Vertaald proza

BOEKEN NR. 3, MAART 2020

Éric Chevillard: Rubber staat vast

door Jan Baes

'Furne vond het prachtig als er een laag sneeuw over de steden en de velden lag, [...] het decor voor een doop, en daar moest je gebruik van maken door de wereld vanuit het niets te herscheppen, dus ging het kind onverstoorbaar aan de slag met het glinsterende materiaal.'
 
Maar dan slaat de aprilzon toe, raakt het rijk van de jonge Furne in verval en verdwijnt vrijwel meteen.
 
'Modder, modder, nog eens modder en scherpe kiezelstenen, de harde realiteit, en dan is er alweer een jaar voorbij.'
 
Voor Furne, de hoofdpersoon in deze taalkundig wervelende tekst, is deze traumatische ervaring op zeer jeugdige leeftijd de start van een leven dat gewijd zal worden aan 'de radicale hervorming van het huidige systeem', zoals de titel heet van zijn Manifest, dat de interesse zal wekken van professor Zeller, hoofd van een Stichting die Furne een werkplek wil aanbieden om zijn project te realiseren.
 
Het voorstel komt maar net op tijd, want de dertigjarige Furne ('er is niets waar hij niets op aan te merken heeft') is dermate in moeilijkheden geraakt dat hij zich nog amper in leven kan houden en zijn medebewoners in het flatgebouw steen en been klagen om de overlast die hij hun berokkent. Dus komen Zellers afgevaardigde, Popelin, en diens assistenten, Jones en Boton, Furne ophalen om hem over te brengen naar Zellers instelling waar hij door Céleste grondig gewassen en volledig geschoren wordt alvorens een ruw witlinnen pakje aangemeten te krijgen.
 
Furne, wiens stelregel is 'om nooit af te wijken van de natuurlijke loop van zijn gedachten', maakt er kennis met de kunstenaar Anton Pompe, die als enige zijn snor mag houden, en met zes andere pensiongasten die de tafel delen in de gezamenlijke eetzaal. Vier mannen en twee vrouwen in wie hij onmiddellijk uiterst geschikte medewerkers herkent, een team dat hem zal helpen bij zijn onderzoek.
 
Er is Troost, een magere man die het soepele lichaam, met zijn lange armen en benen gekruist, constant heen en weer wiegt en enkel stopt wanneer Céleste de lepel naar zijn mond brengt. Naast hem Marpon, die elke ochtend zijn humeur voor de dag kiest en zich vervolgens schminkt in aangepaste stijl. Tegenover Furne zit Clara Lapse ('door de wijde mouwen van haar jasje zijn haar polsen met hun ontelbare littekens zichtbaar, een paarse schaalverdeling van wanhoop') aan wie hij meteen wil zeggen hoe mooi ze is. Helaas ! 'De juiste woorden bestaan alleen op het puntje van zijn tong'
 
Naast haar aan tafel zit mevrouw Caze, 'wier eetlust een feest voor het oog is' en die als er niets meer te bikken valt 'zit te brullen en zichzelf te lijf gaat met haar servet'. De oorlogsveteraan Cardone is de derde man im bunde, die met evenveel decoraties als verwondingen in feite quitte speelt. En ten slotte is er Tormenti, met zijn onafscheidelijke gereedschapskist ongetwijfeld een waardevolle aanwinst, denkt Furne. Uitvinder immers van een notenkraker die het smartelijke gekraak van de noten smoort. Een waardevolle gedachte die past in Furnes hervormingsplan dat het menselijk gehoor wil uitrusten met 'een verstelbare schelp en een regulerend ventiel, zodat iedereen zich kan terugtrekken in stilte, geluiden kan uitfilteren en alleen hoeft aan te horen wat hem aanspreekt'.
 
Voor Pompe heeft hij een zwak. Vooral wanneer hij deze in de douche, waar ze allen door Céleste worden afgeschrobd, uit een tube tandpasta de mooiste naakte Eva ziet boetseren die Furne ooit heeft mogen aanschouwen. Niet dat hij er veel heeft gezien. In feite geen één.
 
Proper gewassen vertrekt de groep onder begeleiding van Jones en Boton op excursie naar het platteland, wat Furne op de gedachte brengt dat in een nieuwe wereld het wegennet moet worden opgedoekt. 'Niemand heeft immers het recht iemand het pad op te dwingen dat loodrecht op het pad van de reeën ligt.'
 
Het bezoek aan een boerderij, een wandeling, een picknick, het zijn inspirerende momenten. Furne droomt van een methode om de aarde te bombarderen met zijdevlinders, zodat de larven met hun spinsel de hele wereld met dit zachtaardige element kunnen bedekken. Ideaal materiaal dat zoals 'rubber uit zichzelf vief en veerkrachtig is'.
 
Wanneer tijdens de picknick even een conflict dreigt, bedenkt hij meteen een oplossing om alle 'oorlogskiemen te verdelgen vooraleer ze tot ontwikkeling komen door het gehele aardoppervlak te verstuiven met een mengsel van rozenessentie, rattenzaad en een geheim ingrediënt dat hij nog niet kan onthullen', dit om te beletten dat kwaadaardige regimes het middel zouden misbruiken om anderen uit te schakelen en zo hun eigen macht te vergroten. Furne kent zijn pappenheimers.
 
De auteur van dit verbeeldingsvolle verhaal, Éric Chevillard (1964), is een briljant exponent van deze sinds ettelijke jaren rijk gediversifiëerde, experimentele en onconventionele tak van de Franse literatuur. Uiterst productief en een van de eerste auteurs om het internet te gebruiken voor korte autofictieve bijdragen (een blog) onder de vorm van een journal extime. Origineel, speels, taalvaardig, flirtend met het absurdisme, maar onder dat oppervlak kritisch en lucide.
 
Rubber staat vast is een van zijn vroege romans, maar absoluut karakteristiek voor zijn verdere literaire productie, zijn stilistische aanpak, zijn nonchalante toon, zijn ongebreidelde fantasie die soms al eens op hol dreigt te slaan, maar eveneens tot poëtische hoogten kan stijgen. Lees de prachtige passages over de relatie tussen het lichaam en de hand, of de prangende vergelijking tussen de menselijke samenleving en de mierenmaatschappij. Een tekst met fantasierijke beschouwingen zeker, maar ook een verhaal met intens menselijke en ontroerende personages.
 
In het vrijdagse katern van de Monde des livres hield Chevillard tussen 2011 en 2017 een zeer geapprecieerd feuilleton dat onder het mom van boekbesprekingen op ironische wijze blijk gaf van pertinent literair en maatschappelijk inzicht. Het ware interessant geweest om te zien hoe met die scherpe blik zijn eigen roman zou hebben besproken.
 
Éric Chevillard: Rubber staat vast, Vleugels, Bleiswijk, 2020, 104 p. ISBN 9789078627982. Vertaling van Le Caoutchouc décidément door Eva Wissenburg 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 3, MAART 2020

Cliënt E. Busken

Jeroen Brouwers

De herdershut

Tim Winton

Onze verslaggever in de leegte. Ongedateerde dagboeken

Dimitri Verhulst

Tijd tussen de jaren

Urs Faes

Zij

Helle Helle

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 3, MAART 2020

De koffer

Chris Naylor-Ballesteros

De weglopers

Ulf Stark

Dit ga je niet geloven

Adam Baron, Benji Davies (ill)

Het vogeltje en andere Armeense sprookjes

Hovhannes Toemanjan, Harmen van Straaten (ill.)

Uit elkaar

Bette Westera en Sylvia Weve

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri