Vertaald proza

BOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2020

Mateui I. Caragiale: Schelmen van het Oude Hof

door Kris Velter

De Roemeense schrijver Mateuie I. Caragiale (1885-1936) was een kleurrijk figuur. Van bij zijn geboorte al een buitenstaander: hij was het buitenechtelijk kind van de dramaturg en prozaschrijver Ion Luca Caragiale. Niet geschikt om te studeren en professioneel een ramp, was hij altijd op zoek naar geld om te voorzien in zijn mondaine manier van leven. Hij was een groot bewonderaar van de adel, de heraldiek en de genealogie. Om te ontsnappen aan zijn berooide financiële situatie trouwde hij met een vijfentwintig jaar oudere en welgestelde vrouw. Naast poëzie schrijft hij de novelle Remember, die ook is opgenomen in de voorliggende Nederlandse vertaling van zijn cultroman De schelmen van het Oude Hof.
 
In Schelmen van het Oude Hof geeft een personage de titel aan de roman. Een oude, verlepte vrouw, gekleed in vodden, roept stomdronken naar enkele vrienden: ‘Schelmen van het Oude Hof’. Het is een oude, in onbruik geraakte zegswijze. Het Oude Hof verwijst naar een vorstelijke woonplaats in Boekarest, in de vijftiende eeuw gebouwd maar in de late achttiende eeuw vervangen door een nieuw hof. Paşadia, een van de vrienden, denkt: ‘Het heeft iets ridderlijk, iets mystiek. Het zou een uitmuntende boektitel zijn.’  
 
De schelmen waarvan sprake zijn vier epicuristische en decadente vrienden: de vertellende ik-figuur, Pantazi, Paşadia en Gore Pirgu. In het eerste hoofdstuk stelt de verteller zijn vrienden voor. De vrienden zijn aristocraten en behoren tot de elite. Enkel Gore Pirgu is van lage komaf en is niet gecultiveerd. Paşadia is een intelligente en elegante man die zich uit de politiek heeft teruggetrokken om zich over te geven aan bandeloos gedrag. Pantazi, de beste vriend van de ik-figuur, is iemand die eenvoudig door het leven wil gaan, maar net daarom het meeste opvalt. Gore Pirgu is een ploert, ‘dobbelaar, gokker, hielenlikker, behorende tot de kongsi der pooiers en valsspelers’. De ik-figuur heeft veel moeilijkheden gekend en zoekt eveneens vergetelheid in een losbandig bestaan.
 
De vrienden zijn nachtraven die niets anders doen dan het frequenteren van duistere cafés, bordelen en speelholen in het bruisende Boekarest tijdens de laatste jaren voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. De ik-figuur spreekt over ‘het liederlijkste, meest zonderlinge, verdorven en vileine dat Boekarest te bieden heeft […] – het gebroed, gespuis en geteisem van de maatschappij.’  
 
Al is het geen gemakkelijke klus, toch was het al een oude droom van Jan Willem Bos om Schelmen van het Oude Hof te vertalen. In het voorwoord wijst hij erop dat de roman is geschreven in een mengeling van verheven Roemeens, vermengd met Frans en straattaal, dikwijls gesproken door een en hetzelfde personage. Daarom is de woordenschat creatief en rijk: in de roman staan woorden als ‘koddebeiers', ‘bikker', ‘rouwdouwen', ‘deconfiture’. Caragiale schrijft daarenboven nog eens vaak opzettelijk cryptisch. Zelfs het vertalen van de titel blijkt geen evidentie omdat het woord ‘crai’ zowel ‘koning' als ‘schuinsmarcheerder' betekent. Deze dubbele betekenis is in de vertaling niet op te lossen.
 
Het boek moet het hebben van sfeerschepping en het neerzetten van personages, want er is weinig plot. Toch doet de roman bij momenten denken aan een avonturenroman, soms aan een macaber sprookje of een humoristische romance. De geest van Edgar Allan Poe is nooit ver weg. Het werk van Caragiale behoort tot het symbolisme en de auteur was onder andere beïnvloed door Jules Amédée Barbey d'Aurevilly en Charles Baudelaire.
 
Bij het lezen van Schelmen van het Oude Hof is het genieten van begin tot einde. De taal is behoorlijk barok, maar dat is helemaal geen hindernis, integendeel: de tekst leest dankzij de prachtige vertaling erg vlot. Al in de tweede alinea komt een glimlach op het gezicht: ‘Ik ben knorrig en gemelijk als ik in mijn slaap wordt gestoord, en ik had haarpijn.’ Caragiale heeft met zijn geheel eigen stijl een unieke stem gevonden: de beschrijving van de slemppartijen, de gesprekken tussen de vrienden, de imaginaire uitstapjes naar het verleden of naar verre landen, de beschrijving van aan lager wal geraakte mensen is geschreven in een elegante, ritmische en beheerste literaire taal.  
 
Deze korte roman behoort wat mij betreft tot de klassieken van de Europese literatuur. De eerste vertalingen kwamen uit Roemenië zelf, maar buitenlandse invloed hebben ze niet gehad. Pas de recentere vertalingen zorgen voor een verspreiding van het boek. Daarbij vraag ik me dan af wat er zou zijn gebeurd mocht dit boek, voor het eerst verschenen in 1929, nadat de auteur er tien jaar aan had gewerkt, vroeger internationale aandacht hebben gekregen. Zou Schelmen van het Oude Hof een invloed hebben gehad op West-Europese schrijvers? En welke plaats zou het werk hebben gekregen in de literatuurgeschiedenis in het algemeen?
 
Mateui I. Caragiale: Schelmen van het Oude Hof, Pegasus, Amsterdam 219, 191 p. Vertaling van Craii de Curtea-Veche door Jan Willem Bos. ISBN 9789061434382. Distributie Mythras Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 3, MAART 2020

Cliënt E. Busken

Jeroen Brouwers

De herdershut

Tim Winton

Onze verslaggever in de leegte. Ongedateerde dagboeken

Dimitri Verhulst

Tijd tussen de jaren

Urs Faes

Zij

Helle Helle

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 3, MAART 2020

De koffer

Chris Naylor-Ballesteros

De weglopers

Ulf Stark

Dit ga je niet geloven

Adam Baron, Benji Davies (ill)

Het vogeltje en andere Armeense sprookjes

Hovhannes Toemanjan, Harmen van Straaten (ill.)

Uit elkaar

Bette Westera en Sylvia Weve

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri