Poëzie

BOEKEN NR. 4, APRIL 2020

Asha Karami: Godface

door Dirk De Geest

Identiteiten zijn vloeibaar, identiteiten zijn meervoudig, identiteiten zijn constructies. Het is een inzicht dat – alle voorbije idealen van politici en moralisten ten spijt – steeds meer ingang vindt in ons dagelijks denken en doen. Asha Karami doet er alles aan om in haar debuutbundel die opvatting te demonsteren. Haar eigen levensbeschrijving op de flaptekst legt vooral de klemtoon op het fluïde karakter van haar afkomst, haar taal, haar literaire antecedenten, haar professionele bezigheden. Het lijkt er daardoor op dat in deze bundel niet één lyrisch ik aan het woord komt, maar uiteenlopende gestalten die zichzelf allen in de eerste persoon benoemen.
 
Dat nomadische loopt als een rode draad door alle gedichten en afdeling uit dit imposante debuut. Karami schrijft teksten die vaak autobiografisch aandoen, maar de details die daarin gegeven worden, zijn bijzonder summier en lang niet altijd consequent; het versterkt de indruk dat hier een ‘ik’ wordt geschreven en niet louter beschreven. Dat ik is daarenboven geen coherent gegeven, maar een samenraapsel van allerlei herinneringen, van details en anekdotische gegevens. Ook voor de lezer blijft het onduidelijk in hoeverre de lyrische ik betrouwbaar is in haar informatie en haar geheugen, hoe haar familiebanden, haar verleden en haar netwerk in elkaar zitten.
 
De karakterisering ‘nomadisch’ slaat allereerst letterlijk op de ruimtes die in deze gedichten worden doorkruist. De titels van de vijf afdelingen verwijzen blijkbaar naar regio’s in Taiwan, maar de teksten zelf lijken zich vooral in Nederland te situeren. Het ik is dan weer samengesteld uit allerlei culturen, zowel oosters als westers. Die afdelingen zijn daarenboven gestructureerd volgens ondertitels die lijken te verwijzen naar een proces van geestelijke ontreddering en genezing, alsof die psychische stoornis een soort van dramatisch verloop zou kennen, dat uitmondt in ‘euforie’ en aanvangt met ‘agitatie’.
 
Dat soort leessleutels wordt in de tekst zowel bevestigd als ontkend. Zo valt bijvoorbeeld op hoe de Aziatische toponiemen in de loop van de bundel steeds meer naar het einde van de afdeling verschuiven, alsof ze geleidelijk aan verdwijnen. Hetzelfde geldt voor de ogenschijnlijk mathematische opbouw van de bundel: elke afdeling telt tien gedichten, maar die ordening wordt ondermijnd doordat sommige teksten uit een aantal fragmenten bestaan. Daarenboven is de afdeling ‘nachtboek’ halverwege de bundel een extra parasiet, want bij deze gedichten ontbreekt zelfs de pagina-aanduiding. Het past allemaal voortreffelijk bij de dubbelzinnigheid waarmee deze Godface te maken heeft.
 
De gedichten in die merkwaardige afdeling ‘nachtboek’ lijken een soort van dromen, een vermenging van surreële beelden en realistische gegevens. Vertrouwde personages gedragen zich plots vreemd, decors verdwijnen, de scènes verliezen hun logische samenhang en de toon is bij momenten erg cynisch. De ontregeling lijkt mee een gevolg van de kwetsuren die alle personages hebben opgelopen, waardoor ze doelloos (en soms gewelddadig) ronddwalen in een wereld die hen niet begrijpt. In al die aspecten is de apart staande afdeling geen afwijking, maar net een spiegel van wat er in de eigenlijke bundel aan de hand is.  
 
Ook daar haalt het ik zichzelf en de overige personages constant onderuit door hun identiteit in vraag te stellen, hun kwaliteiten te betwijfelen of over te gaan tot groteske, haast bespottelijke vertekening. De toon van de gedichten is daarenboven erg laconiek en retorisch perfect uitgebalanceerd, wat het effect van bevreemding en verbazing bij de lezer nog in de hand werkt. In dit opzicht laat de eigenzinnige wereld van Karami je niet los; haar verwrongen gedachten leren ons meer over onszelf dan wij geneigd zijn voor lief te nemen. Deze bundel vraagt om een intense lectuur, maar hij overstijgt moeiteloos de meeste modieuze debuten die vandaag het licht zien en de hemel worden ingeprezen.  
 
Asha Karami: Godface, De Bezige Bij, Amsterdam 2019, 96 p. ISBN 9789403165905. Distributie Standaard Uitgeverij

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri