Poëzie

BOEKEN NR. 4, APRIL 2020

Claude Van de Berge: De vonk

door Dirk De Geest

Claude van de Berge werkt al een leven lang aan het project van zelfinzicht en verdieping. Literatuur is voor hem daarbij een begenadigd medium. Schreef de dichter aanvankelijk een soort van lyrisch proza (dat in die tijd als avant-gardistisch en vernieuwend werd ervaren), dan heeft hij zich nu al geruime tijd toegelegd op poëzie. De grenzen van de gangbare lyriek worden echter overschreden door de breed uitwaaierende zinnen en vooral door de abstracte filosofische gedachtegangen waarmee de dichter zijn lezers confronteert. Dat meanderende taalgebruik, vol herhalingen en variaties, weerspiegelt de meditatieve inslag van Van de Berges dichterschap, dat eerder zoekt en benadert dan vastlegt en definieert.
 
Bij zijn geestelijke zoektocht laat de dichter zich inspireren door een eclectische traditie van wijsgeren en mystici, zowel uit de westerse als uit de oosterse traditie. Het gaat hem immers niet om een soort van filologische trouw of uitleggerij, maar om een authentiek eigen traject, in de wetenschap dat het individuele perspectief slechts kan weerklinken tegen de echo van wat de mensheid heeft geschreven, gezongen en gedacht. Elke bundel krijgt daardoor een enigszins ander perspectief. In De vonk richt Van de Berge zich naar eigen zeggen op het knooppunt tussen het stoffelijke en het geestelijke, het ogenblik en de ruimte waarop iets van het absolute oplicht en zich manifesteert aan wie ervoor ontvankelijk is.
 
Dat dit type poëzie resulteert in een doordachte bundel hoeft niet te verbazen. De gedichten zijn gegroepeerd in samenhangende reeksen van overwegend vijf teksten, cycli waarbinnen een soort van gelijkaardige opbouw valt terug te vinden: de initiële vraagstelling (vaak geassocieerd met een spreken in vragen) gaat over in revelatie (meermaals gekoppeld aan het zingen) en in een moment van openbaring. Hier wordt de intense wisselwerking tussen het ik (dat doorgaans al afstand doet van zijn individualiteit in een collectief ‘wij’) ten top gedreven en komt een confrontatie met het sublieme, het heilige maar ook het absolute niets, tot stand. De hele bundel is gericht op dat moment van ontmoeting, waar het subject verdwijnt om op te gaan in een groter kosmisch verband. De dood wordt zo verbeeld als een zinvolle overgang, als een vervloeien en niet als een vorm van resolute vernietiging. Van verdriet of wrok is geen sprake, en de gelatenheid wordt getransformeerd tot actieve overgave. Het zogenaamde ‘einde’ blijkt niet meer dan een zoveelste overgang, en in die zin is het de ware bekroning van het leven.
 
Op zich zijn dergelijke filosofische gedachten – de zoektocht naar een soort van negatieve theologie zonder persoonlijke God – waardevol, maar uiteindelijk komt het aan op de poëzie. In dat opzicht kent Claude van de Berge beslist zijn vak. Hij weet optimaal gebruik te maken van beelden en symbolen (het wit, de zwanenzang, het licht en de verblinding), van paradoxen en herhalingen om zijn complexe ervaringen bij de lezer aan te brengen. De taal is vaak meanderend, op het prozaïsche af, maar tegelijk gaat er een soort van magische kracht van uit, doordat de dichter bijzonder sterk is in ritmische structuren met accenten en tegenaccenten. Dat de muziek en het spreken thematisch belangrijk zijn, ligt in dezelfde lijn. Van de Berge laat zien hoe denken poëzie wordt en poëzie denken. Hij staat in ons taalgebied niet alleen in die traditie – zijn werk doet denken aan dat van eminente vertegenwoordigers als Kees Ouwens of Peter van Lier – maar het brengt persoonlijke accenten aan: in die zin is hij niet alleen een waardevol dichter, maar ook een zorgvuldig oeuvrebouwer.
 
Claude Van de Berge, Arlette Walgraef (fot.): De vonk, P, Leuven 2019, 69 p. : ill. ISBN 9789492339782

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri