Non-fictie

BOEKEN NR. 4, APRIL 2020

Rosa Luxemburg : Ik voel me in de hele wereld thuis. Brieven

door Kris Velter

De van oorsprong Poolse Rosa Luxemburg (1871-1919) was een marxistische denker en activiste. Naast talloze artikels en pamfletten, schreef ze ook enkele belangrijke politiek-economische verhandelingen in een gortdroge stijl. Wat misschien minder is geweten, is dat Luxemburg prachtige brieven schreef die een grote literaire waarde hebben. Joke J. Hermsen, een Nederlandse auteur van romans en vulgariserende teksten over filosofische onderwerpen, verwijst in het nawoord naar Henriette Roland Holst die in haar biografie over Luxemburg opmerkte dat de brieven ‘tot de mooiste brieven van de wereldliteratuur’ behoren.
 
De meeste brieven schreef Rosa Luxemburg vanuit de gevangenis tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het was tot een breuk gekomen tussen haar en de sociaaldemocratische partij SPD, die het regeringsbesluit om de oorlogskredieten te verhogen, goedkeurde. Er werd dus ten strijde getrokken tegen Frankrijk. Luxemburg werd gevangengenomen vanwege haar pacifistische overtuigingen, die immers als landverraad werden beschouwd.
 
Uit Ik voel me in de hele wereld thuis blijkt dat Luxemburg graag en veel leest. Ze bewondert auteurs als Grillparzer, Goethe en Tolstoj. Ze verwijst naar die laatste als ze over kunst in het algemeen nadenkt:  
 
‘Mijns inziens gaf Tolstoj blijk van het scherpste inzicht toen hij de kunst een maatschappelijke omgangstaal noemde, een sociale “taal". Ze bestaat om met geestverwanten te kunnen communiceren; de bitterste eenzaamheid ervaar je bij de zoete klanken van wondermooie muziek of bij het zien van een aangrijpend schilderij.’  
 
En net die twee kunstvormen, muziek en schilderkunst, zijn uitingen van creativiteit waarvan Rosa Luxemburg enorm houdt.
 
Muziek is dan ook een constante in de briefwisseling. Veel gedichten, die ze vaak uit het hoofd kan declameren, heeft ze leren kennen doordat ze op muziek werden gezet. Een aardige anekdote is Luxemburgs kennismaking met de Belgische politicus Camille Huysmans. Tien jaar lang haatten ze elkaar, tot ze na een bijeenkomst in Brussel toevallig bij elkaar zaten op restaurant. Het gesprek ging over de hulpeloosheid van Luxemburg op het vlak van praktische zaken, zoals het nemen van een trein. Huysmans werd hierdoor gecharmeerd. Hij nam haar mee naar huis voor een souper, waarna hij Mozart en Schubert voor haar speelde. ‘Hij heeft een goede piano en een aardige tenor en het was wederom een openbaring voor hem dat de muzikale cultuur voor mij een levensbehoefte is.’
 
Aan Kostje Zetkin schrijft ze: ‘Ah, Dudu, kon ik maar twee jaar alleen met schilderen bezig zijn – dat zou me helemaal opslokken. […] Maar dat zijn dwaze dromen, dat mag ik niet, want op mijn armzalig geschilder zit geen hond te wachten. Maar op mijn artikelen wachten de mensen wel.’ En wanneer Sonja Liebknecht haar enkele prenten opstuurt, schrijft ze over een vrouwenportret van Bartolomeo da Venezia: ‘Wat een roes in de kleuren, wat een fijnheid van tekening, wat een geheimzinnige betovering in de uitdrukking! Zij doet me daarin op de een of andere vage wijze aan de Mona Lisa denken.’
 
Luxemburg heeft ook een grote liefde voor de natuur. Voor ze in de gevangenis terecht kwam, ging ze dikwijls naar de botanische tuin van Berlijn. Ze wandelde ook door velden, verzamelt en ordent in mappen planten en bladeren die ze op haar zwerftochten heeft gevonden. In de gevangenis Barnimstraße gaat ze op de binnenplaats op zoek naar struiken, grassen en onkruid. Haar passie voor de natuur spat van de pagina’s. Teder en liefdevol beschrijft ze de kleuren en bewegingen van de lucht, planten, bomen, dieren. Aan Sophie Liebknecht schrijft ze:
 
‘Ik ben nu bijna de hele dag buiten, slenter door de struiken, doorzoek alle hoeken van mijn tuintje en vind allerlei schatten. Moet je horen: gisteren, op 1 mei, ontmoette ik – raad eens wie? – een stralende frisse citroenvlinder! Ik was zo blij dat mijn hart ervan samentrok. Hij vloog op mijn mouw – ik draag een lila jasje, de kleur trok hem waarschijnlijk aan – daarna fladderde hij hoog, weg over de muur ’s. Middags vond ik drie verschillende mooie veertjes: een donkergrijze van het roodstaartje, een goudkleurige van een geelgors en een grijsgele van een nachtegaal.’
 
Ook haar betrokkenheid met de natuur is groot. Aan haar minnaar Hans Diefenbach, die later zal sneuvelen tijdens de oorlog, schrijft ze: ‘Je weet dat ik met ieder schepsel meevoel en lijd; een wesp, die in mijn inktpot gevallen is, spoel ik driemaal in lauwwarm water af en droog ik op het balkon in de zon om haar het beetje leven terug te geven.’ Bij het zien, op de binnenplaats van de gevangenis, van een bloedende buffel, die bovendien nog eens geslagen wordt, is ze vreselijk aangedaan. Het fragment doet denken aan het apocriefe verhaal van Nietzsche die een paard omhelst in Turijn, hoewel Luxemburg niet krankzinnig werd.
 
Wat opvalt, is dat Luxemburg buitengewoon optimistisch en hoopvol is. Ze heeft een hekel aan klagen en blijft immer dapper. Haar stemming is ‘als altijd voortreffelijk’. ‘Mens zijn is vóór alles de hoofdzaak. Én dat betekent: vastberaden en helder en vrolijk zijn. Ja, vrolijk, trots alles en alles, want jammeren is een zaak voor de zwakken.’ Aan Sophie Liebknecht schrijft ze midden december 1917: ‘Het is mijn derde Kerstmis in de bajes, maar vat dat alsjeblief niet tragisch op. Ik ben net zo vrolijk en rustig als altijd.’ Terwijl ze zelf in erbarmelijke omstandigheden leeft, schrijft ze brieven om haar vrienden een hart onder de riem te steken. In dezelfde brief aan Sophie Liebknecht, wier man Karl ook in de gevangenis zit, schrijft ze midden december 1917: ‘Niet versagen, mijn kleine meisje, hoofd omhoog, flink en kalm blijven. Het zal zich allemaal ten goede keren; niet altijd meteen het ergste verwachten.’
 
Na de oorlog brak er in Duitsland een revolutie uit die werd geleid door Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht. Op 15 januari 1919 werden beide revolutionairen opgepakt, gefolterd en doodgeschoten. Rosa Luxemburg werd in het Landwehrkanaal van Berlijn gegooid. Op die plek hangt vandaag nog altijd een gedenkteken. Ik voel me in de hele wereld thuis is een boek dat de mens achter de activiste laat zien. Het is een rijke bundel waarin de lezer een vrouw leert kennen die dapper, strijdvaardig en levenslustig is. Luxemburg streeft immer naar economische en sociale rechtvaardigheid, blijft altijd op haar pacifistisch standpunt staan en laat zich kennen als iemand die zich inzet voor de andere. Haar hang naar leven, gevuld met kunst en wetenschap, is in adembenemend mooie brieven voor het nageslacht bewaard.
 
De huidige uitgave van Ik voel me in de hele wereld thuis is gebaseerd op een eerdere uitgave van de brieven van Rosa Luxemburg uit 1958. Aanvullingen, extra brieven en beeldmateriaal (foto’s, facsimile’s, schetsen, aquarellen) zijn toegevoegd. Het boek bevat genummerde aantekeningen en een personenregister. Op de binnenkant van de kaft zijn foto’s opgenomen uit het herbarium van de auteur.
 
Rosa Luxemburg: Ik voel mij in de hele wereld thuis. Brieven, Van Oorschot, Amsterdam 2020, 180 p. ISBN 97890282210004. Samenstelling en vertaling uit het Duits door M. Verdaasdonk, Ingrid Wildschut en Jan Sietsma.. Distributie Elkedag Boeken 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri