Poëzie

BOEKEN NR. 4, APRIL 2020

Tsead Bruinja, Lies van Gasse: Ik ga het donker maken in de bossen van

door Dirk De Geest

Tsead Bruinja is momenteel actief als de Nederlandse Dichter des Vaderlands. Hoezeer hij die taak opvat als een essentiële component van zijn dichterschap (en niet als een tussendoortje) mag blijken uit het feit dat hij enkele van die ‘officiële’ teksten meteen opnam in zijn nieuwste dichtbundel. Dat gebeurt zelfs niet als een afzonderlijke afdeling maar volledig geïntegreerd in de context van zijn overige gedichten. Het toont hoe bij Bruinja gedichten uit de persoonlijke en de publieke sfeer naadloos in elkaar kunnen overgaan.
 
De lijvige bundel lijkt wel een woordenstroom zonder begin of einde. Er zijn weliswaar vijf afdelingen en gedichten met titels, maar een inhoudstafel ontbreekt bijvoorbeeld. Sommige gedichten zijn afgedrukt in het Nederlands en het Fries, maar er is ook een vertaling opgenomen uit het Engels en één gedicht is zelfs omgezet in een graphic poem door Lies van Gasse. De teksten zelf zijn al even divers qua toon en vorm. De dichter concentreert zich dus niet op een homogene toon en een coherente thematiek, maar exploreert tal van paden, zowel formeel als inhoudelijk. De dichter heeft het zelf over een ‘ruis’ binnen en buiten hem, die hij probeert op te vangen en te ontcijferen.
 
Typerend voor de manier waarop Bruinja als dichter te werk gaat, is de bladzijdenlange opening, ‘ik moet deze boot lek steken’. Hier komt een lyrisch ik aan het woord (of zijn het meerdere ikken?), die de zelfgenoegzaamheid van de westerse mens belichaamt, maar niettemin permanent onvrede heeft met de gang van zaken. Dat leidt tot een minimalisering van de mens als louter economische factor, maar ook tot een onhebbelijk personage dat onophoudelijk zijn buren bespiedt uit afgunst. Het leidmotief bij dat nogal cynische, maar helaas waarheidsgetrouwe portret is de raad om in plaats van een dak of een afsluiting aan een uitzicht te denken. De slotregels verplaatsen onverhoeds het burgerlijke gezeur naar de wanhoop van een vluchteling die zijn eigen boot lek slaat in de hoop toch gered te worden. Op die manier worden understatements met overstatements gecombineerd, is er sprake van een verschuivend perspectief dat ons dwingt op een andere manier naar onszelf en naar de anderen te kijken.
 
Die vervreemdende werkwijze demonstreert de dichter ook met verve in zijn overige teksten. Allereerst experiment Bruinja met heel uiteenlopende vormen: sommige gedichten zijn verhalend, andere veel meer lyrisch of zelfs een associatieve lijst van woorden, en in het midden staat een vers dat door Lies van Gasse is omgezet tot een graphic poem. Het is een weinig gestructureerd geheel dat uitwaaiert in alle richtingen, maar daardoor ook even grillig en onvoorspelbaar is als het leven dat in deze bundel wordt opgeroepen.
 
Ook qua stijl en thematiek krijgt de lezer er uiteenlopende types van verzen voorgeschoteld. Sommige gedichten roepen romantische taferelen op die naar het einde toe als illusies worden doorprikt; zowel de liefde als de natuur blijken veel genadelozer en kwetsbaarder dan veelal wordt aangenomen. Andere gedichten zijn meer verhalend van inslag, vaak met een uitgesproken groteske inslag: zo is er de vergeefse poging van het ik om eieren voor de televisie te laten applaudisseren, een tafereel dat humoristisch is maar ook iets schrijnends heeft.  
 
Veel verzen hebben evenwel een kritische, geëngageerde inslag. Daarbij komt allereerst de bedreiging van de aarde en de natuur in het vizier. De titelreeks van de bundel heeft het bijvoorbeeld over het kappen van oeroude bossen, en die dramatiek wordt symbolisch in de verf gezet door de eeuwenoude leeftijd van de bomen af te zetten tegen het snelle verouderen van mensen. Even kritisch zijn de verzen waarin de dichter zijn bezorgdheid uitspreekt over bepaalde fenomenen in de hedendaagse Nederlandse maatschappij: de sociale vervreemding, de toename van uniformen op straat, de administratie, het zijn alle factoren die lijken te wijzen op een ontbinding van het traditionele weefsel dat een goed functionerende samenleving hoort te zijn.
 
Lang niet alle gedichten uit Ik ga het donker maken in de bossen van zijn even beklijvend, maar het geheel is ongemeen fascinerend. De variaties in tonaliteit en stijl, in vorm, in thematische accenten dragen ertoe bij dat hier allerlei urgente thema’s op een poëtisch onontkoombare manier worden uitgesproken.  
 
Tsead Bruinja, Lies van Gasse: Ik ga het donker maken in de bossen van, Querido, Amsterdam 2019, 84 p. : ill. ISBN 9789021418629. Distributie Standaard Uitgeverij

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri