Vertaald proza

BOEKEN NR. 5, MEI 2020

Sandro Veronesi: De kolibrie

door Inge Lanslots

De kleine kolibrie kan door zijn snelle vleugelslag stil in de lucht hangen. Met zijn 12 tot 80 slagen per minuut lijkt de vogel in perfecte balans. Op het eerste gezicht gaat Marco Carrera, protagonist van Sandro Veronesi’s laatste roman, zo door het leven. Hij maakt deel uit van het perfecte gezin, met ouders die elkaars tegenpool zijn en verondersteld worden elkaar zo uit te balanceren. Samen met zijn zus en broer groeit hij op in een huis waar elk designmeubel een uitgekiende plaats heeft gekregen. Hij gaat het perfecte huwelijk aan met de Sloveense Marina met wie hij een dochter krijgt, die hem op haar beurt een kleindochter schenkt.  
 
‘Alleen, het was allemaal verkeerd, vanaf het begin al, het was één grote leugen.’ Zo moet de behoudsgezinde Marco, wiens droomleven slechts schijn is, echter besluiten. Marco ontvallen een aantal dierbaren en zijn huwelijk loopt uiteindelijk spaak. Op de koop toe blijft zijn vroegere buurmeisje Luisa, van wie hij oprecht houdt, onbereikbaar. Hun platonische relatie – ze hebben kuisheid gezworen – zal zich beperken tot een geladen briefwisseling, moeilijke telefoongesprekken en vluchtige contacten.  
 
Marco is een leeftijdsgenoot van de reeds meermaals bekroonde auteur-journalist-essayist Veronesi (1957, Firenze), maar niet zijn alter ego. Karakterieel is de auteur meer verwant met andere personages, in de eerste plaats met de rusteloze moederfiguur en Luisa, maar ook met Marina die net zoals Veronesi nood heeft aan een langdurige therapie. Marco gelooft dan weer niet in psychoanalyse. Toch leest De kolibrie eigenlijk weg als een langgerekte zelfanalyse, een reconstructie van een onvolmaakte leven dat zich grotendeels in Rome afspeelt, de stad waar de Toscaanse auteur zijn thuis vond. Die reconstructie strekt zich uit tot in de toekomst, tot 2030, een toekomst waarin milieuactivisten een niet-controversieel draagvlak vinden en ook Marco’s kleindochter het leven in een meer positieve en louterende richting lijkt te duwen – haar Japanse naam had haar hiervoor voorbestemd.
 
Knap hierbij is hoe Veronesi Marco’s relaas niet chronologisch brengt, maar in thematische hoofdstukken, met sprekende titels, die een bepaalde periode overspannen. De auteur houdt ook zijn kenmerkende meanderende stijl aan, met veel uitweidingen, op het eerste gezicht overbodig gedetailleerde beschrijvingen en lijsten (alle designmeubels van Marco’s geboortehuis passeren de revue in een vermakelijke opsomming). De lezer belandt even op een zijspoor, ook wanneer Veronesi ingaat op het leven van nevenpersonages, maar ontdekt snel de meerwaarde ervan. Op die manier wordt duidelijk welke betekenislagen de kolibrie doorheen de roman aanneemt.  
 
Bovendien is De kolibrie doorspekt met al dan niet expliciete intertekstuele elementen, zoals titels van films, songs en boeken, maar de auteur herschrijft ook passages van andere auteurs. Het hoofdstuk ‘Naar de draaikolken’ is als het ware een cover van Beppe Fenoglio’s Il gorgo (de draaikolk). Veronesi’s fictieteksten lezen altijd als een architecturaal ontwerp – de auteur studeerde architectuur. In het nawoord licht Veronesi zijn ‘citaten’ overigens toe. Niet alleen brengt hij zo een hommage aan zijn vele, erg uiteenlopende literaire en filmische voorbeelden, gaande van Vargas Llosa over Fellini tot Philip K. Dick en Elvis Costello, maar hij ontleent ook verhalen en namen uit het leven van zijn dierbaren. Het nawoord geeft dus een verdere inkijk in Veronesi’s geest en de genese van het ritmische De kolibrie. De metafoor van de draad, de precaire verbondenheid tussen dierbaren, krijgt dankzij dat nawoord een extra dimensie.
 
 
Sandro Veronesi: De kolibrie, Prometheus, Amsterdam 2020, 332 p. ISBN 9789044643893. Vertaling van Il colibri door Welmoet Hillen. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2020

Alleen de bergen zijn mijn vrienden

Behrouz Boochani

Autobiografie van een lijk en andere verhalen

Sigizmoend Krzjizjanovski

De straffeloze

Huub Beurskens

De zwarte klok

Paulus Hochgatterer

Tegendraads

Mia Doornaert

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2020

De gemene moord op Muggemietje

Ted van Lieshout

De vuurvogel

Bette Westera, Djenné Fila (ill.)

Het fortuin van Fausto. Een fabel verbeeld

Oliver Jeffers

Oorlog in inkt

Annemarie van den Brink, Suzanne Wouda, Steef Liefting (ill.)

Patrick

Annelies Verbeke

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri