Vertaald proza

BOEKEN NR. 4, APRIL 2020

Patrick Modiano: Onzichtbare inkt

door Katja Feremans

Met Onzichtbare inkt maakt Nobelprijswinnaar Patrick Modiano (1945) als vanouds omtrekkende bewegingen rond de blinde vlekken die elk mensenleven kent vanwege ons falende geheugen. Dit gebrek aan samenhangende herinneringen speelt ook hemzelf parten en heeft in de eerste plaats betrekking op zijn kindertijd.
 
De Franse auteur is de zoon van een actrice uit Antwerpen en een joods-Italiaanse zwendelaar. Noch zijn vader noch zijn moeder had veel tijd voor hem. Ze stuurden hem op kostschool en besteedden hem daarnaast vaak uit aan vrienden of schimmige kennissen. Hij had wel een twee jaar jongere broer, maar die overleed toen Modiano amper twaalf was. Vanwege de veelal vage beelden die hij aan zijn jeugd heeft overgehouden, heeft hij het grensgebied tussen vergetelheid en herinnering tot zijn literaire terrein gemaakt, dit al sinds zijn debuut, De plaats van de ster (1968), het eerste deel van een drieluik over de bezettingsjaren in Frankrijk.
 
In Onzichtbare inkt voert hij de schrijver Jean Eyben op. Die brengt verslag uit over het onderzoek dat hij heeft gevoerd naar de verdwijning van Noëlle Lefebvre. Met die zaak kwam hij rond zijn twintigste in contact als privédetective. Hij, inmiddels een vijftiger, moest het destijds stellen met een handvol aanknopingspunten, waaronder een te donkere zwart-witfoto van Noëlle, haar poste-restantekaart en het café waar ze naar verluidt kwam. Via een informant kwam hij op haar appartement en legde er de hand op een agenda die in een geheim vak van haar nachtkastje lag. Haar aantekeningen brachten echter geen doorbraak in zijn onderzoek, net zo min als de andere sporen die hij volgde.
 
Er ging hem gaandeweg wel iets anders dagen, namelijk dat het speurwerk voor zijn werkgever niet langer zijn eerste ambitie was: de zaak riep veel diepere echo’s op, van zover zelfs dat hij onmogelijk kon zeggen waar ze precies vandaan kwamen. Had hij Noëlle ooit zelf ontmoet? Onder een andere naam misschien? Was hij mogelijk zelfs de vroegere vriend van haar, voor wie hij zich vaak uitgaf tegenover personen uit haar entourage, wanneer hij hen benaderde in de hoop dat ze over haar bestaan konden getuigen? Zo begon hij geleidelijk te geloven dat hij niet alleen naar haar op zoek was maar ook naar een ontbrekende schakel in zijn eigen leven.
 
Zijn speurwerk wordt dus tegelijk een zelfonderzoek. Daarbij krijgt Jean meer aandacht voor de rol die het schrijven daarin speelt. Zijn pen scherpt namelijk zijn geheugen bij dit alles, zo gelooft hij: ‘Ja, al schrijvend komen de herinneringen. Je moet ze niet proberen te dwingen, maar gewoon blijven schrijven, met zo weinig mogelijk doorhalingen. En dan zijn er altijd een paar details die je om de een of andere reden had vergeten of verdrongen en die, in die ononderbroken stroom van woorden en zinnen, allengs uit de diepten van je geheugen naar de oppervlakte stijgen’.  
 
Iets over de helft van het verslag waarin hij de verwarde draden van een mensenleven probeert te ontrafelen, komt het hem voor dat alles er al stond, als was het geschreven met onzichtbare inkt, met inkt dus die kleurloos is wanneer je hem gebruikt, maar zichtbaar wordt als je het beschreven blad met een bepaalde vloeistof bestrijkt.
 
Naar het einde toe maakt zijn initiële obsessie met antwoorden die de onweerlegbare precisie hebben van een politierapport, plaats voor argwaan tegenover zulke sluitende uitkomsten. Want wanneer je eenmaal alle antwoorden hebt, bedenkt hij, klapt het leven dan niet achter je dicht ‘als een val, met het gerinkel van de sleutels van een gevangeniscel?’
 
De bocht die Jean in de laatste dertig pagina’s van Onzichtbare inkt maakt, is best bijzonder, omdat Modiano daarmee op een tastbaarder einde lijkt af te steven dan we van hem gewoon zijn. Jean waant zich aan het slot in Rome en komt in contact met een vrouw die een fotogalerie openhoudt. Tussen haar en Noëlle Lefebvre tekenen er zich verregaande gelijkenissen af. Heel even ontstaat daardoor de indruk dat dat de lotgevallen waarover Modiano bij monde van Jean Eyben verhaalt grijpbaar zijn, maar langzamerhand daalt er toch weer een mist van twijfel en ambiguïteit neer. Daardoor blijft zowel het mysterie rond Noëlle Lefebvre alsook Modiano’s refrein van de witte plekken in elk mensenleven overeind.
 
Patrick Modiano: Onzichtbare inkt, Querido, Amsterdam 2020, 142 p. ISBN 9789021420844. Vertaling van Encre sympathique door Maarten Elzinga. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri