Vertaald proza

BOEKEN NR. 5, MEI 2020

Daša Drndić: Belladonna

door Katja Feremans

Bij ons blijven schrijvers als Erwin Mortier en Jeroen Olyslaegers onvermoeibaar graven in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, de collaboratie en in hoe dit verleden nog steeds doorwerkt. Onverwerkte trauma’s van toen die blijven knarsen in mensenlevens van nu, vormen eveneens een rode draad in het werk van de Kroatische schrijfster Daša Drndić (Zagreb, 1946-Rijeka, 2018).
 
Zo ook in Belladona, een mix van fictie en historische realiteit, waarin ze de vijfenzestigjarige Andreas Ban opvoert. Hij is een voormalig psycholoog, doceerde aan de universiteit en heeft bekroonde boeken op zijn naam staan. Zijn zoon Leo, die inmiddels zelf arts is, voedde hij vanwege de vroege dood van zijn echtgenote alleen op. In zijn huis in de kuststad Rijeka zit Andreas nu zijn pensioen uit.
 
Tussen zijn vier muren maakt hij het testament op van zijn leven, maar altijd weer dringen recente medische perikelen zich daarbij naar de voorgrond. Het ingrijpendst was zijn borsttumor. Verder baren zijn desintegrerende ruggenwervels hem zorgen en heeft hij last van onder meer een half kapotte knie, aambeien, glaucoom en astma. Hij is dan ook vertrouwd met dagen die worden gestructureerd door bezoeken aan ziekenhuizen en dokterskabinetten.
 
Zijn poging om orde te scheppen in zijn herinneringen wordt ook zwaar gehinderd door zijn verontwaardiging over (het verzwijgen van) de gruweldaden die tussen 1941 en 1945 plaats hebben gevonden in de Onafhankelijke Staat Kroatië (NDH). Deze vazalstaat van nazi-Duitsland en fascistisch Italië stond onder leiding van dictator Ante Pavelić en zijn ustašabeweging. Zijn strenge rassenwetten om de zuiverheid van het Kroatische bloed te waarborgen viseerden Roma-zigeuners, Serviërs en Joden.
 
Daša Drndić trekt hard van leer tegen het nationalisme uit de jaren veertig. Ze hekelt bij monde van Andreas Ban de daders en meelopers van toen en dan vooral diegenen die ook mettertijd niet tot inkeer zijn gekomen, alsook hun gelijkgezinde nazaten:
 
‘En zo sluipen vanaf 1991, soms in het geheim, soms met veel bombarie door de staatsmedia aangekondigd, steeds meer oude, reactionaire klerikaal­fascistische, fanatiek rechtse lieden uit de hogere en lagere ustašaregionen als ratten door Kroatië; veel van hen hadden in de emigratie een verborgen bestaan geleid, voortdurend wisselend van voor­ en achternaam, maar standvastig in hun liefde voor de [Onafhankelijke Staat Kroatië], een nietig en achterlijk, zwart vazalstaatje dat een spoor van smerige rattenuitwerpselen achterliet, maar nu heffen ze samen met hun kinderen en kleinkinderen weer hun aloude strijdliederen aan’.
 
Als romanpersonage komt Andreas nauwelijks uit de verf, hij is vooral een spreekbuis voor Daša Drndić. Van plotontwikkeling is er amper sprake. Alleen aan het eind komt er nog enige beweging in dit documentaire proza, dat stationair draait op de (historische) figuren, films, boeken en tentoonstellingen die Andreas Ban als kapstokken hanteert voor zijn politiek-maatschappelijke bedenkingen. Soms worden die van bijkomende context voorzien in uitgebreide voetnoten en geïllustreerd met beeldmateriaal.
 
In Belladonna ventileert Andreas zijn/Drndić’ ideeën in de derde persoon. In haar laatste roman, EEG (2016), heeft Daša Drndić hem als ik-figuur neergezet. Niet alleen aan personages houdt ze overigens vast doorheen haar werk, haar oeuvre is ook opgebouwd rond de herneming van thema’s en motieven.
 
In het hoofdstuk ‘Amsterdam in zakformaat’ fungeert Andreas Ban het duidelijkst als alter ego van de schrijfster. Net als zij verbleef hij in februari 2010 als writer in residence in Amsterdam. In zijn relaas van die periode kijkt hij naar het straatleven, ergert zich aan de talloze kookprogramma’s op tv, verbaast zich over de ver doorgedreven gescheiden afvalophaling, wordt uitgenodigd voor boekpresentaties, becommentarieert romans die hem worden aanbevolen door zijn contacten en probeert zich met luchtiger zaken bezig te houden dan De Tweede Wereldoorlog. Maar ook in Amsterdam laat die zich niet wegdrukken, net zo min trouwens als in Den Haag.
 
In Den Haag ontmoet Andreas Ban namelijk de Amerikaanse vertaalster van Daša Drndić’ documentaire roman Trieste – in het Nederlands verscheen die onder de titel Zonneschijn. Daarin gaat de fictieve Haya Tedeschi op zoek naar haar zoon Antonio, die verdween in het kader van het Lebensbornproject van de nazi’s. Haar zoektocht speelt zich af tegen een collage van verhalen rond de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust.
 
De Amerikaanse vertaalster neemt Andreas tijdens hun ontmoeting in Den Haag mee naar een klein speelplein met zes klimrekken die eruitzien als stoelen. Op de sporten staan de namen van vierhonderd van de ruim tweeduizend Joodse kinderen uit Den Haag, die stierven in de concentratiekampen. Omdat mensen pas worden vergeten als wij ons hun namen niet meer herinneren, heeft Daša Drndić de ruim tweeduizend vermoorde Joodse kinderen in Belladonna allemaal met naam en leeftijd genoemd – ze waren tussen zes maanden en achttien jaar oud. Dit namenregister van vijfentwintig bladzijden is een pakkend moment van stilte in dit boek dat voorts leest als een luide kreet van verontwaardiging.
 
Daša Drndić is stellig: nazisme en fascisme verdragen geen enkele vorm van relativering. Door haar vaak lange, meanderende zinnen siddert haar opstandige woede over het gebrek aan moed bij mensen, om zich te verzetten tegen een misdadig bewind, of om op zijn minst na de feiten tot enig schuldbesef te komen. Met haar tegelijk overdonderende en erudiete stijl richt ze de schijnwerper op de kiem van ethische ontaarding die schuilt in kleinburgerlijke oppervlakkigheid en in een politiek onverschillige houding. Belladonna is dus geenszins een boek om ontspannen bij achterover te leunen. En voor wie niet of nauwelijks is vertrouwd met de geschiedenis en cultuur van de Balkan, is het werk des te weerbarstiger.
 
Daša Drndić: Belladonna, De Geus, Amsterdam 2020, 439 p. ISBN 9789044541878. Vertaling van Belladonna door Roel Schuyt. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2020

Alleen de bergen zijn mijn vrienden

Behrouz Boochani

Autobiografie van een lijk en andere verhalen

Sigizmoend Krzjizjanovski

De straffeloze

Huub Beurskens

De zwarte klok

Paulus Hochgatterer

Tegendraads

Mia Doornaert

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2020

De gemene moord op Muggemietje

Ted van Lieshout

De vuurvogel

Bette Westera, Djenné Fila (ill.)

Het fortuin van Fausto. Een fabel verbeeld

Oliver Jeffers

Oorlog in inkt

Annemarie van den Brink, Suzanne Wouda, Steef Liefting (ill.)

Patrick

Annelies Verbeke

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri