een bekende (en reeds eerder uitgebreid bestudeerde) schertsverordening uit Jutphaas. Lucinda Timmermans richt vervolgens haar blik op een bron die helemaal niet voor de hand ligt: de decoraties op tafelgerei als aanleiding voor gesprekken tijdens het eten. Haar korte studie biedt een verrassend inkijkje in de tafelgebruiken van de betere burger.
 
De meest verrassende bijdrage is meteen ook de meest onverwachte. Jeroen Puttevils buigt zich over het fenomeen van de loterij, een onderwerp dat men niet meteen verwacht in een bundel over feestelijkheden (en waar ook Dick E.H. de Boer een bijdrage aan wijdt). Lang voor de trekkingen van de Nationale Loterij op televisie werden uitgezonden, werden loterijen afgeroepen op een plein in de stad, waardoor deze trekkingen de vorm van een publiek spektakel aannamen. Hierbij ging men heel grondig te werk: lot per lot werd afgeroepen en voorgelezen. Wanneer er duizenden loten werden verkocht, kon die publieke trekking, die dag en nacht ononderbroken doorging, soms tot wel vijftig dagen(!) duren. Bovendien hadden veel mensen een kort hekeldicht of ander tekstje, een zogenaamde proze, op hun lot geschreven, dat eveneens werd voorgelezen, en gingen winnende loten gepaard met trompetgeschal en klokkengelui.
 
Het is een van de minst bekende aspecten van het onderzoek naar de vroegmoderne cultuur dat er tienduizenden van dergelijke loten en prozen in archieven bewaard zijn gebleven. Aangezien de loten persoonlijk waren en door mensen van alle rang en stand werden gekocht, weten we dus precies wie een lot kocht, waar al die mensen woonden (naam en adres bekend), en welke tekst ze eventueel op hun lotje schreven om te laten voorlezen. De implicaties hiervan worden door Puttevils maar kort aangestipt omdat ze het bestek van zijn betoog te buiten gaan, maar het vergt niet veel verbeelding om te zien dat hier het materiaal klaarligt om een rijkgeschakeerde momentopname van het leven in een vroegmoderne stad te maken. Als je al deze gegevens kunt systematiseren (waar Puttevils mee bezig is), en als je ze vervolgens ook nog eens zou kunnen kruisgewijs verbinden met gegevens uit andere bestanden (processtukken, boedelbeschrijvingen, brieven, kasboeken, volksliedjes, dagboeken, testamenten…) dan krijgt de historicus het gevoel dat de geur en kleur van het dagelijks leven in een vroegmoderne stad in al hun tastbare detail in focus beginnen te komen. Het potentieel van dit onderzoek is zonder meer enorm.
 
Het artikel van C. Annemieke Romein over kwelspelen of blood sports, namelijk spelen waarbij doorgaans levende dieren werden gekweld of gedood, stelt wat teleur, met name omdat het bij momenten slordig en haastig geschreven lijkt. Dat is jammer omdat haar onderwerp op zich bijzonder boeiend is en niet weinig tot de verbeelding spreekt. Fascinerend is dan weer Adriaan Duivemans studie van Nederlands Displegtigheden (1732-‘35), een driedelig naslagwerk over de geschiedenis van tafelgebruiken in de Nederlanden, waarvan Duiveman heel mooi aantoont dat het de civilisatiehypothese van Norbert Elias ondermijnt. Waar regelgeving en schaamte doorgaans worden gezien als instrumenten om mensen te civiliseren, suggereert het materiaal in dit massieve boekwerk dat regels en schaamte vaak ook tot het tegendeel leidden, namelijk excessief drankmisbruik. Ook hier krijgen we dus een nieuwe en ongewone blik op de tafelmanieren van onze voorouders.
 
De laatste twee bijdragen in de bundel zijn bevreemdend. Laurien Hansma en Brecht Deseure schrijven over onderwerpen die zich in de late achttiende eeuw situeren. Los van het feit dat deze studies op zich wel interessant zijn, kan men zich de vraag stellen wat ze komen doen in een bundel over de vroegmoderne cultuur, die men op de drempel van de negentiende eeuw toch als lang achter de rug zou kunnen beschouwen. Het begrip ‘vroegmodern’ is niet onomstreden en wordt het best enkel gebruikt voor de periode die min of meer de late middeleeuwen, renaissance en (vroege) barok dekt. In die zin handelen deze beide bijdragen dan ook over een totaal andere cultuur dan de eerdere teksten in de bundel. Dat is, ongeacht de intrinsieke kwaliteit van de opstellen, een beetje vreemd.
 
Joop W. Koopmans en Dries Raeymaekers (red.): Feestelijke cultuur in de vroegmoderne Nederlanden, Universitaire Pers Leuven, Leuven 2019, 202 p. ISBN 9789462701922 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

De bruidsvlucht

Annemarie Estor

Het hellen van een leven

Luis Carrasco

Kindertijd

Tove Ditlevsen

Oorlogsdagboek. Met brieven van Jack Hamesh

Ingeborg Bachmann

Solituden, songs

Jacques Hamelink

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

Alfabet

Charlotte Dematons

Dit is Jeruzalem

Stanislav Setinský

En de wereld zei ja

Kaia Dahle Nyhus

Het verlangen van de prins

Marco Kunst

Oliver Twist

Tiny Fisscher (bew.), Annette Fienieg (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri