Vertaald proza

BOEKEN NR. 5, MEI 2020

Christine Lavant : Het kind

door Kris Velter

In Oostenrijk is Christine Lavant (1915-1973) een literaire legende. Sinds de herdenking van haar honderdste geboortedag, krijgt haar werk er opnieuw aandacht. Van het ene boek wordt een hoorspel gemaakt, van een ander een toneelbewerking. Er wordt gewerkt aan het verzameld werk en de Christine Lavant Preis wordt jaarlijks toegekend aan een Duitstalige auteur bij wie ‘net zoals bij Christine Lavant een hoge esthetische kwaliteit gepaard gaat met een humane houding en een maatschappelijke blik’. Hierover, en over veel meer, heeft vertaler Ria Van Hengel een nawoord geschreven.
 
Het kind (1948) is het eerste prozawerk van Lavant dat in het Nederlands verschijnt. Thomas Bernhard, ook een Oostenrijkse auteur en bewonderaar van Lavant, heeft een gelijkaardige titel (Ein Kind) gebruikt om zijn vroegste jeugdjaren te boek te stellen. Ook de novelle van Lavant is gebaseerd op autobiografische ervaringen. Christine Lavant is het pseudoniem van Christl Thonhauser, het negende kind van een mijnwerker en een naaister. Ze groeide op in barre armoede en kreeg vijf weken na de geboorte scrofulose, een vorm van tuberculose, ook wel ‘armenluisziekte’ genoemd, die haar borst, hals, huid en gezichtsvermogen aantastte. Op haar derde kreeg ze haar eerste longontsteking, een kwaal die bijna elk jaar zou terugkeren.
 
Op haar twaalfde werd Lavant gehospitaliseerd voor haar scrofulose en een bijkomende longtuberculose. Aangezien ze volgens de artsen toch maar een jaar meer te leven had, werd ze behandeld met hoge dosissen röntgenstralen. De redenering was: tuberculose moet worden weggebrand. En ja, haar scrofulose en longtuberculose genazen, maar Lavant kreeg blijvende letsels van brandwonden aan borst, hals en gezicht. Omdat haar hoofd erg gevoelig was gebleven voor temperatuurschommelingen droeg Lavant vaak een hoofddoek. Het was dokter Adolf Purtscher die haar gezichtsvermogen wist te redden en ook was hij de eerste die samen met zijn vrouw het literaire talent van Lavant ontdekte en stimuleerde. Het kind is voor een deel ook een eerbetoon aan Purtscher.
 
Het kind is gebaseerd op de ervaringen van het twaalfjarig meisje in het ziekenhuis. Daar kwijnde ze weg, doorstond helse pijnen, was het slachtoffer van pestgedrag door andere kinderen en werd er door haar ouders nooit opgezocht. Haar ogen en oren zaten voortdurend in een verband zodat het meisje in een vorm van isolatie leefde:
 
‘Opeens is alleen het donkere en zware er nog maar, en alle wonden in haar hals, in haar gezicht en aan haar handen beginnen pijn te doen, net zoals bij het verbinden, als het oude verband er snel wordt afgetrokken.’
 
Daarbovenop komt nog de claustrofobische omgeving van het ziekenhuis zelf: hoge muren, zusters als bewakers, de vijandige andere kinderen. Dit alles zorgt ervoor dat het kind voortdurend bang en angstig is, en doordat deze woorden, ‘bang’ en ‘angstig’, in de novelle steeds terugkomen, wordt de sfeer met elke pagina grimmiger en beklemmender. Het hoofdpersonage kruipt in een hoekje: ‘Hoeken bieden altijd aan twee kanten bescherming en lijken zo iets bekends.’ Het kind vlucht in een sprookjeswereld waarin kan worden getoverd, waar feeën bestaan en waar de lamp van Aladin verschijnt.

Hoewel Lavant in haar latere werk een ambivalente houding zal aannemen tegenover het religieuze, grijpt het jonge meisje nu nog wel naar de standvastigheid van het geloof en het bidden. God en engelen worden aangesproken en verzocht verlichting te brengen. ‘Mijn God, hoe moet ik dat alles regelen? Misschien als ik ’s avonds een keer heel erg veel bid, alles tien keer achter elkaar.’ En verder:
 
‘Misschien stuurt u mij een beschermengel die sterker is dan de dagelijkse engel, dan overwin ik alles en zeg ik: “Alles voor u, heilig hart van Jesus.” Maar nee, dat klopt toch niet. Het is helemaal niet voor het heilige hart van Jesus. En bij het bidden mag je al helemaal niet liegen. […] “Alles voor u, heilige dokter!” zal ik zeggen. En dan krijg ik van de sterke engel net zoveel kracht als die grote martelaars, en dan is er nergens angst  […].’
 
Bovendien denkt het kind in termen als zonde en doodzonde. Ze heeft schuldgevoelens omdat ze denkt niet te voldoen in de ogen van haar God. Misschien wordt ze wel gestraft: ‘Waar is toch de sterke Engel? Hebt u misschien de gewone, de dagelijkse ook afgepakt als straf voor iets?’ Of moet het kind misschien een offer brengen?
 
In de eerste plaats is Christine Lavant bekend om haar gedichten, maar dat betekent hoegenaamd niet dat haar proza van een ondermaatse kwaliteit is. Het kind is fascinerend en deels ongrijpbaar door de lacunes die elke lezer voor zichzelf zal moeten invullen. Lavant neemt de lezer immers niet bij het handje: er wordt meegedeeld maar niet verklaard of geanalyseerd. Indien de lezer het verhaal leest als aanklacht, is dat een interpretatie.
 
De novelle is geschreven in een mooie literaire taal waarin korte zinnen afwisselen met elegantere volzinnen. Net zoals het perspectief van de verteller wordt afgewisseld met de kinderlijke blik vol pijn, angst en kwetsbaarheid. Ik hoop dat deze prachtige publicatie, in het mooie vloeiende Nederlands van vertaler Ria Van Hengel, het begin is van nog veel meer vertalingen. Lavant heeft immers nog talrijke prozaboeken geschreven over thema’s als armoede, gekwetste mensen, (religieuze) schijnheiligheid en krankzinnigheid.
 
Christine Lavant: Het kind, Vleugels, Bleiswijk 2020, 64 p. Vertaling van Das Kind door Ria van Hengel. ISBN 9789493186026

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2020

Alleen de bergen zijn mijn vrienden

Behrouz Boochani

Autobiografie van een lijk en andere verhalen

Sigizmoend Krzjizjanovski

De straffeloze

Huub Beurskens

De zwarte klok

Paulus Hochgatterer

Tegendraads

Mia Doornaert

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2020

De gemene moord op Muggemietje

Ted van Lieshout

De vuurvogel

Bette Westera, Djenné Fila (ill.)

Het fortuin van Fausto. Een fabel verbeeld

Oliver Jeffers

Oorlog in inkt

Annemarie van den Brink, Suzanne Wouda, Steef Liefting (ill.)

Patrick

Annelies Verbeke

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri